Schriftlezing: Lukas 13: 10 – 17

Tekst: ‘Vrouw, u bent verlost van uw zwakheid’ (13a)

Met dank aan de leden van de emailgespreksgroep en de catechisantengroep 15-18 jarigen

Wat is er aan de hand met die vrouw, al 18 jaar bezeten door een geest van zwakheid, met haar verkromde lichaam. Wat is er aan de hand met de overste van de synagoge, met zijn norse optreden? Wat hebben de omstanders toch, dat ze zich verheugen? Maar bovenal: wie is Jezus hier? Of, toegespitst op onze dienst van vanmorgen: hoe komt Hij tot ons in de tekenen van brood en wijn?

Eerst die vrouw: een geest van zwakheid én verkromd. Laten we beginnen met die zwakheid. Aan de periode van 18 jaar kan ik niet direct een betekenis geven. Het is in ieder geval een periode van 18 jaar boosaardige, duivelse gebondenheid geweest. We kunnen het nuchter op een ziekte houden. Exegeten hebben daarvoor uiteenlopende suggesties gedaan, die er eigenlijk niet eens zoveel toe doen. Welke associaties roept deze geest van zwakheid bij ons op? Deze wakheid heeft iets van een fundamentele onzekerheid, een psychisch zwak zijn, het leven niet aan kunnen. Maar ook kunnen we eraan denken, dat ze in haar jeugd misschien onvoldoende ruimte heeft gekregen, dat ze zich niet heeft kunnen ontwikkelen, mogelijk is ze zelfs mishandeld, of – bijna tegengesteld – dat ze juist geen aandacht heeft gekregen, dat ze verwaarloosd is. Maar hoe zit dat met het verkromd zijn? Opnieuw kan dat zakelijk benaderd worden: er zijn ziektes die een lichaam doen vergroeien. Maar als we het wat breder zien, laten we zeggen als iets psychisch-somatisch? Dan doet het denken aan een zware belasting, aan hard werken, stress zelfs, aan genegeerd zijn (de mensen zien jou over het hoofd en jij kunt de mensen niet zien). Zij heeft in de gemeenschap geen status, misschien is ze vervuld van pijn, van verdriet, schaamte. Wat wil je anders met die zwakheid, voor niemand te verbergen, het is haar aan te zien. Zij heeft letterlijk en figuurlijk geen horizon, geen perspectief, ze is een gevangene van zichzelf, van haar eigen gedachten. Geen wonder dat ze in een isolement verkeerd, dat ze zich niet op kan richten. Er is immers geen trots over, geen kans om de blik op iets of iemand anders te richten, een andere koers in te slaan?! Ze stelt zichzelf passief op.

Passief. Dat doet nog beter uitkomen, hoe actief Jezus is. Dat valt op! Hoevelen vragen, smeken niet om Zijn hulp, genezing? Nog sterker dan anders is hier duidelijk: Jezus ziet haar, Hij richt zich tot haar, Hij spreekt tot haar en daarna legt Hij haar de handen op. Let op de volgorde, zoals ook bij andere genezingen, Hij let op de omstandigheden. Zij kan Hem niet direct zien, wèl horen. Jezus doorbreekt het isolement, Hij verlost haar van haar zwakheid, Hij geeft haar kracht, en zij … zij richt zich op. De horizon keert terug in haar leven.

Over het vervolg slechts aanstippenderwijs enkele opmerkingen. Vooral over het geding om de sabbat valt meer te zeggen dan nu mogelijk is. Er ontstaat weerstand, tegenstand. De overste spreekt opmerkelijk genoeg niet tegen Jezus, maar tegen de verzamelde menigte: waarom komen jullie op sabbat om je laten genezen, dat is toch nergens voor nodig?! Nota bene: de vrouw heeft niet eens om haar genezing gevraagd, Jezus heeft het gewoonweg gedaan. Hij heeft het initiatief genomen, niet zij. Misschien juist daarom wel laat Jezus zich aanspreken. Hij wijst erop, dat eenieder op sabbat wel zijn os en ezel losmaakt en laat drinken. Maar deze mens, een mens die in de schepping boven de dieren is gesteld, die laat men staan, die blijft gebonden en wordt niet los gemaakt. Het heeft een uitdagende suggestie in zich: ook jullie hadden deze vrouw los kunnen maken van haar zwakheid … .

Terug naar het begin. Hoe komt de Heer tot ons in brood en wijn. Of, beter: hoe verwijzen de tekenen van brood en wijn naar Hem? Jezus wil ons oprichten uit onze verkromtheid, onze verkramtheid. Wat houdt u tegen om zich op te richten, om te vertellen wat u bezighoudt, een andere kant op te kijken, een horizon aan uw leven te geven? Een zwakke geest, een beperkte weerbaarheid? Ziekte, lichamelijke beperkingen? Of gebeurtenissen uit het verleden, die maar blijven malen, die u in de nacht wakker maken: ooit gemaakte fouten, missers, schuldgevoelens. Of bent u gekleineerd, psychisch, lichamelijk? Is er niemand, die kan, wil, mag helpen, een hand uitsteekt. Jezus doorbreekt de barrière, Hij reikt brood en wijn aan, opdat u open en ontvankelijk wordt voor de liefde van God, voor Zijn kracht.

En wij, de anderen? Wij kunnen wat leren. Laten we niet vergeten dat onze lezing zo begint: Jezus was bezig te leren. Hij leert ons in woorden en daden. Lopen wij weg, beschaamd, boos? Of willen we ons iets aantrekken van het impliciete verwijt dat Hij maakt? Maken we mensen los van de band waarmee het leven, waarmee wij hen gebonden hebben? Durven wij ons daarvoor in te zetten? Iemand die aan huis gebonden is, figuurlijk dan, er niet uitkomt, niet alleen naar de kerk durft. Soms is er maar een enkel signaal. Maar waarom geen uitnodiging: zal ik je komen ophalen, een keer meenemen. Misschien ziet hier vanmorgen iemand die met aarzeling over de drempel van de kerk gekomen is, ongekend, wacht tot iemand hem of haar aanspreekt … . Of … .

Man, vrouw, jij, u, bent verlost van uw zwakheid!

Alphendebron/010211

© 2001, KWdJ