Schriftlezing: Mattheus 8: 23 - 27

Tekst/thema: 'Houvast'



Samenvatting van de preek:


Deze preek werd gehouden in een doopdienst waarin vier kinderen werden gedoopt. Voor deze dienst waren ook alle (gedoopte) kinderen uitgenodigd die op de basisschool zitten. Zij kregen onder andere een verhaal te horen over de betekenis van de doop. Dit is opgenomen onder de preek.

Jezus slaapt. Er zijn verschillende aspecten uit het evangeliegedeelten die vragen oproepen. Maar dit is toch wel het vreemdste. Jezus slaapt. Het is een groot kabaal, donderend geraas van weer en wind. Het houdt niet op. De ene golf is nog groter dan de andere. Het schip maakt water, het kraakt, het rommelt. Niemand kan zich staande houden. De discipelen worden van de ene naar de andere kant geslingerd. Alles staat op z’n kop. Onrust alom. Maar Jezus slaapt. Het staat er abrupt, zonder verdere verklaring, alsof het verder geen verklaring nodig heeft. Toch beginnen hier juist de vragen. Hoe kan dat? Jezus slaapt, God slaapt. Hoe kan dat in een wereld waar soms zulke heftige stormen woeden … ?
Er zijn verschillende verklaringen te bedenken voor Jezus’ houding. Hij kan gewoon moe zijn geweest. Hij kan er bewust op hebben aangestuurd dat de discipelen zich nu maar zelf zouden redden. Hij kan ziek zijn geweest. Het kan bedoeld zijn als een soort test, waarin de discipelen moesten laten zien wat ze waard waren. In het boek ‘Het Berninimysterie’ van Dan Brown komen we een passage tegen, waarin het gaat over de noodzaak van een dergelijke test.
De Zwiterse gardist (Z): Ik snap niets van een God die almachtig en goed is.
Camerlengo (C): Het lijkt tegenstrijdig: hongersnoden, oorlogen, ziektes … . Maar stel je eens voor dat je een kind hebt. Zou je die dan laten skateboarden?
Z: Ja, dat denk ik wel, maar ik zou hem wel vertellen voorzichtig te zijn.
C: Maar als hij nu een gat in de knie valt?
Z: Dan leert hij voorzichtiger te zijn.
C: Dus, hoewel je bij machte bent hem pijn te besparen, kies je ervoor je liefde voor je kind te tonen door hem zijn eigen lesjes te laten leren.
Z: Natuurlijk, pijn is een onderdeel van het proces van volwassen worden.
C: Precies!
Is dat het? Test Jezus zijn discipelen? Wil hij ze op deze manier laten groeien, volwassen leerlingen laten worden? Of is er meer? Of is er toch iets anders?

