Schriftlezing: Lukas 19: 11 – 27

Tekst/thema: ‘Wie durft?’



Samenvatting van de preek:


Wie durft de eerste vraag te stellen na een indrukwekkende lezing? Misschien vinden de anderen je wel een uitslover? Misschien sla je de plank volkomen mis?
Wie durft een sabbatsjaar te nemen? Zul je daarna wel weer werk vinden? Of als je dezelfde baan kunt houden, hoe je je werkplek aantreffen? Kun je dat eigenlijk wel, een jaar zo zonder werk?
Wie durft voor de klas te gaan staan? Wat zullen anderen van zo’n ‘carrièremove’ zeggen? Kun je de kinderen wel aan?
Wie durft te zeggen: ‘ik geloof’? Wie durft zijn leven in te zetten voor het geloof, te vertrouwen op God? Wie durft er tijd aan te geven, prioriteit zelfs, een taak op zich te nemen? Ook in Jezus bijzijn lijken mensen die vraag te stellen? Durf ik de sprong te maken? Het lijkt veiliger aan de kant te blijven staan. Laat anderen van de hoge springen, hun leven wagen … ?!

Dan vertelt Jezus een gelijkenis. Deze gelijkenis is vreemd en bekend tegelijk. Wij denken aan de gelijkenis van de talenten. Maar het gaat over ponden (NBG-1951) of over drachmen (NBV). Wij menen ons te herinneren dat het om drie knechten ging, maar het begint hier met tien. En verder gaat het hier over een troonpretendent, een koning-in-spé. Dat herinneren we ons ook zo niet. Dat klopt. We kennen deze gelijkenis het beste in de versie van Mattheüs. Lukas vertelt het verhaal anders.
Lukas helpt ons een stukje op weg. Hij geeft aan waarom Jezus deze gelijkenis vertelt. Hij is dichtbij Jeruzalem. Sommigen dachten: het Koninkrijk van God zal nu wel spoedig aanbreken. Jezus wil duidelijk maken dat het zover nog niet is, en dat dat een bepaalde houding vereist. Eerst komt er een andere tijd, een tijd waarin wij vandaag de dag nog steeds leven, in de verwachting van het komende Koninkrijk.
Jezus knoopt in deze gelijkenis bij een gebeurtenis aan die de mensen nog stevig in het geheugen gegrift staat. Enkele tientallen jaren eerder, zo rond het begin van de jaartelling, ging een zekere Archelaüs naar Rome. Hij wilde koning worden van Galilea. Tegelijk ging er een Joods gezantschap naar de hoofdstad van het Romeinse rijk. Zij pleitten tégen Archelaüs als koning. Zij vonden in zoverre gehoor bij de keizer dat Archelaüs wel mocht heersen over Galilea maar geen koning werd. Bij terugkomst had Archelaüs op een verschrikkelijke manier wraak genomen. Hij voelde zich publiekelijk vernederd.
Het is vreemd dat Jezus zich met deze Archelaüs lijkt te vereenzelvigen. Het is een bepaald omstreden persoon. Vermoedelijk heeft Jezus willen zeggen: weet wat je doet! Wat je doet, heeft gevolgen! Misschien niet op korte termijn, maar anders wel op lange termijn.
Iemand ging heen om zijn koningschap te laten bevestigen, zo vertelt Jezus. Hij ging ver weg. Hij gaf aan tien van zijn knechten elk 100 drachmen (1 pond, zo de NBG-1951). Daarbij is in ieder geval duidelijk dat het in geldwaarde om veel minder gaat dan bij een talent. In plaats van ettelijke duizenden euro’s gaat het hier om enkele tientjes. Daarmee sluit Jezus aan bij de gewone man, Hij komt als het ware naast hen staan. Tien knechten: zij staan voor de hele gemeenschap, voor de gemeente, voor de gelovigen. Ieder krijgt evenveel.

