Schriftlezing: Lucas 5: 1 11

Tekst: op Uw woord (vers 5)

Vooraf: in deze dienst werden nieuwe ambtsdragers bevestigd.

Een vreemd verhaal, in allerlei opzichten. Vreemd: een onverwacht grote vangst vissen. Hoe kan dat? Vreemd: die vergelijking tussen vissen vangen en mensen vangen. Vissen gaan dood, vinden het niet fijn om gevangen te worden. Hoe zit dat met mensen? Of mag die vergelijking niet gemaakt worden? Vreemd: het onverwachte volgen van de discipelen. Lucas plaatst als enige evangelist de roeping van de discipelen in dit verband, in het verlengde van de wonderbare visvangst. Maar ook dan blijft dan zomaar, onvoorwaardelijk volgen vreemd. Een vreemd verhaal. Het werkt vervreemdend. Het gevaar bestaat dat het van ons afglijdt, dat we enkel onze schouders ophalen en verder gaan.

Ik houd het er vanmorgen op dat het schip het schip der kerk is, ook onze gemeente. Alle dingen hebben zo hun eigen regelmaat. Kerkdiensten, de inrichting daarvan, kindernevendienst, bezoekwerk in allerlei vormen, diaconale activiteiten . Zo staan enkele vissers hun netten te spoelen. Dat moet, het is het behoud van de netten. Ze mopperen en foeteren. Ze hebben niets gevangen. Bovendien zijn ze moe. Ze hebben het gehad. De teleurstelling is van hun gezichten af te lezen. Ze hebben hun best gedaan, hard gewerkt . Ik hoor enkele mensen praten na afloop van een vergadering met weinig opkomst. Ik maakte het in de afgelopen maand enkele keren mee. Ik kan u verzekeren, dat doet geen goed. Het vreet energie.
Dan is daar ineens Jezus, een man van gezag. De mensen dringen op. Jezus vraagt aan de vissers, of hij hun boot mag gebruiken. Ze stemmen toe. Zo zal Hij beter verstaanbaar zijn. Zijn stem zal over het water verder dragen, meer mensen zullen worden bereikt door het woord dat Hij spreekt. Als Jezus uitgesproken is, geeft Hij Simon nog een opdracht: ga naar diep water, en zet de netten uit. Dat is op allerlei manieren een tegendraadse opdracht. a) De vissers visten bewust s nachts. Overdag was er weinig tot niets te vangen. b) De vissers gingen nooit naar diep water: veel te gevaarlijk en het leverde nauwelijks iets op. Ze bleven dicht aan de kant, in ondiep water. c) De vissers hebben hun werk er al op zitten. Ze zijn moe. Alles spreekt er tegen om deze opdracht op te volgen. Toch doet Simon dat, op Uw woord: omdat het vraagt. De tekst verraadt, hoe ze hebben gevist: ze sluiten de vissen in. Als de vissers een school vissen zagen, dan gingen ze er in deze techniek met hun netten omheen. Vervolgens maakten ze veel lawaai, gooiden stenen in het water, en de vissen zwommen de netten in. Dit keer zorgt dat voor uitpuilende netten. En schip is nog niet genoeg. Ook het andere is nodig om de vangst binnen te halen.

Wat nu, als Simon in het begin had gezegd: nee, meneer, u mag mijn boot niet gebruiken, want dat kost tijd en tijd is geld?! Wat nu, als hij Jezus in het preken steeds onderbroken had: u wiebelt teveel, wilt u wel oppassen dat de boot niet omslaat?
Wat nu als Simon later had gezegd: nee, ik doe niet wat u mij opdraagt. Ik vermijd diep water, daar dreigt gevaar. Ik heb een nacht lang gewerkt, ik heb niets gevangen, ik ben moe. U hebt mijn schip al gebruikt, ik ben al langer opgebleven dan verstandig is, ik moet ook nog aan mijzelf denken, en mijn gezin niet vergeten. Bovendien: iedereen weet toch, dat we overdag niets zullen vangen?!
Wat nu als Simon bij de vangst had gezegd: nee, prachtig hoor, die netten vol, maar dat kan niet. De netten zullen scheuren en door uw schuld zit ik straks uren te boeten, om alles weer heel te krijgen. Het is niet persoonlijk bedoeld hoor, maar ik gooi de helft direct weer terug.
Als Simon nee had gezegd, hadden wij hem dan ook gekend als Simon Petrus, rotsvaste Simon?! Was hij dan geworden, wie hij geworden is, die opvliegende discipel, met zijn verraad n zijn berouw, degene die ons in zijn volgen zicht heeft gegeven op die wonderlijke weg van Jezus? Dat is geen vraag. We weten het antwoord op voorhand. Nee, dan had Simon nooit zovelen tot zegen kunnen zijn, dan had hij nooit de zonden vergevende Heer kunnen verkondigen. Hij was een arme visser gebleven, naamloos gestorven en begraven, daar ergens in een dorpje aan de oever van het meer.

Jezus doorbreekt onze dagelijkse gang van zaken. Ons rustige en vredige bestaan wordt door Zijn komen opgeschrikt. Ik weet niet precies, wat het vandaag betekent, de Heer op Zijn woord geloven. Het zu kunnen betekenen: andere wegen gaan dan de gebaande. Het zu kunnen betekenen: niet bang zijn voor het diepe, dreigende, alles verzwelgende water. Het zu kunnen betekenen: veel gewoonte en traditie over boord gooien, zoeken buiten de geijkte paden, naar heel eenvoudige, directe manieren om de Heer te volgen. Maar het zou k kunnen betekenen: een onverwacht grote vangst. Simon schrikt ervan: dat juist hm dat mag overkomen. Hij is maar een gewoon, eenvoudig, zondig en daarmee sterfelijk mens. Het gebeurt, alleen maar omdat hij bereid is de Heer op Zijn woord te geloven. Blijkbaar mag dat, kan dat. Het overkwam hem, het kan de nieuwe ambtsdragers overkomen, de zittende ambtsdragers, al die anderen die zich actief inzetten voor de Heer en Zijn Rijk.

Alphendebron/030208




Print deze pagina

2004, KWdJ