‘Toen Jezus het schip in gegaan was, volgden Zijn discipelen Hem.’ Het staat er bijna terloops, zo terloops dat het ons niet eens direct opvalt: de discipelen vólgen Jezus. Dat willen wij ook wel, denken we, Jezus volgen. Kort tevoren is iemand bij Jezus gekomen die heeft aangegeven Hem te willen volgen. Jezus antwoordt dan nogal bruusk: de dieren hebben hun holen, de vogels hebben hun nesten, maar de Zoon des Mensen (Hij!) heeft zelfs geen steen als kussen om zijn hoofd op neer te leggen. Als dan even later ook nog eens een leerling zich meldt met het verzoek om zijn vader te mogen begraven, is Jezus’ reactie: laat de doden de doden begraven, en volg Mij. Dat is hard, onvriendelijk, zo lijkt het. Het is alsof Jezus vraagt: wat wil je nu eigenlijk, Mij volgen, of wil je iets anders? ‘Toen Hij in het schip gegaan was, vólgden Zijn discipelen Hem.’ Het vervolg laat zien, wat het betekent om Jezus te volgen … .
‘En zie, er ontstond een grote beving in de zee, zodat de golven het schip bedekten.’ Een grote beving, een grote ‘seismos’. Wij kennen het woord van de seismograaf die de bevingen van de aarde registreert. Wie Jezus volgt, komt in dat soort omstandigheden terecht: de aarde gaat beven! De stad Jeruzalem beeft van de geruchten, als Jezus de stad als koning binnentrekt. Als Jezus aan het kruis gestorven is, beeft de aarde. Als Hij opstaat uit de dood, schudt de aarde op zijn grondvesten. Steeds als het erop aan komt, is er sprake van een beving. Wie Jezus wil volgen, komt in dat soort omstandigheden terecht … . Jezus volgen is dus geen garantie, niet een soort van verzekering voor het geval dat. De tegeltjeswijsheid zegt het al: God belooft ons rustige vaart … . Het is erop of eronder, de golven gaan hoog. Water bedekt het schip, het dreigt ten onder te gaan, aan zonde, aan kwaad, aan … . Er lijkt geen ontkomen aan.
‘Maar Hij sliep’. Alsof Jezus er niet is. Alsof wij er zelf voor staan. Alsof van volgen geen sprake meer is.
‘Zij kwamen bij Hem, wekten Hem en zeiden: heer, red ons, wij vergaan!’ Het water staat ze aan de lippen. Ze zijn vervuld van een diepe angst, een doodsangst. De wortel van veel angst is de angst voor de dood. De een: ‘Mij moet je niet vragen voor een grote groep mensen te gaan staan, dan besterf ik het.’ Een ander: ‘Die operatie, ik zie er huizenhoog tegenop. Als ik er niet goed doorheen kom, als er iets met me gebeurt, hoe moet ik dan nog leven … ?’ Weer een ander: ‘Als ik over mijn geloof moet praten, dat kan ik niet, dan ben ik weg.’ En een volgende: ‘Als ik eerlijk ben, toen het laatste kind de deur uit ging, toen dacht ik dat ik geen leven meer had, geen taak meer.’ Zo tobben we wat af. Over grote angsten en kleine angsten. Over kleine en grote dingen. ‘Kijk eens wat er allemaal in de wereld gebeurt … ?!’ Ik hoor daarin vaak iets van: het zal mij of ons toch niet overkomen … .
‘En Hij zei: waarom zijn jullie zo bang, kleingelovigen?’ Dat klinkt bestraffend, kleinerend. Tegelijk: Jezus benóemt hun angst, geeft aan wat er aan de hand is. Het is alsof hij ze met deze woorden een flinke tik op de wang geeft, zo dat ze weer bij zinnen komen … . Zojuist vólgden ze Hem nog … en nu?!
‘Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en het werd helemaal stil.’ Over contrasten gesproken. Eerst een grote beving, nu is het helemaal stil.
‘De mensen verwonderden zich en zeiden: wat voor iemand is dat, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzamen?’ De mensen. Niet, niet alleen de discipelen. We horen als het ware de echo van de omstanders in deze woorden door. Wie is Hij, wie is Deze toch? Die donkere machten van het kwaad, het donkerste donker, het lijkt allemaal onoverwinnelijk, ze lijken erbij te horen … . Ze lijken … . Het lijkt alleen maar zo. Jezus slaapt. Maar slaapt Hij wel?

