Schriftlezing: Mattheüs 6: 9-slot; Exodus 3: 1 – 14

Thema: ‘Uw Naam worde geheiligd’

Een paar jaar geleden hadden we een bezinningsdag met de wijkkerkenraad. We werden toen gevraagd ons voor te stellen aan de hand van de vraag wat we met onze naam/namen hadden. Aanvankelijk was er wat aarzeling. Maar al gauw kwam een veelkleurig palet aan levensverhalen naar voren. Iedereen had wel iets te vertellen. De een was vernoemd naar zijn grootvader. Een ander naar haar tante-zonder-kinderen, met wie ze een bijzondere band had opgebouwd. Ook nu haar tante was overleden bleef in en met haar die naam klinken en riep die naam de herinnering aan deze tante op. Een volgende had eigenlijk een uitgesproken hekel aan zijn naam. Weer een ander vertelde dat zijn naam altijd verbasterd werd (Willem – Willempie), hij was ermee geplaagd en nog altijd erg gevoelig voor die momenten dat zijn naam verhaspeld werd. Iedereen had iets met zijn naam. Aan de hand van ieders naam kwamen herinneringen naar boven, vreugde en verdriet. Het werd zodoende een intensieve kennismaking, met een warme, emotionele kleur.
Als uw of jouw naam genoemd of geroepen wordt, dan reageert u, dan reageer jij, al is het maar door even op te veren. Herkenning! Niet die naam wordt geroepen, u, jij wordt geroepen. Die naam, dat zijn we zelf, dat ben ik, dat is mijn identiteit.
Als we dit zo bedenken, dan ligt de betekenis van de bede ‘Uw Naam worde geheiligd’ voor de hand: wees voorzichtig met Gods Naam, sterker nog wees voorzichtig met God Zelf, met Hem ergens bij te betrekken. Maar tegelijk kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er nog iets meer te zeggen valt. Daar wil ik vanmorgen naar zoeken.

Ik heb gemerkt dat niet iedereen duidelijk is, waar het Jezus met deze bede in het Onze Vader om te doen is. ‘Uw Naam wórde geheiligd’. Worde: een wens, wij hopen/wensen dat Uw Naam geheiligd wordt. In veel kookboeken was deze wijze van spreken bekend: men neme … . U weet maar al te goed, dat als je iets van de aanbevolen ingrediënten niét neemt het goed fout kan lopen. Eigenlijk is het dus zoiets als: u móet nemen … . Uw Naam móet worden geheiligd. Daar komt bij: in de gebruikte Griekse werkwoordsvorm zit iets van herhaling. Het moet steeds weer gebeuren, het moet steeds weer gebeden. In ons vaak gedachteloze bidden zit dus tegelijk iets krachtigs, iets van protest, iets van een bonzen op de hemeldeur: Heer, luister toch, kom toch, het is hard nodig, wij vragen, wij eisen zelfs dat Uw Naam nu wordt geheiligd, dat het nu toch echt gaat gebeuren … !

