Schriftlezing: Lucas 15: 11 - 32

Thema: Maak heel wat gebroken is … ?!

Rembrandt: 'De terugkeer van de verloren zoon' Tijdens de preek werd Rembrandts schilderij 'De terugkeer van de verloren zoon' op de beamer gepresenteerd. Bij de voorbereiding heb ik veel gehad aan: H. Nouwen, Eindelijk thuis. Gedachten bij Rembrandts 'De terugkeer van de verloren zoon' (Tielt 2001). Zie ook: www.nouwen.org

Maak heel wat gebroken is … . Dat klinkt goed. Het is een mooie gedachte, een prachtige opdracht. Maar het draagt het gevaar in zich van de slagzin, van het treffende motto. Het wordt ons té eigen. We horen het weerbarstige niet meer, het zuchten, we zien de tranen niet, we voelen de pijn niet.
Maak heel wat gebroken is … . Gebroken! Ooit liet ik als kind bij het afdrogen een kopje vallen, het was een mooi kopje, het kopje van mijn vader. Het ging in een keer aan gruzelementen. Misschien kon het nog gelijmd worden, maar ook dan zouden de breuklijnen altijd zichtbaar blijven. Het zou nooit meer zijn zoals het was. Wat doe je dan? Het ongeval opbiechten, vertellen het ging, een nieuw kopje kopen misschien. Maar eigenlijk zijn het allemaal lapmiddelen, kapot blijft kapot, echt heel, zoals het was, wordt het kopje niet meer.

We kijken vandaag naar Rembrandt, naar zijn schilderij van de verloren zoon. Het heeft iets van een dubbelportret. Aan de ene kant staat de vader die innig zijn jongste zoon omarmt. Aan de andere kant, letterlijk aan de andere kant (!), staat de oudste zoon, op afstand. Strikt genomen kan dit allemaal niet in één schilderij worden gevat. De vader onderhoudt zich apart met elk van zijn zonen, eerst met de jongste, later met de oudste. Sommige kenners zijn dan ook van mening dat de gestalte aan de rechterkant de oudste zoon niet is. We zullen nog ontdekken dat er veel voor te zeggen is, dat beide zonen op dit ene schilderij staan afgebeeld. Tussen de beide kanten van het schilderij, niet toevallig in het centrum van het schilderij is het donker, bijna zwart, als een breuk een barst die niet of nauwelijks meer te lijmen valt. We voelen de spanning, de bijna onoverbrugbare barričre (ook al is het maar een enkele stap), het gapende gat. Daarmee is dit schilderij mooi en verschrikkelijk tegelijk. Net zo min is het evangelie van vanmorgen alleen maar lieflijk, een goed-nieuws-show met een simpele boodschap. Aan de hand van Rembrandt onderzoeken we het Bijbelgedeelte en onszelf. Wie is de verloren zoon? Is dat de jongste, of de oudste? Wie ben ik, de jongste, of lijk ik meer op de oudste?

Het begint allemaal met de jongste zoon, met de vraag om zijn deel van het vermogen, de erfenis. En wel per direct. Hij laat zijn vader zelfs het vruchtgebruik niet meer. Als beide zoons alles hadden opgeëist, dan was de vader berooid achter gebleven. Met deze vraag verklaart de jongste zoon als het ware zijn vader voor dood. Hij heeft zijn vader niet meer nodig. Hij kan het allemaal zelf. Het ontroerende is dan dat de doodverklaarde vader zijn bezit (letterlijk staat er: leven) toedeelt aan zijn beide zoons. De vader laat zijn zoon gaan, hij houdt hem niet tegen. Zo ontstaat een groot contrast. Zelfs als een mens van God los is, van God los wil, Hem dood verklaart, dan nog krijgt hij van God het leven! Zo trekt de jongste erop uit. Uitlandig is hij, ellendig wordt het, in zijn uiterste consequentie. Het geld raakt op, er komt een hongersnood en hij moet de varkens hoeden, onreine dieren. Voor een gelovige Jood kon het niet erger. Dan komt de ommekeer. Dat moeten we maar niet al te veel idealiseren. Hij denkt in de eerste plaats helemaal niet aan zijn vader. Hij denkt aan zichzelf en dat weet hij zelf maar al te goed. Hij probeert het voor zichzelf allemaal goed te praten. In zichzelf repeteert hij steeds weer dezelfde trits: ik zal zeggen 1) ik heb gezondigd, 2) ik ben het niet meer waard uw zoon te heten, 3) laat mij een van uw buitenknechten zijn. Maar als hij dan thuis komt, dan is het voor hij nog maar een woord kan uitbrengen de vader die hem omhelst. Bij Rembrandt zien wij de jongen, klein (geworden), met een kapotte mantel, geschonden voeten, een bijna kaalgeschoren hoofd - is dat het hoofd van iemand die in barre omstandigheden in een kamp heeft verkeerd of is het het hoofd van een foetus, van een kind vlak voor het geboren moet worden. De vader zal hem rijkelijk voorzien van alles wat hij nu ontbeert.

