Schriftlezing: Jesaja 26: 19a; 29: 18-19; 35: 3-7a; 42: 6-7; 53: 4a; Mattheüs 11: 2-6

Tekst: Mattheüs 11: 6: ‘Zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt.’



Johannes de Doper bevindt zich in de gevangenis. Laten we ons geen illusies maken over zijn situatie. Weinig of geen daglicht, een ongezond klimaat. Het vocht loopt langs de muren, het is er koud en kil: steen geeft geen warmte. Johannes heeft nauwelijks een plek om languit te liggen, om over verdere bewegingsvrijheid maar niet eens te spreken. Ongedierte alom: ratten, luizen, insecten, wat niet al. Hij krijgt nauwelijks te eten: een hompje boord, wat waterige soep, daar moet hij het mee doen. Het gezelschap dat hij heeft, is bepaald niet opbeurend. Of het nu gaat om de bewakers of zijn medegevangenen, ze spotten met hem, ze tergen hem, ze proberen hem op alle mogelijke manieren uit. Het beeld is intussen wel duidelijk, denk ik. In zulke omstandigheden begint een mens na te denken. Hoe heeft het allemaal kunnen gebeuren? Hoe is het zo ver kunnen komen? Is het wel de moeite waard geweest. En: is dit nu Gods bedoeling?

Johannes stond daar in de woestijn. Een wildeman, met ongeknipte, ongekamde haren. Hij zag er woest en vervaarlijk uit. Zijn mantel – nou ja, eigenlijk was het meer een zak – was gemaakt van kamelenhaar. Eenvoudiger, armoediger kan het amper. Met sprinkhanen en wilde honing hield hij zich in leven. Voor ons klinkt dat wat griezelig, maar het was ongetwijfeld voedzaam en in vergelijking met het gevangeniseten een vetpot. Johannes had geroepen, geschreeuwd, geprofeteerd. Tegen het establishment. Tegen schriftgeleerden. Tegen … . ‘De bijl ligt aan de wortel van de boom, dus als hij geen vrucht draagt …’. Zorg dat er in je leven iets te zien is van God, van Zijn Koninkrijk. En: ‘Ik doop met water, maar die ná mij komt, die doopt met Geest en vuur.’ Terwijl hij sprak, sprongen de vonken eraf. Hij stond zelf in vuur en vlam. Zuiverend zou Hij werken, de Komende van Godswege. Het zou allemaal anders worden. Wat krom is, zou worden recht gemaakt. Eindelijk! Het Koninkrijk Gods is nabij: bekeert u! Hijzelf had al een omgekeerd, een bekeerd leven geleid, a(b)normaal. De een na de ander was naar hem komen kijken. Het werd een beweging. Nieuwsgierigen, leergierigen, van alles door elkaar, rijp en groen … . Hij stond in het middelpunt van de belangstelling. Sommigen waren hem gevolgd, blijvend geboeid, geraakt door zijn woorden, zijn scherpe tong. Die tong, die woorden, die hadden hem uiteindelijk ook in de gevangenis gebracht. Hij had het niet kunnen laten Herodes bestraffend tegen te spreken: houdt u toch op, met dat gerotzooi met uw schoonzus. Het zou hem uiteindelijk letterlijk en figuurlijk de kop kosten. Van de massa’s van weleer waren er slechts enkele getrouwen overgebleven. Zij bezochten hem, hier in de gevangenis. Het was ze weer eens gelukt, met wat smeergeld voor de bewakers.

