Schriftlezing: Jesaja 42: 1 – 4; Mattheüs 3: 13 – 17

Thema: ‘Deze is mijn Zoon, de geliefde’ (Mattheüs 3: 17-slot)

Een nieuw jaar. Een nieuw begin. Maar het kérkelijk jaar bepaalt ons in eerste instantie bij de traditie, bij wat vanouds bestaat. Deze zondag wordt dan gelezen over de doop van Jezus. Mijn eerste reactie was er een van afweer. Deze lezing raakt me niet, nu niet tenminste. Wat zou ik er van moeten zeggen? Ik heb andere teksten bekeken, gewikt en gewogen, maar het hielp niet. Geen inspiratie. Tot ik een preek te horen kreeg van Henri Nouwen, een Rooms-Katholiek priester, bekend om zijn diepe geestelijke inzichten. Hij overleed enkele jaren geleden, maar zijn boeken worden nog steeds uitgegeven en verkochte. Nouwen liet me iets zien, iets moois, en dat wil ik vanmorgen aan u doorgeven.

Rond de doop van Jezus vallen drie dingen op. 1) Jezus zegt: ‘Het past ons om alle gerechtigheid te vervullen.’ Ons: niet alleen Hem, maar ook Johannes, Johannes en Jezus samen, de een als doper, de ander als gedoopte. Dat klinkt logisch, maar is het niet. Johannes preekt over de Messias, de Christus, als wereldrechter, als een die beslist over leven en dood, als een die kopje onder dúwt … . Maar Jezus blijkt een gewoon mens te zijn: ook Hij wórdt kopje onder geduwd. Dat is bepaald niet onbelangrijk. Het laat ons zien, dat Jezus volop méns is geweest, tot in het uiterste solidair met ons. 2) Jezus wordt kopje onder geduwd in de Jordaan, letterlijk de Afdaler. Het water van de Jordaan daalt af naar een van de laagste punten van de aarde, naar de Dode Zee: daar hoopt zich als het ware alle zonde, alle kwaad op dat van de mensen afspoelt. Niet dat Jezus dat nodig heeft. Het gebeurt om te laten zien, dat Hij nergens te goed voor is. Het onderstreept Zijn houding, het onderstreept Zijn boodschap. 3) Na de doop valt er iets te zien en te horen. a) De Geest van God in de vorm van een duif, neerdalend. b) Een stem: ‘Deze is mijn Zoon, de geliefde …’. De geliefde: daar wil ik me vanmorgen op concentreren. Die aanduiding is bepalend voor Jezus, voor de weg van gerechtigheid die Hij gaat. Die aanduiding is bepalend voor ons.

Hoe voelt u zich? Dat is misschien een vreemde vraag. Wellicht moet u daar nog eens even over denken: hoe breng ik dat goed onder woorden? Het is wel een heel persoonlijke vraag. Niet iedereen zal daar even makkelijk op antwoorden.
Globaal zijn er drie dingen van invloed op uw antwoord. a) Wat u kunt en doet. b) Wat anderen over u zeggen. c) Wat u hebt, bezit.
Bij a): het maakt nogal wat uit, of u succes hebt (gehad), presteert (of anders flink gepresteerd hebt), of ik als predikant bijvoorbeeld contact maak, mensen weet aan te spreken. Of dat de mislukkingen zich opstapelen, dat het steeds maar niet lukt om een bepaald tentamen te halen, of dat uw levensloop zoiets is als ’12 ambachten – 13 ongelukken’: dat maakt een mens down, neerslachtig, depressief, misschien ook angstig voor wat komen gaat. Natuurlijk, het kan zijn dat uw leeftijd zodanig is, dat van succes en grootste prestaties nu nauwelijks meer sprake is, maar dat u nog vol zit van wat u allemaal heeft gedaan … .
Bij b): het maakt nogal wat uit, wat mensen tegen of over u zeggen. Wij leven, we gróeien van de complimentjes, dan zijn we iemand. Maar tegelijk kan één enkele opmerking alles ook verknoeien, één kritische opmerking is voldoende om alles weer teniet te doen. Dan zijn we ‘weg’, worden we onzeker, boos, dan weten we niet meer waar we het zoeken moeten.
Bij c) het maakt nogal wat uit, wat je bezit, gezondheid, familie, een baan of mogelijk zelfs een bedrijf, een huis … . Dat geeft een gevoel van onafhankelijkheid, we ontlenen er onwillekeurig ook een bepaalde status aan, een reden van bestaan. Zolang we gezond zijn, gaat ’t ‘toppie’. Maar zodra er ook maar iets in de gevarenzone komt, als er scheuren ontstaan in de zekerheid die het bezit lijkt te bieden … .
Hoe voelt u zicht? Laten we eens zeggen, dat het goed gaat, uitstekend zelfs. U hebt net promotie gehad, u wordt door iedereen positief benaderd, u heeft alles wat uw hartje begeert. Dat kan volgende week heel anders zijn: ontslag of zelfs faillissement, uitgerekend een van de kinderen confronteert u met harde kritiek, uw gezondheid begint te kwakkelen. Over twee jaar staan de zaken er waarschijnlijk weer heel anders voor. Zo wordt een mens op en neer geslingerd, een leven lang. Er is één zekerheid: met de dood is dit alles voorbij. U kunt niets meer doen. Al gauw is er niemand die meer over u praat. U bezit niets meer.