Vorige week was op TV een meer dan drie uur lange film te zien over het Kartuizer klooster ‘La grande Chartreuse’ in Frankrijk: ‘Into great silence’. Een kleine dertig monniken leven daar, met een ijzeren dagritme. Familie en gasten zijn niet welkom. De monniken leven in afzondering. Ze hebben zichzelf, de stilte en God … . De filmmaker Philip Gröning leefde zes maanden met de monniken mee. De film is indringend doordat er geen achtergrondmuziek is, of een verhelderend commentaar. De film registreert slechts. Het belangrijkste geluid is dat van het gezang van de monniken en de geregeld luidende klokken. In een interview werd Philip Gröning gevraagd wat het grootste verschil was, toen hij na zes maanden klooster weer in zijn woonplaats Berlijn kwam. Zijn antwoord was: de angst. In het klooster was de angst vrijwel afwezig. Toch zou er naar ons idee alle reden toe zijn. Het aantal monniken daalt gestaag. Wanneer komt het moment dat het ‘over en uit’ is? De monniken vertrouwen op God. Als het klooster ooit zou moeten worden opgeheven, dan is dat Gods wil. Ook bestaat er geen angst voor de dood. Want de dood betekent voor hen: dichter bij God. Gröning ervaarde dat in Berlijn de angsten binnen de kortste keren terug waren. Lukt het me om die opdracht te krijgen die ik financieel nodig heb? Kan ik die vriendschap wel behouden? Wat als ik dood ga? Wij denken dan dat de monniken het in hun omstandigheden wat dit alles betreft makkelijk hebben. Maar dat is de vraag. In de stilte komen zij zichzelf tegen, dalen zij tot op de bodem van hun eigen ziel af. Dat is een harde confrontatie. Alle verdriet, pijn, boosheid, neiging tot zonde, ze kunnen er niet omheen. Ze moeten er dóórheen.
Dat klooster in Frankrijk is ver weg. Wij leven hier, in Alphen en naaste omgeving. Toch blijven die woorden van Gröning bij mij hangen. Geen angst … .
Wie gedoopt is, is in en door die doop met Christus verbonden. Daarom kunnen wij zeggen: Hij draagt ons door het leven heen. Hoe hoog de golven ook gaan, hoezeer zij het schip van ons leven ook bedekken, hoe diep het water ook is, hoezeer wij misschien denken: Hij slaapt. Hij heeft met Zijn bloed getekend voor de goede afloop. Jezus volgen: dat vraagt inzet, overgave. Maar tegelijk is het: gedragen worden. Als de discipelen Jezus in de boot volgen, dan is het vervolgens veel méér dan een test. Eigenlijk is het heel iets anders. Hij is aan boord, dat is de verzekering.
Ik weet dat het niet eenvoudig is. Ook ik heb soms mijn zorgen, bijvoorbeeld als het gaat om de kerkelijke gemeente hier. Er gebeurt veel, er gebeurt veel goeds. Maar dat neemt de zorg niet weg, als het gaat om kerkgang, als het gaat om de bereidheid zich in het christelijk geloof te verdiepen, als het gaat om continuïteit bij het zoeken naar nieuwe ambtsdragers … . Dat kan me bang maken. Hoe lang kan het zo door gaan … . Als volgeling van Jezus zet ik me in, ik doe mijn best, maar soms na een moeilijk bezoek of weet ik wat voor avond, dan kan ik me soms heel indringend afvragen: heb ik wel de juiste woorden gesproken, op de aangewezen manier gereageerd … ? Maar steeds weer is dan de weg: ik ben gedoopt, ik ben in Hém gedoopt, ik mag me aan Hem toevertrouwen. Net als de discipelen kan ik roepen: Heer, red me, want ik ga aan mezelf ten onder. En Hij, Hij staat op … .

Alphendebron/071028


Verhaal voor de kinderen (‘Houvast’)

Het is zondagmorgen. Opa en oma zijn op bezoek. Dat is altijd gezellig. Ze nemen wat lekkers mee en soms zelfs een cadeautje. Als opa en oma er zijn, dan mag er vreemd genoeg altijd wat méér van mama. Het lijkt wel of ze vies geworden kleren van Thomas en zijn zusje dan niet ziet. Of wil ze ze niet zien?

Ze zijn samen naar de kerk geweest. Het was een lange dienst. Er werden maar liefst vijf kinderen gedoopt. Dat gebeurt niet elke keer. Thomas houdt niet van lange diensten. Maar bij dopen valt het wel mee. Net als anders is er kindernevendienst. Maar ook in de gewone kerkdienst is er dan veel te beleven. Er worden meer liederen gezongen die hij kent, van school. Er zijn altijd een paar kinderen die in glazen kannen het water naar binnen mogen dragen en in de doopvont mogen gieten. Andere kinderen mogen een cadeautje geven aan de doopouders. De doopouders krijgen voor hun baby een brandend kaars. ‘We geloven dat het licht van Jezus een leven lang over dit kind mag schijnen’, zegt de dominee daarbij. De ouders van Thomas hebben ook zo’n kaars gekregen. ‘Die is later voor jou’, heeft mama gezegd. Elk jaar, op de verjaardag van zijn doop, steken ze hem even aan.