Maar dan de oudste zoon. Dat is veel spannender. Bij Rembrandt lijkt hij op zijn vader. Hij heeft een baard, een rode mantel, het licht valt op zijn gezicht. Hij lijkt … . Maar tegelijk is er een wereld van verschil. De oudste zoon stelt zich afstandelijk, afwerend op. Het stijve van zijn gestalte wordt geaccentueerd door de staf. Bij de vader hangt de mantel wat losjes om hem heen, bij de oudste zoon is die gesloten, om zijn lichaam geklemd. De vader slaat zijn beide handen verwelkomend om zijn jongste zoon heen, de oudste heeft ze samen, op zijn borst gedrukt, krampachtig. Het licht in het gezicht van de vader heeft een uitstraling over zijn hele lichaam. Bij de oudste zoon daarentegen is het licht in het gezicht als het ware geďsoleerd, het werkt niet door.
De oudste zoon is opgesloten in sombere, boze, wraakzuchtige gevoelens. Hij is gehoorzaam geweest, heeft altijd aan alle verwachtingen voldaan. Hij is een goed christen, altijd naar de kerk geweest, heeft netjes geleefd … . Het maakt hem hooghartig, trots. Als één dit verdiend had, deze warmte, deze liefde, dan híj! Hij is jaloers op de jongste die het allemaal toch maar mooi gedaan heeft. Hij is boos op zichzelf, omdat hij niet durfde. Hij suggereert zelfs, dat zijn broer het geld heeft opgemaakt aan de hoeren. Dat staat nergens. Het is zijn fantasie, het zijn zijn heimelijke verlangens … .
De jongste zoon heeft in het verre land, in de ellende door schade en schande geleerd dat voorwaardelijke liefde geen liefde is. Volop vrienden, volop aandacht, zolang hij geld had. Toen het op was, gaf niemand thuis. Toen hij echt thuis was, kreeg hij van zijn vader die onvoorwaardelijke liefde … . De oudste bleef thuis, maar ook daar heeft hij blijkbaar niet geleerd wat echte liefde, echte vader/moederliefde is. Hij dacht juist door een keurig en net leven de liefde van zijn vader te winnen. Daarmee is hij letterlijk buiten komen te staan. Zal hij naar binnengaan, over de (eigen) drempel heenstappen, thuiskomen … ?

Maak heel wat gebroken is. Gebroken, kapot is de relatie tussen de oudste zoon en zijn vader. Gebroken, kapot is de relatie tussen de beide broers. Kan dat ooit nog goed komen? Is er heil, heelheid te verwachten? We weten maar al te goed, dat sommige dingen nooit meer goed komen. We kijken in het zwarte gat van Rembrandts schilderij. Dat een vader, een moeder kan vergeven, dat is niet zo ongewoon. Maar kan de oudste zoon die vergevende liefde van de vader voor zijn broer aanvaarden, kan hij zélf vergeven?
Jezus heeft geleden, is aan het kruis geslagen, vermoord, tot vergeving van onze zonden. Hij is ten onder gegaan in de diepste duisternis, in ónze duisternis. Zo groot is Zijn liefde geweest. Kunnen wij dat ontvangen, aanvaarden? Meer nog: kunnen wij aanvaarden dat Hij ook dat kleine broertje, dat onderkruipseltje, dat Hij ook hem vergeeft?
Wie goed hoort, wie goed kijkt, die beseft: dit is huiveringwekkend, álles, heel het leven voor Gods aangezicht staat op het spel. Jezus' gelijkenis is een verre van makkelijk verhaal. Het is niet goedkoop, of simpel. Alles in ons komt in opstand, kan hier niet bij, wil hier helemaal niet bij. Zal de oudste thuis komen? Zal ik …, zal ik thuiskomen, mezelf verloochenen, klein worden … ?

Alphendebron/040320




Print deze pagina

© 2004, KWdJ