Schriftlezingen: Markus 1: 1 en Markus 16: 1 – 8

Tekst/thema: ‘Het vreemde einde, het vreemde begin’



Samenvatting van de preek:


Deze preek werd gehouden als inleiding op een project over het Markus-evangelie. Tevens werd in de dienst waarin deze preek uitgesproken werd, een ambtsdrager bevestigd.

Er is een ongeluk gebeurd, een botsing, frontaal. Naar het schijnt is het een ongeluk met dodelijke afloop. Op de plaats van het ongeluk is het een drukte van belang: zwaailichten, sirenes, een grote horde nieuwsgierigen. De reacties lopen uiteen. ‘Wie dat nu ook zo stom!’ Een volgende emotioneel: ‘Wat verschrikkelijk! Weet jij er iets meer van?’ Weer een ander: ‘Is het wel een ongeluk? Volgens mij was het de bedoeling dat het zou gebeuren …’. Een koor, een kakafonie van stemmen, uiteenlopende meningen. De volgende dag staat er een berichtje in de krant. In de gemeenteraad worden vragen gesteld over het steeds weer gevaarlijke punt in de weg … . Maar over het geheel genomen raakt alles snel in de vergetelheid. Dit soort dingen gebeurt vaker. Alleen die het direct raakt, die zal het nooit vergeten, een familielid, een goede vriend of vriendin.

Er is een ongeluk gebeurd, met dodelijke afloop. Een Jood is door het Romeinse gezag, door Pilatus veroordeeld en geëxecuteerd aan een kruis. Jezus. Op zich niet buitengewoon. Het was aan de orde van de dag aan het begin van de jaartelling: Joden werden voor het gerecht gebracht en gestraft. Voor gebruikelijke misdaden als diefstal of zelfs moord. Voor politiek gevaarlijke opvattingen, voor opstandig gedrag, voor het op de been brengen van grote groepen volgelingen.
Verslagen waren ze, de discipelen van Jezus, vanwege het vertrouwen dat ze in Hem hadden gesteld, omdat ze op Hem hadden gehoopt, omdat ze hadden gedacht: met Hem breekt het Koninkrijk Gods aan. Juist Hij sterft, aan een kruis, de vernedering ten top. Hij had een van de velen kunnen zijn, een van die talloze gevallen die in de geschiedenis verdwijnt, als niet diezelfde leerlingen gehoord hadden van het lege graf op de derde dag. Al die andere gebeurtenissen uit Jezus’ leven, ze vallen weg bij dat ene: het lege graf, de ontmoeting van de discipelen met hun levende Heer, met diegene die ze hadden zien sterven aan het kruis. De woorden die Jezus gesproken heeft over het Koninkrijk Gods, sommige daarvan zijn vaker gehoord, uit de mond van anderen. De wonderen en de genezingen die Jezus deed, ze waren niet helemaal uitzonderlijk en uniek. Zelfs van de Romeinse keizers gingen in die tijd vergelijkbare verhalen. In Zijn bijzondere omgang met de mensen was hij niet helemaal de enige. Maar dat éne moment, de confrontatie met het lege graf, de ontmoeting ná Zijn dood, dat maakt alles anders.
We hebben vier getuigen van het tragisch ongeluk, vier getuigen die de Levende Heer ontmoet hebben: Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes. We weten niet precies, wat zij nu zelf gezien hebben, wat ze zelf hebben ervaren, wat ze van zichzelf hebben geweten. We weten niet precies, wat ze nu van andere gehoord of mogelijk gelezen hebben. Maar met een lange rij van mensen door de eeuwen heen, met één à twee miljard gelovigen erkennen wij: ze zeggen en schrijven wat God Zélf ons wil vertellen. Hun woord is Gods Woord.

