Schriftlezing: Lukas 10: 1 – 24

Thema: ‘De wijde wereld in …’



Samenvatting van de preek:


Hebt u gehoord dat de 72 mannen met vreugde terugkomen? Hebt u gehoord hoe Jezus daar op zijn beurt op reageert? Hij juicht, Hij looft Zijn Vader.
Blijdschap! We zouden het bijna vergeten. Er gaan namelijk een aantal weerbarstige zinnen aan vooraf. De 72 mogen niets meenemen: geen geldbuidel, geen tas, geen sandalen. Als ze niet welkom zijn, dan moeten ze openlijk het stof van hun voeten vegen, als aanklacht tegen degenen die niet willen luisteren. Over Chorazim, Betsaïda en Kapernaüm worden dreigende woorden uitgesproken, tot in het diepste dodenrijk zal Kapernaüm afdalen. Dat roept weerstand op. Als het niet de tekst zelf is, dan wel is het de sfeer die irriteert. Hoewel het uitdrukkelijk verboden wordt van deur tot deur te gaan, heeft het geheel iets van Jehova-getuigen. Er zit iets van fanatisme in de opdracht die Jezus geeft.
72 mensen worden de wereld in gestuurd om het goede nieuws te vertellen. Alles bij elkaar zet ons dat niet echt aan tot luisteren. Toch eindigt het met vreugde. Hoe zit dat?

Jezus is op weg naar Jeruzalem. Hij stuurt mensen voor zich uit: het Koninkrijk van God is gekomen, ook dichtbij u, jou. Koninkrijk van God: dat is een lastig begrip. We hebben nogal eens de neiging dat behoorlijk horizontaal in te vullen: het is de plaats, de tijd waar de Bijbelse regels onverkort gelden, waar liefde heerst …. . Toch denk ik dat dat te beperkt is. Het Koninkrijk van God is de plaats, de tijd waar God voluit Koning is. De eenheid, de harmonie zit niet zozeer in bepaalde regels en wetten – dat zou heel makkelijk tot wetticisme leiden – maar in een gerichtheid op, een afhankelijkheid van Hem. Vergelijk het met Jezus’ rondgaan. Mensen raken gefascineerd, worden aangesproken, richten zich op Hem. Zo wordt bijvoorbeeld de belastingambtenaar Zacheüs door Jezus gezien, Jezus mag bij Hem binnen gaan, met hem eten. Zacheüs belooft dan alles terug te betalen wat hij afgeperst, wat hij gestolen heeft. ‘What would Jesus do?’ Wat zou Jezus doen? Een simpele vraag, vaak nauwelijks te beantwoorden. Toch is dat de kernvraag als het gaat om het Koninkrijk van God. Wat zou Hij doen?

Jezus heeft eerder 12 leerlingen gestuurd. Voor de goede hoorder was en is dat direct duidelijk. Die zijn gericht op Israël zelf, op de binnenlandse politiek. Later, in het gedeelte dat wij vandaag lezen, zijn het 72 (in sommige vertalingen: 70) die op pad worden gestuurd. 72: dat is naar toenmalige opvatting het aantal volkeren op aarde. Heel de wereld moet het nu weten! Twee aan twee gaan ze op weg. Wij zouden daarbij denken aan onderlinge steun. Mogelijk ook dat. Maar het ging vooral om het feit dat het getuigenis van twee vast stond, betrouwbaar was.
Het gaat Jezus om vertrouwen, op Hem, op God. Ze mogen geen geld, geen tas, geen schoenen meenemen. Deze gezanten, deze apostelen komen voor Gods rekening. Dit is een enorm waagstuk … .
Vervolgens gaat Jezus’ opdracht gepaard met haast. Ze mogen onderweg niet groeten. Dat is niet zozeer een zaak van niet vriendelijk mogen zijn. Ze mogen zich onderweg niet laten ophouden door allerlei plichtplegingen die met het traditionele groeten gepaard gaan. Iemand écht groeten vergt aandacht, tijd. Daarom ook de aanwijzing om niet van deur tot deur te gaan. Het zouden simpelweg teveel deuren zijn … . Hier en daar de goede boodschap achterlaten moet voldoende zijn, hopend dat de mensen het verder zullen vertellen. Vanwege de haast moeten ze ook overal eten wat ze krijgen voorgezet. Dat is nogal wat voor een tijd en een traditie waarin het reine, kosjere eten van groot belang werd geacht. Dat belang valt echter in het niet bij het doorgeven van de blijde boodschap: het Koninkrijk van God is nabij. Jezus is nabij.
Alles wat Jezus in het kader van de zending zegt, heeft ook te maken met aandacht en concentratie. Je kunt blijven hangen bij het negatieve, bij de afwijzing. Doe dat niet, laat het achter je. Daarom ook die harde woorden over onverzettelijke steden als Chorazim, Betsaïda en Kapernaüm. Laat het voor wat het is … .