Uw Naam. Zonder twijfel wordt daarmee in eerste instantie gedacht aan de vierletterige, Hebreeuwse Gods-Naam: JHWH. Deze naam wordt door de Joden niet uitgesproken. Als deze vier letters in de Bijbel staan, zeggen zij ‘Heer’, of ‘de Naam’. JHWH is afgeleid van het werkwoord ‘zijn’. We herkennen dat in de betekenis die er in Exodus 3 aan gegeven wordt: ‘Ik ben die Ik ben’, ‘Ik zal er (bij) zijn’, ‘Die er zal zijn’, de Aanwezige. Dat is Gods program, Zijn beleid om maar eens een moderne term te gebruiken. Hij is erbij, Hij wíl erbij zijn. Als Hij erbij is, dan gebeurt er iets, actie! Dan gaat Jozef niet ten onder in de put, waarin zijn broers hem hebben gestopt, dan hoeft het volk niet te blíjven zwoegen onder het slavenjuk van Egypte, dan hoeven mensen in nood niet te blijven roepen om de komst van de Messias, dan verklinkt de roem op hulp, genezing, vergeving niet … .
Heiligen. Heiligen betekent zoveel als apart zetten, afzonderen, niet laten aantasten, niet laten corrumperen, maar hoog houden. Dat is nodig, zinvol. Denkt u bijvoorbeeld aan het heiligen van de sabbat. Dat biedt structuur, dat geeft tijd voor rust en inkeer. Alle andere dagen van de week profiteren daarvan. Het werkt door. We weten uit eigen ervaring maar al te goed, wat er gebeurt als die ene dag niet meer (zo) geheiligd wordt. Natuurlijk, het heiligen kan ook té strikt zijn, té strak. Maar wie eenmaal begint te sjoemelen, te relativeren, die ontdekt dat binnen de kortste keren ook dat ene rustpunt vervliegt en het héle leven komt te staan in het kader van de onrust, de haast, de drukte. Heiligen is heilzaam, ook voor wat niet geheiligd is.
Maar wíe moet Gods Naam nu heiligen? God of mens? Uit de bede zelf wordt dat niet duidelijk. Natuurlijk, het gebed wordt tot God gericht. Maar betekent dat ook dat Hij er ook Zelf maar voor moet zorgen? We hopen dat misschien ergens wel, met ons bonken op de hemeldeur. Werk toch zo in mensenlevens dat U Naam geheiligd gaat worden. Grijp toch zo in, dat mensen U zullen erkennen. Handel toch … . Maar dit bidden slaat ook terug op onszelf. Dat wij zélf die Naam zullen heiligen in ons leven.

Gods Naam – heiligen – Hij én wijzelf. Wat betekent het voor ons? Dat wij Hem de plaats geven die Hij toekomt; dat wij Hem noemen als Hij genoemd mag/moet worden; dat wij over Hem zwijgen als Hij er niets mee te maken wil hebben. Dat klinkt zo op het eerste gehoor eenvoudig, maar dat is het bepaald niet! De doopouders van vanmorgen hebben vast een voorbeeld, waar God wél bij genoemd mag worden: bij de geboorte van hun kind, een wonder. Maar als we verder kijken? We weten het misschien ook nog wel, als het gaat om onzelfzuchtige hulpverleningen, met brood, kleding, eerste levensbehoeften … . Maar als het nu gaat om de oorlog in Irak, of om de sociaal-maatschappelijke onrust van dit moment. Ligt daar enige relatie met de wil van God? Mag Zijn Naam in dat verband op een of andere manier genoemd worden? Of betekent de bede dan juist: geef ons inzicht, dat onze ogen geopend worden, dat we ook in zulke buitengewoon gecompliceerde vraagstukken Uw wil, Uw aanwezigheid herkennen?!
Zometeen willen wij Gods Naam verbinden met de namen van vier kinderen. ‘Ik zal er bij zijn’, ‘Ik zal bij hén zijn’. Ik vermoed dat u wel beseft, dat het gebed ‘Uw Naam worde geheiligd’ dan tal van betekenissen en uitwerkingen kan hebben. Bijvoorbeeld. Dat wij hopen en vertrouwen dat God mét deze kinderen zal zijn, merkbaar zowel voor henzelf als voor anderen. Dat de ouders er in de opvoeding alles aan zullen doen, dat Gods Naam in de levens van deze kinderen geheiligd wordt (door ze te leren zoeken naar Gods weg in hun leven). Dat de kinderen zelf Gods Naam waardig zullen leven, biddenderwijs, o God gericht, op Zijn wil.
Maar aan dit alles gaat iets voor af. Een weten, voelen, ervaren, zoals in dat gedichtje dat voor in de Naardense Bijbel staat (waarbij de doop een teken is dat spreekt, een teken dat verhaalt van Gods woorden):

Lees dit dan als een lang verwachte brief,
en wees gerust, en vrees niet de gedachte
dat U door deze woorden werd gekust:
ik heb je zo lief.

Alphendebron/041024




Print deze pagina

© 2004, KWdJ