Bij het dopen zelf mogen de kinderen vlak bij de doopvont komen staan. Thomas rent altijd als een van de eersten naar voren. Dan staat hij vooraan en kan hij het allemaal goed zien. Meestal vertelt de dominee ook iets aan de kinderen. Laatst had hij zijn trouwring afgedaan en laten zien. Hij had gezegd: ‘Bij het trouwen geven mensen elkaar vaak een trouwring. Wat denken jullie, maakt het uit of je die trouwring nu draagt of niet? Ben je als je die ring afdoet, niet meer getrouwd?’ De kinderen hadden elkaar vragend aangekeken. Thomas begreep het ook niet helemaal. ‘Nee!’, had ineens een van de kinderen geroepen, ‘ook als je je ring afdoet, dan ben je nog steeds getrouwd.’ ‘Zo is het nu ook met de doop’, zei de dominee, ‘je ziet het al heel gauw niet meer dat je gedoopt bent. Het water is zo weer weg. Toch blijft geldig, wat God met de doop zegt: wat er ook gebeurt, wat je ook doet, jij bent en blijft een kind van mij.’ Daar moet Thomas nog maar eens over nadenken … .

Al ze thuis zijn stelt Thomas ineens de vraag: ‘Wat betekent het eigenlijk dat ik gedoopt ben?’ Hij weet niet eens, hoe hij op die vraag komt. Pappa is net druk bezig met de koffie. Dat doet hij altijd op zondag. Mama heeft het met oma over haar nieuwe baan. Het wordt stil. ‘Wat is er?’, vraagt mama. Thomas herhaalt de vraag: ‘Wat betekent het dat ik gedoopt ben?’ Opnieuw wordt het stil. Mama kijkt vragend naar pappa. En omgekeerd.

Opa doorbreekt de stilte. ‘Herinner je je nog, toen we laatst zijn wezen varen?’ Thomas herinnert zich dat nog maar al te goed. Het was somber weer. Het waaide hard. Ze hadden nog geaarzeld of ze wel zouden gaan. Ze hadden de boot klaar gemaakt. Opa stond op de steiger. Hij had één touw losgemaakt. Het andere zat nog om de paal. Ineens kwam er een hele harde windvlaag. Tegelijk ging het water met een enorme zwieper omhoog. Het andere touw knapte. Thomas zat alleen in de boot. Die kwam los van de steiger. Thomas schrok. Opa schrok. Opa had later gedaan alsof er niets aan de hand was, maar Thomas wist wel beter. Gelukkig had de boot niet alleen aan touwen vast gelegen. Het was door een ketting verbonden met het anker, dat op zijn beurt stevig in de bodem vast zat. Uiteindelijk was het met veel moeite gelukt de boot weer aan de steiger te krijgen.
Terwijl Thomas de beelden van die dag weer voor ogen krijgt, zegt opa: ‘De boot zat toen met een ketting vast aan het anker. Die boot, dat ben jij, dat is jouw leven. De ketting, dat is de doop. Het anker, dat is Jezus. Het kan flink tekeer gaan in je leven. De golven kunnen hoog opspatten. Het kan stormachtig zijn en de zeilen van de boot kunnen alle kanten op klapperen. Maar je hebt altijd die ketting en dat anker. Je hebt altijd de doop die je met Jezus verbindt. Hij houdt jou vast, wat er ook gebeurt. Je weet van die dag een tijdje terug, dat het niet allemaal even makkelijk weer in orde komt. Maar uiteindelijk komt het goed, dat is zeker.’
Thomas weet niet, wat hij nu moet zeggen. De anderen in de kamer blijkbaar ook niet. Het blijft opnieuw even stil. ‘Ik ga nog even naar boven, verder bouwen aan mijn modelbootje’, zegt hij. Hij wil er nu een met een ketting en een anker. Die heb je toch wel nodig, denkt hij. Ze geven houvast.


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.9 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.


http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2007, KWdJ