Jezus zegt bij dit alles: de oogst is groot, de arbeiders zijn weinig. Dat kunnen we ons hier in Leidsche Rijn wel aantrekken, misschien eigenlijk wel in Nederland, in heel de Westerse wereld. In Leidsche Rijn-Oost is hooguit 15 à 20 % van de mensen bij een kerk ingeschreven. Nu weet ik ook wel dat kerklidmaatschap niet het enige is, maar het is wel een indicatie … . We zijn kerk in een omgeving waarin saamhorigheid en gemeenschap beperkt is, waarin mensen aarzelen om zich te binden. Dat heeft allerlei oorzaken. Het gevoel bijvoorbeeld: ik woon hier tijdelijk. Of genoeg hebben aan eigen besognes rond gezin, werk en dergelijke. Een God die verbindt is bij dit alles ver weg. Hooguit is er misschien in huis nog een privé-altaartje, ergens in een hoekje. Het gevaar is zelfs dat wij dat hier in De Hoef bevestigen: ver weg, in een hoekje, los van de rest, voor wie wil … .

De vraag is nu: wilt u iets van de vreugde meemaken van de discipelen, van Jezus zelf? Jezus zegt dat de oogst groot is. De discipelen ervaren dat, als ze erop uit trekken. Ze zeggen dat demonen zich onderwerpen bij het horen van Jezus’ naam. Jezus zelf ziet de satan als een bliksemschicht uit de hemel vallen. Grote, voor ons gevoel misschien te grote, vervreemdende woorden. In de woorden van vandaag: tegenstellingen verdwijnen – waar tegenstellingen bevorderen nu juist hoort bij de duivel! – en bruggen worden geslagen. Waar de duivel mensen uiteen drijft, vervreemdt van zichzelf, daar brengt de boodschap van het evangelie mensen bij elkaar, bij zichzelf (vergeving van zonden is daar een wezenlijk aspect van!). Dat vergt lef! Tegelijk is de ontvankelijkheid misschien wel groter dan wij vaak denken [volgen enkele plaatselijke voorbeelden]. Het gaat er niet direct om dat iedereen hier volgende week in De Hoef zit. Maar het zijn wel eerste aanknopingspunten voor contact. Vanuit deze ontmoetingen is het altijd weer terug naar elkaar, naar de Zender. In vreugde.

Het is vandaag de laatste zondag voor de vakantie, voordat velen op een of andere manier de wijde wereld intrekken. Dat is iets wezenlijk anders dan wat hier vanmorgen in het evangelie gebeurt. Tegelijk kan er wel iets van ontmoeting plaats vinden, een onverwacht gesprek. Misschien ook dat niet, is er slechts een plek, een plaats die inspireert. Stuur daarvan een kaart naar ‘De Hoef’, met een korte toelichting. Als we na de vakantie terug komen, kunnen we daarvan met elkaar delen. In vreugde, hopelijk.

Zo is er vanmorgen niet alleen het hoorbare woord, maar ook het zichtbare teken van de doop. In zich al een getuigenis, dat het Koninkrijk van God nabij is, ook voor de kinderen die de doop ontvangen.

Utrechtleidscherijn/20100704
http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2010, KWdJ