Schriftlezing: Numeri 5: 5 – 7; Exodus 22: 1; Lukas 19: 1 – 10

Thema: Oogstdienst

De dienst was tevens oogstdienst, waarin dit keer met name aandacht geschonken werd aan Oikocredit. Elders gebeurde dit laatste ook wel op 21 oktober. Tijdens de lezing uit Lukas werden op een beamer (computergestuurde projectie) de plaatjes uit de Kijkbijbel afgebeeld.

Wat is zojuist bij u blijven hangen van het verhaal van Zacheüs? Ik vermoed niet zo heel erg veel, zoals wel vaker bij bekende verhalen. Wij denken het te kennen. Bij mij is vooral één beeld blijven hangen, het beeld van een vijgenboom met tussen de bladeren een gezicht en speurende ogen. Het heeft iets lachwekkends. Een vooraanstaand man moet pas op de plaats maken. Als een klein kind klimt hij i de boom. Hij verstopt zich, maar wordt tóch gezien. Als het aan Zacheüs gelegen had, was het bij dat beeld gebleven, dan was het geen verhaal geworden. Zacheüs wilde zien, toeschouwer blijven, kijken-kijken-niet kopen. Maar kan dat? Kan een mens zo vrij blijven? Of kan een mens pas vrij wórden, als hij gezien wórdt?!

In enkele woorden wordt Zacheüs voor ons neergezet. Hij heet Zacheüs en hij is oppertollenaar (vergelijk de hoofdinspecteur van belastingen). We zouden ook kunnen zeggen, dat hij ‘aartstollenaar’ is, een echte. Dat zou de mededeling nog meer op scherp zetten. Zacheüs, hetgeen betekent rein, en de tollenaar, een onreine. Anders gezegd: Zacheüs is van zijn levensdoel van zijn bestemming weg geraakt. Hij was geroepen om als reine te leven! Wat zouden zijn ouders bij zijn geboorte voor idealen hebben gehad? Hoe is hij zelf op dit glibberige pad geraakt? Het zijn vermoedelijk kleine stapjes geweest. Hij had de tolpost in de grensstad Jericho gepacht, een plaats met een bloeiende handel en uitstekende vooruitzichten dus. In dienst van de vijand, een collaborateur, maar misschien wel met goede voornemens: hij zou het beter doen. Maar al gauw bleek, dat hij zijn eerlijkheid duur betaalde. Hij moest méér vragen om zelf ook wat over te houden. Bij protesterende burgers had hij de support van soldaten nodig. Ook dat kostte geld. Zo ging het van kwaad tot erger. Hij werd met de nek aangekeken. Maar hij wist de mensen terug te pakken, door nog weer even iets meer te vragen. Hij begon mensen te molesteren als hij niet direct kreeg, wat hij hebben wilde. Zacheüs, de reine, het onbeschreven blad … . Hoe gaat dat in een mensenleven.

Deze Zacheüs wil Jezus zien. Maar het kon niet, vanwege de massa’s die op de been waren. Hij was klein. Maar dat niet alleen. De mensen gaven hem ook de kans niet om iets te zien. Zacheüs is een klein, miezerig mannetje, een onderkruipseltje, de mensen keken op hem neer. Zacheüs loopt vooruit, zoekt een boom en klimt erin. Zacheüs zit zo vast in zijn rol, dat hij zich niet kan voorstellen, dat iemand naar hem zal ópkijken. In de wilde vijgenboom bedekt hij zijn schaamte, zijn naaktheid, zijn kwetsbaarheid (vergelijk Genesis 3). Daar kan hij vrij blijven. Maar er blijkt Eén te zijn die Zacheüs hoog heeft: Jezus. Hij kijkt naar hem op. Hij ziet Zacheüs en noemt hem bij zijn naam. Hij ont-dekt hem. Het is in meer dan een opzicht niet toevallig, dat Jezus bij Zacheüs thuis wil zijn. Hij laat hem daar als het ware niet in z’n blootje staan. Hij zoekt Zacheüs in de geborgenheid van zijn eigen huis. Daarom is Zacheüs ook razendsnel in zijn optreden. Hij komt vlug de boom uit en ontvangt Jezus met blijdschap.

Het kan verkeren. Het kan bekeren. Tegenover de blijdschap van Zacheüs staat het gemopper van alle anderen. Al de mensen, die aanvankelijk zoveel verwacht hadden, daar langs de kant van de weg. Ze waren nieuwsgierig, enthousiast, positief gestemd. Hun stemming slaat om. Ze worden intens jaloers. De teneur is ineens negatief. Een schaduw valt over een groot deel van de stad, het wordt er donker en zwart. Het ene zwarte schaap wordt daarentegen wit gewassen. Hij betaalt, hij betaalt terug. De helft van zijn bezit gaat naar de armen, nu, op dit moment. Dat doet hij, de buitenstaander. Kort tevoren had een ‘binnenstaander’, de wetsgetrouwe jongeman, dat nog niet aangekund. Zacheüs wil echter de wet vervullen, meer dan dat zelfs. Wat hij verkregen heeft door bedrog en afpersing, hij wil het viervoudig vergoeden. Hij bekent zijn diefstal. Zo is hij een kind van Abraham, een zoon der wet.

We houden vandaag onze oogstzondag. We besteden aandacht aan Oikocredit. Zacheüs zegt natuurlijk nergens dat dat de beste weg is. Hoewel … . Hoe komen wij vandaag tevoorschijn in deze ontmoeting van Jezus en Zacheüs? Hoe worden wij ont-dekt in onze boom? Hoe denken wij vrij te zijn en blijven? Voor ons is welvaart vanzelfsprekend, al kijken we misschien wat zuinig bij de laatste bijgestelde cijfers. We kijken naar de welvaart als iets dat vanzelfsprekend is. Maar waar hebben we het aan te danken? Ongetwijfeld aan veel en hart werken. Maar de bodem, de basis voor al onze rijkdom is wel gelegd door de koloniën van weleer, Suriname en Indonesië. Onze rijkdom is te danken aan die goedkope grondstoffen uit 3e wereld landen, aan lage lonen elders, slechte arbeidsvoorwaarden, slavernij. Tot op de dag van vandaag houdt het Westen zijn grenzen gesloten voor bepaalde goedkope producten van elders, ter bescherming van de eigen markten. Moderne vormen van tolheffing en afpersing. De econoom zal nu misschien zeggen: het kan niet anders, dit hoort bij de wetmatigheden van ons economisch stelsel. Zacheüs zal ook z’n geld wel hard nodig gehad hebben: voor de bescherming door Romeinse soldaten, om z’n hooggeplaatste vriendjes te vriend te houden, om … . Duizend-en-een goede redenen, maar toch … .

Jezus ziet Zacheüs, en hij verandert. Jezus ziet u en mij, en wij … .

Alphendebron/011104


Print deze pagina

© 2001, KWdJ