Schriftlezing: II Koningen 2: 19 – 22 en Mattheüs 5: 13 – 16

Thema: ‘Jullie zijn het zout van de aarde’ (Mattheüs 5: 13 – NBV)



Samenvatting van de preek:

Een overbekende tekst. Om met de tekst zelf te spreken: zoutloos. Het zoutende, prikkelende is uit de tekst verdwenen. Op. Over. Maar het lastige is nog niet eens het zoutloze. Het lastige zit ‘m voor mij in het feit dat we weer iets moeten. We doen van alles, we hebben volle agenda’s, zowel thuis in het gezin, als op het werk en in de kerk. Maar dat lijkt niet genoeg, niet goed genoeg. Er lijkt meer te moeten. Het lijkt anders te moeten. De opdracht wordt een aanklacht. Iedereen weet dat als je de auto aan het inladen bent voor vakantie, dat er altijd nog wel iets bij kan. Maar op een gegeven moment is de auto echt vol. Dan kan er niets meer bij. Zo is het ook in het geloof. Zo is het ook in de kerk. Dan wordt een tekst als deze teneerdrukkend, deprimerend. Dan ontstaan er kerkelijke depressies, zeker als het gezwoeg en geploeter weinig lijkt op te leveren. De klacht luidt dan: er is te weinig blijdschap in de kerk. Soms behoren apathie en onverschilligheid ook tot de symptomen. Dat betekent dan dat anderen vaak nog zwaarder beladen worden. Enzovoort. Een vicieuze cirkel.
Dat kan de bedoeling niet zijn. In het voorafgaande gedeelte is over de een na de ander gezegd: zalig, gelukkig ben jij … . Geloof, God, heeft iets te bieden, helpt, wijst de weg, troost.

‘Jullie zijn het zout van de aarde.’ Jullie! Ik? Misschien heeft een van de discipelen zich nog eens even omgedraaid. Heeft Jezus het tegen hen, tegen hem? Jazeker, jullie! Jezus spreekt Zijn discipelen direct aan. Ze kunnen er niet onderuit.
‘Jullie zijn het zout van de aarde.’ Jullie zijn. Dus niet: jullie moeten dat worden, of jullie kunnen dat worden als je dit of dat … . Jullie zijn. Net als bij Paulus twee weken geleden in I Corinthe 3: jullie zijn Gods tempel. Elk die zich laat aanspreken door Jezus, elk die Zijn woorden hoort, die zich er door in beslag laat nemen. Het is een belofte voor elk van de discipelen, voor hen samen. Zo is het. Zo zal het zijn. Geen twijfel mogelijk. ‘Jullie zijn het zout van de aarde.’ Dat ligt als belofte besloten in de omgang met Jezus Christus, voor elke gelovige. Hij is prikkelend, Hij geeft smaak en kleur aan het leven, Hij zuivert … . Dat laat geen mens onberoerd. Er verandert iets, altijd, hoe weinig ook.
Ja maar … . We zijn toch maar met weinigen. Ridderveld: 10 à 15.000 inwoners. Ongeveer 10 à 15 % staat bij onze gemeente ingeschreven. Maar van die ingeschreven is maar weer een klein deel actief, meelevend, kerkgaand. De invloed, de impact van ons als kerkelijke gemeente is daarom minimaal, verwaarloosbaar. Dat is waar. Maar Jezus spreekt tot twaalf discipelen, iets meer dan twee handen vol, een klein clubje. Met elkaar zijn het maar een paar korreltjes zout. Maar ieder weet: zelfs dat kleine beetje maakt de soep of het brood al smakelijk. Het maakt een wereld van verschil. Die twaalf mensen zijn verder gegaan, hebben de boodschap doorgegeven: de een na de ander, de eeuwen door. Het is als domino op D-day: het ene blokje tikt het ander aan, zoals ook wij zijn ‘aangetikt’ bijna 2000 jaar later. Wie had dat toen ooit kunnen denken?!

