Schriftlezing: Ezechiël 34: 1 – 11 en Mattheüs 9: 35 – 38

Tekst: Mattheüs 9: 35 – 38 (NBG-1951)



Samenvatting van de preek:

Deze preek werd gehouden in het kader van een diaconale zondag.

‘Ziende de scharen …’. Wat heeft Jezus gezien? Dat is duidelijk: de scharen, de mensenmenigte, de mensenmassa. Maar het moet toch meer zijn dan dat?! Hij wordt door het zien ‘met ontferming over hen bewogen’. Eerder zijn de mensen Hem in drommen gevolgd, stap voor stap, om vooral toch maar niets te missen. Ze zijn nieuwsgierig. Ze hebben zich verwonderd over Zijn leer, Zijn woorden. Ze hebben God verheerlijkt, toe ze zagen wat Hij kon doen, hoe Hij een man weer op de been hielp. De scharen leven met Jezus mee, ze zijn enthousiast. Wij zouden zeggen: er is voor Jezus alle reden tot tevredenheid, Hij is bevestigd in Zijn missie, geslaagd, Hij kan achterover leunen … .
‘Ziende de scharen …’. Eerder volgden de scharen Hem tot bij de oever van het Meer van Galilea, ze drongen (zich) op … . Ook toen zág Jezus de scharen, maar Hij wilde vluchtten, het meer op. Het kwam Hem te na. Iemand gaf aan Hem te willen volgen. Prompt schiep Jezus afstand: de vossen hebben holen, de vogels hebben hun nesten, maar de Zoon des Mensen heeft geen plek om Zijn hoofd neer te leggen. Weet, wat je doet … . Nu, nadat Hij álle steden en dorpen bezocht heeft, nu Zijn werkterrein vele malen groter is dan alleen dat kleine Galilea daar ergens in het Noorden, nu wordt Hij met ontferming bewogen. Geen vlucht, Hij kan er niet meer aan ontkomen, Hij staat als het ware aan de grond genageld. Wat is het toch, dat Jezus heeft gezien?

‘Ziende de scharen …’, de mensenmenigte, de massa … . Als ik zo de massa op me af zou zien komen, als ik overspoeld zou dreigen te raken door de menigte, dan zou ik veeleer dreiging en angst voelen, veel meer dan ontferming! Grote groepen mensen opeengepakt, licht ontvlambaar, vatbaar voor manipulatie, het Museumplein vol demonstranten, vol van emoties, roepen en schreeuwen, leuzen die gescandeerd worden … . Angst, onzekerheid … . Waar gaat dit heen, waar gaan zij heen, deze mensen? Het Griekse woord dat aan ons woord ‘schare’ ten grondslag ligt, wijst daarop: onrust, last, lawaai. Maar ook: zonder richting, ieder eigen kant op, verwarring. Mattheüs licht het in zijn evangelie toe: ze zijn voortgejaagd, afgemat. Voortgejaagd: dat betekent zoveel als dat ze geen keus hebben, dat ze wel moeten, dat ze geen kant op kunnen. Bij al die woorden denk ik onwillekeurig ook aan de herdenkingen van de afgelopen weken, ter gelegenheid van de bevrijding van concentratiekampen zestig jaar geleden. Voortgedreven en dáárom afgemat, afgepeigerd. Een mens kan heerlijk moe zijn, voldaan: een middag stevig in de tuin gewerkt, een berg administratie verwerkt … . Maar dit afgematte, afgepeigerde is iets anders. Wie voortgedreven wordt, gaat niet uit een eigen, innerlijke motivatie. Die moet, omdat er een druk van buiten is, psychisch of fysiek geweld. Iemand drukt een pistool in je rug en zegt ‘en nu lopen!’ Als schapen zonder herder. De herder, zeker de herder in Bijbelse tijden, gaat voorop, hij lokt, hij leidt, hij weet de weg, hij speurt naar het beste voor zijn schapen. En zij, de schapen, zij weten dat: híj brengt hen naar grazige weiden en waat’ren der rust.

Ik kan me voorstellen, dat er mensen die zeggen: dat ben ik! Hij heeft mij gezien! Ik ben ziek, ik heb het ene onderzoek na het ander, het helpt allemaal niets, het houdt maar niet op. Natuurlijk, natuurlijk wil ik beter worden, maar nu word ik geleefd, ik heb niets meer te kiezen. Een ander erkent: het is heel langzaam gegaan, maar de drank heeft me steeds meer in z’n greep, ik ben mezelf niet meer, ik kies niet meer, de drank kiest voor mij … . Een volgende vertelt over haar werk, reorganisatie na reorganisatie, het plezier in het werk is verdwenen, het gevoel dat je ertoe doet is weggeëbd. Het is werken, omdat je nu eenmaal werken moet, brood op de plank … . Voortgedreven, afgemat … .
Ik zie de wijken waarin we wonen. Huis na huis, ieder zijn eigen plekje, ieder vaart zijn eigen koers. Heerlijk allemaal, onafhankelijk, vrij. Maar intussen hunkeren velen naar iets dat daar bovenuit grijpt. Christenen in alle soorten en maten, New Age, Islam, geloof in genieten-hier-en-nu … . Een gezamenlijk doel ontbreekt, een ideaal. Mensen lopen tegen elkaar op, botsen, als schapen zonder herder.

