Schriftlezing: Schriftlezingen: Spreuken 3: 27-35 en Marcus 9: 38-50

Tekst/thema: ‘Als je hand je tot zonde verleidt …’ (Marcus 9: 43)



Samenvatting van de preek:


In de krant stond afgelopen maandag op de eerste pagina de kop ‘Ook nieuwe lichting managers graait’. Vier van de tien bedrijven blijkt in de afgelopen jaren jong talent te hebben ontslagen. Jonge managers blijken in de eerste plaats aan zichzelf te denken, pas daarna aan het belang van het bedrijf of van anderen. Nu vallen bij zo’n bericht allerlei kanttekeningen te plaatsen. Was het tien of twintig jaar geleden echt beter? En: we kunnen wel met onze vinger naar deze jonge mensen wijzen, maar tegelijk wijzen dan vier vingers naar onszelf. De remedie uit het evangelie lijkt duidelijk in gevallen als deze: laat deze managers hun hand afhakken, alles beter dan dat ze graaien en anderen tekort doen … .

Wij begonnen vandaag in Marcus 8 te lezen bij vers 38. We moeten ons gedeelte echter in een breder kader plaatsen en bij vers 30 beginnen. Jezus vertelt over het lijden van de Mensenzoon, over Zijn eigen lijden. Zijn leven is en wordt niet een succes-story. Afgelopen week viel mijn oog op de titel van een EO-programma, ‘Met niets begonnen’. Daarin wordt een bekende miljonair in zijn leven gevolgd. Dat dwingt zonder meer respect af, zover te komen. Maar bij Jezus is het eigenlijk omgekeerd: ‘Met niets geëindigd’. Hij houdt helemaal niets over. Dood noemen we dat. Hij geeft álles op, zodat ánderen kunnen leven. Omdat Hij alles geeft, wordt Hij opgewekt, op de derde dag. Dit alles is de inzet van wat verder volgt.
Wij zitten vanmorgen in de kerk als mensen die op een of andere manier net als de discipelen Jezus willen volgen. Hij inspireert ons, zet ons op de weg van God. We oriënteren ons op Hem, op die onvoorstelbare overgave, dat eindigen met niets .. .
Jezus roept ons vandaag op bij onszelf te rade te gaan. ‘Als je hand je tot zonde verleidt … .’ We worden dus in eerste instantie op onze eigen verantwoordelijkheid aangesproken. Het gaat over de hand, ons handelen. Over de voet, onze (Ievens)weg. Over het oog, onze manier van kijken. Handen, voeten, ogen: we hebben er twee van, we hebben er ook twee van nodig. Wie wel eens iets aan een van zijn handen heeft gehad, weet dat. Op één been kunnen we slechts met grote moeite staan. Met één oog verliezen we een belangrijk deel van ons zicht, diepte bijvoorbeeld. Tegelijk laat de medische wetenschap ons zien, dat de amputatie van een lichaamsdeel soms levensnoodzakelijk is. Zo zal het ook verstaan moeten worden als Jezus die curieuze opdracht geeft: ‘Als je hand je tot zonde verleidt … .’ Of je voet. Of je oog. Beter gemankeerd het leven binnengaan, dan heel in de hel, de Gehenna geworpen te worden. Dat klinkt angstaanjagend, roept klassieke beelden op. Hel, Gehenna, is afgeleid van het dal van Ben-Hinnom. Het is een dal aan de zuidkant van Jeruzalem. Het is er dor en droog, water komt er niet. Het is de vuilnisbelt van de stad. Het stinkt er, het rookt er van kleine brandjes. In vroeger tijden offerde men in dit dal kinderen aan de Moloch, aan het vuur … . Het wil zoveel zeggen als: op deze plaats is een mens ver weg van God. Het is Hem immers een gruwel dat kinderen geofferd worden. Jezus zegt: wie zondigt, verwijdert zich van God. Hij mist het doel dat God hem gegeven heeft.
Wat is nu zonde, met name in dit gedeelte? Ik denk dat we in het bredere kader van de tekst van vandaag vooral moeten denken aan daden die anderen tekort doen, vooral mensen die afhankelijk van ons zijn. Jezus neemt zelf de kinderen tot voorbeeld, geringen. Hij laat ons in alle radicaliteit de ernst van de zaak zien.

Het is duidelijk: de graaiers doen hun collega’s tekort, opdrachtgevers, aandeelhouders, klanten … . Er is alle reden tot een ándere manier van kijken (oog), handelen (hand) en wandelen (voet). Niet alleen voor hen, maar ongetwijfeld op tal van momenten ook voor onszelf. Ik zou willen proberen het eenvoudig te houden.
Bij het oog, de manier van kijken. Als u deze week één keer stil staat bij jaloezie of – als u dat niet kent – heimelijke verlangens. Bedenk op dat moment wat u zelf (wel) heeft.
Bij de hand, het handelen. Als u deze week één keer als u achter de computer zit en mailt of gewoon een briefje schrijft, nagaat of uw woorden een ander niet onnodig pun doen.
Bij de voet, de wandel. Al u deze week eens één keer nagaat: waar wil ik, waar wil God met mijn leven heen?
Is dat het dan? Een of misschien wel vaker stilstaan … ? Is dat dan de garantie dat het goed zal gaan? Die garantie biedt uiteindelijk alleen Jezus zelf, Hij die deze weerbarstige woorden spreekt. Met Hem begint ’t én eindigt het.

Leidscherijndehoef/090927




http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2009, KWdJ