Maar wat wordt dan van de gemeente, van christenen verwacht? Wat zijn dan de eigenschappen van het zout? Ik las eens ergens: Jezus heeft bewust niét gezegd ‘Jullie zijn de honing of de suiker van de aarde.’ Zo is het soms wel gegaan: veel onheil en leed werd door het geloof verzoet, alle bitterheid terzijde geschoven alsof het niet bestond. Tegen armen is gezegd: als je maar rijk bent in het geloof. Tegen verdrietigen: bid maar. Tegen zieken: stil maar, wacht maar. Zo kon het niet, zo kan het niet. Maar de ene verzoeting was nog iet voorbij, of er kwam andere zoetigheid voor in de plaats. We moeten maar niet meer praten over zonde, dat is zo lastig en ongemakkelijk. We moeten het maar niet meer hebben over de hel, dat is iets van vroeger en dat gelooft toch niemand meer. We moeten maar niet meer spreken over de zin en de noodzaak van geloven, want ach hij leeft zonder toch eigenlijk ook best goed. Zo wordt opnieuw van alles toegedekt. Het geloof als verzoetende pleister op alle wonden.
Maar zout bijt. Wonden gaan open. Zout zuivert ze, maakt ze schoon. Als Jezus zegt ‘Jullie zijn het zout van de aarde’, is dat bepaald geen gemakkelijke zaak. Dat betekent: jullie leggen de vinger op de zere plek, bij jezelf, bij anderen. Wie zo tegen Jezus’ uitspraak aankijkt, ontdekt dat geloven spannend wordt, kritisch, want concreet.
Zout heeft daarbij nóg een eigenschap. Zout moet gebruikt, verwerkt worden. Maar als het verwerkt wordt, dan lost het op, wordt het onzichtbaar, is het niet te zien, alleen maar te proeven. Als wij dat zout zijn, dan worden wij als het zout uit het zoutvaatje uitgestrooid over de wereld. Het moét gebruikt, anders verliest het zijn waarde. Dan wordt het vochtig. Of dan werken, zoals in het Midden-Oosten vroeger, bijvoegsels en onzuiverheden op het zout in en wordt het op den duur krachteloos.

Als zout uitgestrooid. Als wij straks de kerkzaal verlaten, hoe gaat dat dan? Wat moeten we dan? Op zich niet zoveel. Het gaat ergens vanzelf. We zijn het zout van de aarde, door ons geloof in Jezus.
Omdat we onze handen vouwen en bidden, vertrouwend op Hem uit Wie wij kracht ontvangen. Voor al die mensen die ons lief zijn. Voor al die mensen die ons niet lief zijn. Voor al die mensen die steun en kracht nodig hebben. Voor onszelf.
Omdat we dankbaar willen delen van het vele dat we gekregen hebben, zowel geestelijk als materieel. We geven aan ZWO, aan al die organisaties die werken een vrede en gerechtigheid.
Omdat wij op zondag niet meedoen aan de zich haastende meute. Kost niets. Kost eerder minder om vandaag niet aan de koopzondag mee te doen.
Omdat we in de organisatie (sport, hobby …) waar we lid van zijn gewoon meedoen, maar heel subtiel laten merken dat we van geroddel en gekonkel niet gediend zijn.
Het zijn allemaal kleine dingen. Het lijkt niet veel. Maar ze doen ertoe! Ze laten zien, dat wij niet de zoutzakken van de aarde zijn, maar het zout, kleine korreltjes.

Als Jezus hier van Zijn discipelen, van ons, zegt dat wij het zout der aarde zijn, dan klinkt daar nog iets in mee. In Leviticus lezen we dat bepaalde offers met zout bestrooid worden. Zo wordt het zout deel van het offer. Zo worden wij verbonden met het offer van Christus.
Als Jezus spreekt van het zout der wereld, dan verwijst Hij ook naar dat offer. Want zout heeft iets offerends. Het lost op, lijkt te verdwijnen als het gebruikt wordt. Zijn leven is opgelost in de dood aan het kruis. Hij is verdwenen, op aarde niets meer van te zien. Zelfs het graf was leeg. Voor Zijn naasten betekende dat angst, onzekerheid, alsof alles geheel en al zinloos was geweest, van Zijn leven niets meer over. Maar Hij leeft! Juist door deze Levende geeft God ons leven en inhoud smaak, wordt het pittig, eetbaar, leefbaar, beleefbaar.

Alphendebron/050206
http://www.kwdejong.info


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.6 Mb).
Klik hier voor downloaden of beluisteren!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC beluisteren.



Print deze pagina

© 2005, KWdJ