Wie is die getuige Markus? Welke beschrijving zouden we aan het proces-verbaal van zijn getuigenis kunnen toevoegen? Wat is zijn exacte naam, waar en wanneer is hij geboren, hoe ziet hij eruit, wat is zijn achtergrond? Sommigen zeggen: hij is verbonden geweest met Petrus en hij is met name door deze apostel beïnvloed. Anderen wijzen op het boek Handelingen, waar een zekere Johannes Markus op reis gaat met Paulus en Barnabas. Zo zijn er nog tal van andere suggesties en speculaties. Helaas, er staat om het zo maar te zeggen geen handtekening onder de getuigenverklaring die het Markusevangelie is. We hebben slechts het evangelie zelf. Daar moeten we het mee doen. Een paar dingen vallen op.
Markus is vrijwel zeker het oudste evangelie. En het kortste. Dat is niet toevallig. Een verhaal, een geschrift, heeft de neiging in de loop der tijd uit te dijen: een paar woorden erbij om een onduidelijkheid te verklaren, een gedeelte toegevoegd dat een ander als heel wezenlijk vertelt, het schrappen van een onwaarschijnlijke passage … . Daar komt bij: als we literair geschoolde mensen mogen geloven is Markus geen groots schrijver geweest en mag zijn evangelie in literair opzicht geen kunstwerk worden genoemd. Het is een volks geschrift. Daar is niets tegen. Integendeel. Het pleit voor betrouwbaarheid en authenticiteit. Markus maakt juist in dat ruwe, onzuivere, niet-gepolijste de kern van de gebeurtenissen rond Jezus zicht- en hoorbaar. De laatste woorden van zijn boek luiden: ‘want zij waren bevreesd’. In uw Bijbel vindt u meer dan dié laatste woorden. Zeer waarschijnlijk is dat meer van later datum, van een andere auteur, van iemand die het mooier wilde maken. Hij zal hebben gedacht: met ‘vrees’ kun je iets schitterends al het evangelie toch niet eindigen … ?!
Markus heeft een ongeluk zien gebeuren, een ernstig ongeluk met dodelijke afloop. Maar hij heeft ook van een wonder gehoord, van een dode die lééft! Markus heeft een ongeluk zien gebeuren en hij is getuige geworden van een wonder. Dat bepáált – sommigen zullen zeggen: dat bepérkt – zijn evangelie. Daar wil hij naartoe. Vandaar de haast, de gedrevenheid, de vaart, waarmee Markus schrijft. Keer op keer gebruikt hij woorden als ‘terstond’, ‘zodra’, ‘direct als’ … . De gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op. Het lijkt wel of hij niet kan wachten om dat ene te vertellen, alsof hij eigenlijk daarmee wil beginnen, hij móet het kwijt.
Markus probeert gaandeweg een lastige vraag te beantwoorden. Hoe kan het dat de discipelen het niet begrepen hebben? Dat Hij moest sterven?! Dat Hij zou opstaan?! Verwarring alom, de een na de ander loopt weg, bang, gedesillusioneerd. Jezus blijft in Zijn lijden en sterven alleen achter, met slechts een paar vrouwen, en ook die blijven op afstand. Als geen van de andere evangelisten laat Markus het licht schijnen op de momenten dat Jezus anderen oproept te zwijgen. Als het om de grote tegenstander gaat, om de macht van de boze, van satan. Als het gaat om mensen die genezen zijn en hun geluk niet op kunnen. Zelfs als het gaat om zijn eigen leerlingen. Het is een goed bewaard geheim: Hij is de Messias!
Dat brengt me bij iets anders. Bij het slot en het begin. Markus vertelt vanuit het einde, zo u wilt vanuit het nieuwe begin. Als de vrouwen het graf ingaan, schrikken ze van een jonge man in het wit. Die spreekt hen toe, nog voor ze hun schrik onder woorden kunnen brengen, nog voor ze een vraag kunnen stellen. ‘Jullie zoeken Jezus, de gekruisigde. Hij is hier niet. De Opgestane is Hij, Hij is niet hier. Vertel aan zijn leerlingen en aan Petrus: Hij is voor jullie uit, op weg naar Galilea. Daar zul je Hem zien, zoals Hij gezegd heeft.’ Terug naar waar het allemaal om begonnen is, terug naar Galilea. Einde en begin, begin en einde, Alpha en Omega, ze versmelten hier tot één. Het is alsof die engel tot ons, tot mij spreekt. Wil je deze Jezus leren kennen, wil je Hem ontmoeten, wil je weten wat Hij voor jou, voor deze wereld betekent en betekenen kan: lees dan dit evangelie, lees en herlees het, laat het tot je doordringen, laat je meenemen, laat je vervullen door Zijn woorden, door Zijn daden. Daarin ligt de schat van Zijn betekenis. Hij heeft het zelf gezegd: de Mensenzoon is niet gekomen om te wórden gediend, maar om Zelf te dienen: Om Zijn leven te geven, als prijs, dat velen vrijuit zouden gaan. Hij verzoent, Hij brengt ons bij God. Dát wordt ons nu gezegd vanuit het hart van het graf, het lege graf, het betekenisvolle en tegelijk betekenisloos geworden graf, het hart van de dood, een zondig en doods leven. Lees, herlees … . Hij maakt vrij!

Het is bijzonder dat we in deze weken mensen in het ambt mogen bevestigen. Mensen hebben de stem uit het graf gehoord, zijn geraakt, meegenomen. Mensen die zeggen dat zij verder willen zoeken, voor willen gaan in zoeken naar de Levende Heer, in het evangelie, in ons midden.
Het evangelie eindigt vreemd: ze vluchtten weg, ze wisten niet hoe ze het hadden, ze waren bevreesd. Vreemd, maar misschien toch niet zo vreemd. Een dode die lééft. Maar ook: nu gaat het voor hen écht beginnen, nu komt het erop aan. In de vakantie zag ik een tentoonstelling van de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal. De actieve jaren van zijn leven vielen samen met de koude oorlog. Hij heeft het zwaar gehad. In de tentoonstelling zat een soort van brug, met daarbij een kort gedichtje met dezelfde titel:

De brug
Ik dacht altijd
dat wanneer een nieuwe dag aanbreekt,
de vogels de zon en het licht een welkom toezingen.
Nu weet ik
dat ze in die paar vroeg minuten schrééuwen,
bang voor het licht.

Alphendebron/070930



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.0 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2007, KWdJ