Jezus zet als het ware alles nog eens op een rijtje: Hij heeft geleerd (de feiten), Hij heeft verkondigd (de boodschap, de richting), Hij heeft genezen (geheeld, verzoend). Ineens, als Hij dat alles overziet, lijkt een nieuw inzicht door te breken. Hij zoemt in op al die gezichten, op al die levens en levensverhalen. Hij wordt overweldigd. Dan dringt het tot Hem door. Letterlijk! Hij wordt met ontferming bewogen (N.B. de NBV vertaalt hier met het veel zwakkere ‘medelijden’). Letterlijk staat daar zoiets, dat zijn ingewanden worden omgekeerd. Hart, lever en longen, alles komt in beweging, krachtig! Het is onontkoombaar. Dat is geen medelijden, Hij is aangedaan! Uw armoede, het wordt tot Zijn armoede. Uw leegte, het wordt tot Zijn leegte. Uw angst, het wordt tot Zijn angst. Uw afgemat zijn, het wordt tot Zijn afgemat zijn. Uw zonde, het wordt tot Zijn zonde. Hij neemt het op zich, Hij draagt het mee, Hij draagt het weg. Elke keer weer als Jezus met ontferming wordt bewogen, dan wordt duidelijk dat Gód me ontferming wordt bewogen. Zozeer is God aangedaan door het zien van de scharen. We voelen alleen al door de loop van de zinnen aan: hier kan het niet bij blijven, er móet iets gebeuren. Jezus spreekt korte en krachtige zinnen. De oogst is groot. Het aantal arbeiders is weinig. De zinnen zijn zo bekend, dat het vreemde erin nauwelijks meer opvalt. De oogst! Wij zouden zeggen: werk aan de winkel, de grond moet bewerkt, er moet gezaaid, gezorgd, gewied, vertroeteld, alles wat er maar nodig is om de tere plantjes te laten groeien … . In deze onze gemeente, in de wijken waarin we wonen: daar zal toch eerst gewérkt moeten worden … . Voordat we het goed en wel beseffen, zijn we al druk bezig met nadenken, wat er dan wel niet allemaal zou moeten gebeuren … . Hoopvol kijken we naar de plantjes die hier en daar al opkomen, begin van een bloem of een vrucht zelfs misschien … . We zouden kunnen denken: dat slaat Jezus allemaal over. Maar we zouden het ook zo kunnen zien: Jezus draait alles om. God heeft de nood van al deze mensen allang gezien, zoals Hij ook onze nood al lang heeft gezien. Ze moeten het alleen nog merken, bekend worden met het feit dat er een oppassende Herder is die hun leven leidt, waarop ze hun leven kunnen richten. Dat is het evangelie: het leven hoeft niet te zijn een opgedreven zijn door ouderdom en toenemende afhankelijkheid; het leven hoeft niet te zijn een opgedreven zijn door de hunkering van iemand die dan toch echt om jou geeft, van jou houdt; het leven hoeft niet te zijn een opgedreven zijn door de eisen van de mensen om je heen, of dat nu je partner is, een leraar, of je baas; het leven hoeft niet te zijn een opgedreven zijn door angsten waar het leven nu eenmaal vol van is … . Het leven kán zijn een uitgedaagd worden, een van binnenuit gericht zijn op de Herder, op het verlangen naar Zijn toekomst, naar Zijn Koninkrijk.

De diaconie vraagt ons vandaag om naar elkaar te kijken, in het bijzonder naar mensen die zijn voortgedreven, afgemat. Dat is een kijken zonder angst, zonder al teveel aarzeling, een kijken om aangedaan te worden, bewogen te worden, en vooral ook te laten zien dát we bewogen worden. Door onze manier van kijken, door onze in-drukken, door dat wat het in ons in beweging zet, kunnen we iets laten merken van de manier waarop God naar hen kijkt.
Iemand leed aan een kil en koud hart. Het leven was nu eenmaal zo gelopen. Er kwam een mens die verstandige woorden sprak, goede raad gaf. Maar het hart van de man werd er niet door genezen. Er kwam een ander, die probeerde te verwarmen met een groot vuur, met dekens en kruiken. Maar het hart van de man werd er niet door genezen. Een derde kwam. Hij ging naast deze man zitten, hij zag zijn ellende, hij omhelsde hem en huilde. Toen, eerst tóen begon er iets te gloeien in het hart van de man. Niet de verstandige woorden, niet de warme kruiken, maar de tranen bereikten zijn hart.

Alphendebron/050417


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.1 Mb).
Klik hier voor downloaden of beluisteren!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC beluisteren.


http://www.kwdejong.info




Print deze pagina

© 2005, KWdJ