Schriftlezing: Matteüs 5: 17 – 26

Tekst/thema: ‘Van moet naar moed’



Samenvatting van de preek:


Deze preek is gehouden in een doopdienst.

Een van de centrale thema’s in het Bijbelgedeelte van vandaag is het begrip gerechtigheid. Bij gerechtigheid denken wij aan recht. Als je je keurig aan de regels houdt … . Maar gerechtigheid gaat verder, is meer dan je aan de regels houden, netjes binnen de lijntjes lopen, zorgen dat je op geen enkele manier met justitie in aanraking komt. De Here Jezus wijst ons daarin de weg.

We horen de mensen die Jezus beluisteren onderling al fluisteren: ‘Wat is dat voor een man? Hij maakt ons onzeker. Hij haalt de fundamenten weg onder ons geloof. Al wat voor ons van waarde is, lijkt voor Hem waardeloos.’ Jezus beantwoordt de onrust met de zin: ‘Ik ben niet gekomen om Wet en Profeten af te schaffen, maar om die te vervullen.’ Hij is gekomen om Wet en Profeten waar te maken, volledig, vanuit hun bedoeling. Achter Wet en Profeten staat God zelf. De vraag bij ons dagelijks leven moet dus steeds weer zijn: waart is God op uit, wat wil Hij van ons?
Jezus strijdt tegen de opvattingen van de toenmalige heersende klasse, zeker in religieus opzicht, Farizeeën en Schriftgeleerden. Zij legden een sterk accent op de regels. Als het maar klopt. Zij oordeelden rigoureus, zonder aanziens des persoons, zonder rekening te houden met omstandigheden, mechanisch, alsof een mens een robot is. Jezus stelt daar een heel andere, veel organischer opvatting tegenover. Wat is de bedoeling, Gods bedoeling. Farizeeën en Schriftgeleerden gaan ver, maar in Zijn ogen niet ver genoeg. We horen in Jezus’ woorden de passie, de vonken springen eraf.

Jezus neemt om te beginnen een ‘eenvoudig’ verbod. ‘Pleeg geen moord.’ Dat is duidelijk. Zouden wij zeggen. Er is maar een uiterst kleine groep mensen die zich schuldig maakt aan overtreding. Moord is zeldzaam, gelukkig. Maar is het verbod daarmee ‘vervuld’? Jezus kijkt naar de intentie: ‘Laat leven, koester het leven zoals God dat gegeven heeft.’ Jezus spitst dat toe op woede en boosheid, op onderlinge verwijten, op een geschil van welke aard dan ook. Wat kan tussen jou en de ander instaan? Wat maakt de ander ‘dood’ voor jou? Tegenwoordig zouden we bijvoorbeeld wijzen op discriminatie, op ongegrond etiketten plakken, op iemand zomaar ‘wegzetten’: negeren, niet meer spreken, verketteren. ‘Pleeg geen moord.’ Menigeen denkt misschien nog steeds: gelukkig, ook dan ben ik ‘veilig’, wat mij betreft: ik leef voor zover het van mij afhangt met iedereen in vrede.
Maar Jezus is nog radicaler, gaat nog verder. Hij gebruikt drie voorbeelden. a) Als je boos bent op een ander, hem uitscheldt, ‘dwaas’ of ‘nietsnut’ noemt. Je zult je straf niet ontlopen. b) Als een ander jou iets verwijt en je herinnert je dat als je naar de tempel gaat om je met God te verzoenen … . Ga dan naar die ander toe, verzoen je in de eerste plaats met hem of haar en zoek vervolgens Gods aangezicht. c) Als je met elkaar een geschil hebt, probeer dan met elkaar tot overeenstemming te komen. Natuurlijk, je kunt naar de rechter gaan, maar je loopt de kans in het ongelijk gesteld te worden en zelfs in de gevangenis terecht te komen.
Het meest opmerkelijke van deze drie voorbeelden is de tweede. Als een ander jou iets verwijt … . Daar kun je wellicht zelf heel weinig of zelfs niets aan doen. Toch verwacht Jezus dat je in actie komt. ‘Pleeg geen moord.’ Zo gemakkelijk als het lijkt, is het niet. Wij denken bij ver- en geboden aan moet (moeten). Maar het gaat in het licht van het Koninkrijk der hemelen veeleer om durf, om moed. Niet moet, maar moed.

Jezus laat ons onszelf steeds weer de vraag stellen: zitten we wel goed. Hij maakt het ons niet gemakkelijk. Hij maakte het Zichzelf niet gemakkelijk. Uiteindelijk moest Hij voor deze weg met Zijn leven betalen. Omdat Hij gerechtigheid voor recht liet gaan. Omdat Hij ons overzichtelijke leventje door elkaar heeft gegooid. Omdat Hij een bedreiging vormde voor alle mensen die het goed voor elkaar dachten te hebben. Maar Hij werd niet boos, Hij ontstak niet in woede tegen zijn tegenstanders, Hij heeft zelfs voor hen gebeden: ‘Vader, zij weten niet, wat zij doen’. In Zijn grote liefde voor ons, heeft Hij zelfs vergeving en verzoening tussen God en ons teweeg gebracht, Hij heeft Zijn weg aan ons ten goede laten komen. Geen recht. Wel gerechtigheid. Hij zag dat wij het, dat wij Hem nodig hadden, hebben.

Vandaag hopen we drie kinderen te dopen. De doop verbindt hen, verbindt ons met Jezus Christus. Hij doet vonken overspringen, Hij zorgt dat de energie kan stromen, Hij zet in gang, motiveert: we kunnen worden zoals we in Gods ogen bedoeld zijn. Dat betekent in een leven dat vol is van regels, geboden, verboden, van moet naar moed. Maar de doop is meer dan deze verbinding alleen. De doop laat ook zien, dat God zonden wil en kan afwassen, dat Hij ons wil en kan reinigen, zodat wij als herboren zijn, opnieuw kunnen beginnen. De doop laat zien, dat wij steeds weer naar God terug kunnen keren, wat er ook gebeurt. Ook daarin maken we dezelfde beweging, van moet naar moed. Wie durft?!

Utrechtleidscherijn/20110213

http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2011, KWdJ