God zegt tegen Jezus: jij bent mijn Zoon, de geliefde. Vooral dat laatste is mij nooit zo opgevallen: de geliefde, degene van wie gehouden wordt. Zo heeft Jezus Zichzelf gezien: als een van wie God houdt, wat-er-ook-gebeurt. Wie in het Mattheüs-evangelie doorleest, die leest over de verzoeking van Jezus door de duivel. De duivel suggereert: het maakt wel degelijk uit, wat je doet (verander dus die stenen maar in brood). De duivel suggereert: het maakt uit, wat anderen zeggen (kijk eens, Hij springt van het dak en engelen dienen Hem). De duivel suggereert: het maakt uit, wat je hebt (alle Koninkrijken van deze wereld leg ik in Jouw hand). Jezus antwoord keer op keer: het is een leugen, het is niet waar! Dit is wat ‘de wereld’ je probeert wijs te maken. Want of wij het nu willen of niet, er ligt een scherp scheidslijn tussen geloven en niet geloven. Velen zeggen: het geluk ligt in jezelf, jíj moet het zelf maken … . De Bijbel zegt: het geluk ligt búiten jezelf. Uiteindelijk is er maar één ding van belang, dat God van mij houdt. Zo heeft Jezus geleefd, vanuit dat weten, dat ervaren. Hij heeft bijzondere dingen gedaan, geheeld en genezen, prachtige woorden gezegd, tallozen geïnspireerd, maar uiteindelijk heeft Hij gezwegen, heeft Hij niets meer gedaan, slechts ondergaan. Alle complimentjes, alle loftuitingen, ze vielen in het niet bij de bespottingen, bij het schelden. Hij had niets, Hij wilde niets hebben, Hij gaf zelfs Zijn eigen leven op. Het was Hem genoeg, dat die Ene zei: jij bent mijn Zoon, de geliefde.
God zegt tegen u, tegen mij: jij bent mijn kind, mijn zoon, mijn dochter, de geliefde, Ik houd van jou! Hij zegt het dus niet alleen tegen Jezus, ook tegen mij, tegen u. Ik heb geaarzeld, of ik dat zo zeggen kon, of wij ons zo naast Jezus konden plaatsen. Maar toen viel me op, dat Paulus in de Romeinenbrief spreekt over de gemeente te Rome als ‘geliefden Gods’. Door te geloven in Jezus Christus, door met Hem in Zijn doop/dood te sterven en op te staan, worden wij Zijn broers en zussen. God onthult met de woorden bij Jezus’ doop Zijn licht (vergelijk de grondbetekenis van epifanie, de typering van het kerkelijk jaar de eerste weken na Kerst). Hij nodigt ons uit ons licht aan dat Licht te ontsteken.
Geloven dat is dus je leven met alle ups en downs in dat (lichtende) teken plaatsen: ‘ik ben geliefd’. Dat vraagt om oefening. Dat is bepaald niet gemakkelijk. Want die ‘feel-good-momenten’ (wat je hebt, wat je kunt, wat ‘ze’ zeggen) zijn als een drug, opgeroepen door de ‘feel-bad-momenten’. Maar wie het aandurft als geliefde van God te leven, te leven bij en vanuit de wetenschap en ervaring ‘ik ben geliefd, door God’, die zal ontdekken dat al die andere dingen minder van belang zijn. Alles komt in een ander perspectief te staan. Dan komt ineens een regel uit een oud lied bij me naar boven ‘Jezus uw verzoenend sterven is het rustpunt van mijn hart’. Rust. Vrede. ‘Free at last’, zo druk Marten Luther King zijn hartstochtelijke verlangen uit in die bekende toespraak ‘I have a dream’. Vrij, vrij om gerechtigheid te doen, de weg van het Koninkrijk te gaan, vrij om bijvoorbeeld op dit moment royaal te geven ten behoeve van de getroffenen in Zuid-Oost Azië. Ieder moment dat de verleiding weer op komt, dat de lijn weer naar beneden gaat, verbittering toeslaat, juist ook door mensen op wie je rekent …, laat u, laat jou dan zeggen door God: jij, jij bent mijn zoon, mijn dochter, de geliefde … . Laat u vanmorgen zo bevestigen in de tekenen van brood en wijn: u, jij, je bent voor Mij zo kostbaar, dat ik Mezelf voor jou geef, dit brood is Mijn lichaam, deze wijn, het is Mijn bloed.

Alphendebron/050109

De preek van Henri Nouwen naar in het begin van de preek aan gerefereerd wordt is te bekijken of te downloaden (nb: ruim 46 MB!): Bekijken preek Henri Nouwen (downloaden: klik rechtermuisknop en kies 'Doel opslaan als ...')




Print deze pagina

© 2005, KWdJ