Toen de koning als koning terugkwam, wilde hij weten wat er met de handel van zijn geld was gebeurd. Het ging hem om hándel. Handel vergt kennis van zaken, intuïtie (een fijne neus …), maar vooral ook durf. Nadenken is nodig, maar ook weer niet te lang. Het komt aan op het dóen, op investeren. Je stopt je geld ergens in, maar het is nog maar de vraag of je het er ook weer uit krijgt. Je kúnt alles kwijt raken. De risico’s zijn groot.
Tien knechten hebben geld gekregen, maar we zien er maar drie terug. De eerste heeft een royale winst gemaakt: het tienvoudige heeft hij verdiend, ofwel 1000%. Dat is een gigantische prestatie. Hij is bijzonder succesvol geweest. Hij kán het, beheren, verantwoording dragen. Hij krijgt het beheer over tien steden. Met de tweede gaat het net zo. Hij heeft het heel behoorlijk gedaan. Hij heeft het vijfvoudige verdiend, een winst van 500%. Hij krijgt het bestuur over vijf steden. De derde daarentegen is niet ver gekomen. Hij geeft terug wat hij gekregen heeft. De winst is nihil, 0%. Maar dat is niet het enige probleem. De andere twee beginnen te zeggen: úw geld … . Zij richtten zich op de gever. Het geld, de gave is van hém. Het gaat om hém. De derde heeft het binnen de kortste keren over ‘ik’: het geld dat ik in een doek heb weggeborgen; want ik was bang voor u … . De derde is met zichzelf bezig met de gevolgen die het voor hem zou hebben. De koning zou streng zijn, wegnemen wat hij niet gegeven heeft, maaien wat hij niet gezaaid heeft. Dat is een ferme beschuldiging. Bovendien: hij wijst daarmee alle verantwoordelijkheid af. Hij kan er niets aan doen. Hij lijkt op het kind dat aan tafel een glas melk omstoot. Als zijn moeder hem er op aanspreekt, zegt hij: maar ú hebt dat glas melk hier neergezet … . De koning zegt: als je zó geoordeeld wilt worden, dan zál ik je zo oordelen, dan zal ik streng zijn, dan zal ik wegnemen wat ik niet gegeven heb, dan zal ik maaien wat ik niet gezaaid heb … . Áls je dat allemaal al zo goed wist, waarom heb je het geld dan niet op de bank gezet, tegen wat rente … ?! Neem hem het geld af en geef het aan degene die het tienvoudige heeft verdiend. Anderen protesteren nog: het is niet eerlijk, het is niet nodig ook. Die ene hééft toch al genoeg?! Wie heeft, die zal gegeven worden; wie niet heeft, die zal ontnomen worden. Wij begrijpen dat niet. Het is hard. Het is oneerlijk. Het is niet koninklijk, niet royaal. De kernvraag is daarom deze: waar staat het geld voor? Dat raakt ook de toepassing in het heden. Het is de sleutel!

Waar staat het geld voor? De koning in spe geeft aan zijn knechten een bepaalde verantwoordelijkheid, een bepaalde zorg. Dat doet hij niet voor even, maar voor lange tijd. Wat doen ze met die verantwoordelijkheid?
Wat doen wij met hetgeen God ons heeft toevertrouwd? We zouden dan heel goed in engere zin kunnen denken aan het evangelie van Jezus Christus. Dat is de boodschap van Hem die Zich in de dood heeft gegeven om ons mensen van zonde en schuld te bevrijden. Dat is de boodschap van het Koninkrijk van God dat uiteindelijk doorbreekt, nu al een lichtje in donkere tijden. Houden we dat privé, voor onszelf? Stoppen we dat weg, in een doek, in de grond?
Wat doen wij met hetgeen God ons heeft toevertrouwd? We zouden dan in bredere zin kunnen denken aan het leven, deze aarde. Houden we dat voor onszelf? Of durven we daarvan te geven, uit te delen? Ik las in de krant in de afgelopen week een paar confronterende berichtjes. Tegen alle energiebezuiniging in is energieslurpende terrasverwarming helemaal ‘in’. Auto’s worden steeds zwaarder en doen alle energiebezuiniging teniet, om alle technische snufjes die de klant nu eenmaal schijnt te willen.
Durven wij te zeggen: NEE, tot hier en niet verder? Durven wij stotterend en aarzelend misschien ons geloof onder woorden te brengen? Wie dúrft?


Verhaaltje voor de kinderen nadat zij teruggekomen zijn uit de kindernevendienst.
Twee weken geleden hebben jullie al over Thomas gehoord, over Thomas en zijn grootvader. Vandaag is Thomas in het zwembad met een aantal van zijn vriendjes. Opeens zegt een van hen: zullen we van de hoge duikplank? De een na de ander zegt spontaan ja. Ook Thomas. Maar als hij eenmaal op de duikplank staat, durft hij niet meer. Hij gaat weer naar beneden. Zijn vriendjes lachen hem uit.
Als Thomas thuis is, vertelt hij aan zijn grootvader wat er is gebeurd. Opa zegt dat de hoge duikplank helemaal niet zo hoog is. Dat dénkt Thomas maar, omdat hij bang is. Zullen wij vanavond samen naar het zwembad, stelt opa voor. Dan springen we samen. Maar ik ga eerst. En zo gebeurt het.
Als Thomas de volgende dag weer met zijn vriendjes in het zwembad is, stelt een van hen voor om weer van de hoge duikplank te springen. Jij gaat zeker niet mee, zegt hij tegen Thomas. Thomas zegt niets. Hij gaat er als een speer vandoor, de duikplank op, en hij springt als eerste. Zo hoog is het helemaal niet … .

Alphendebron/071111



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.3 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2007, KWdJ