Zo hoort Johannes van de werken van de Christus (= Messias), zo heeft Mattheüs het begrepen. Geen misverstand mogelijk: Jezus is de Messias die Johannes verkondigde. Waarvan kan Johannes gehoord hebben? Mattheüs vertelt in de voorafgaande hoofdstukken over armen die het evangelie verkondigd is, over melaatsen en andere zieken die genezen zijn, over een storm die bedaarde, over verlamden die weer op de benen worden gezet, over een dood meisje dat wakker wordt beroepen, over blinde ogen die worden geopend, over doofstommen die horen en spreken. Wij zouden zeggen: dat moet toch overtuigend zijn geweest?! Johannes, hij heeft er zo bovenop gestaan, zo anders dan wij nu, en toch twijfelt hij. ‘Bent u het wel, of moeten wij een ander verwachten?’ Als de leerlingen van Johannes met de vraag bij Jezus komen, dan geeft Jezus een kort antwoord. Vertelt Johannes, wat jullie horen en zien. Dat heeft iets van een dooddoener. Want Johannes hééft al het nodige gehoord. En Jezus voegt er ook nog enkele woorden aan toe, woorden van Jesaja, woorden door Jesaja gericht aan ‘versaagden van hart’ (35: 4a), aan mensen als Johannes dus. Johannes kende ongetwijfeld de profetieën van Jesaja. Hij zal de woorden van Jezus dus hebben ingedronken. We luisteren gespannen met hem mee. Blinden worden ziende, lammen wandlen, melaatsen worden gereinigd, doven horen, doden worden opgewekt, armen ontvangen het evangelie … . En dan stopt het. Johannes had meer verwacht. Hij wacht nog even, maar zal vervolgens iets gevraagd hebben als: ‘en, zei hij nog meer?’. Zijn leerlingen zullen elkaar veelbetekenend hebben aangekeken, geaarzeld hebben misschien, en vervolgens hebben gezegd: ‘Ja, Hij zei nog iets, dit: zalig wie aan Mij geen aanstoot nemen.’ Dat moet een klap voor Johannes zijn geweest. Want Jesaja had ook gezegd: ‘de stomme zal jubelen’ (dus hij ook, Johannes, stom gemaakt in de gevangenis), en: ‘hij zal komen om de gevangenen bevrijding te brengen’ (dus ook Johannes). Maar daarover zwijgt Jezus. Alleen de woorden ‘geen aanstoot nemen’ blijven over.

Ik vind dit schokkend, hard. Als één zich heeft ingezet, als één het verdiend was in de messiaanse beweging van Jezus te worden opgenomen, om te delen in het heil, dan toch Johannes. Maar dat gebeurt niet. Hij is teleurgesteld, verbitterd, op zichzelf teruggeworpen, en dan zo’n antwoord. Het is niet zo moeilijk om dit in te leven. Ik beperk me daarom tot enkele voorbeelden. Ik denk aan iemand die vanuit geloof geleefd heeft, wellicht aan menig ziekbed gezeten heeft, gesteund is door het geloof, de toewijding van andere zieken. Maar als zij dan zelf ziek wordt, dan is het ineens leeg, dan wordt het stil, dan is het worstelen met God. Of ik denk aan een gelovige die gezien heeft hoe vitaal mensen in zijn naaste omgeving oud worden, soms na hun 65e als het ware nog een tweede leven kunnen beginnen. Maar als hij dan zelf zo ver is, dan valt het tegen, dan komen de gebreken. Al die anderen wèl, maar hij niet! De zekerheid, de rust waar een mens dan op rekent vanuit het geloof, het lijkt ineens onvoorstelbaar ver weg. Uitroeptekens worden vraagtekens. En dan zegt Jezus: zalig wie aan Mij geen aanstoot nemen. Daarbij kunnen wij als navolgers van Jezus direct denken aan hetgeen Paulus heeft gezegd over het kruis: een aanstoot, maar ook: wijsheid Gods, kracht Gods tot behoud. Maar er ligt ook nog een ander, meer pastoraal getinte wijsheid in opgesloten. Jezus zegt ook: laat je niet verblinden door je eigen situatie, laat je niet wegvoeren door je eigen gevoelens. De komst van het Koninkrijk staat of valt niet met wat jij meemaakt. Het gaat daar ver bovenuit!

Bij het overwegen van de situatie van Johannes is het goed ook te denken aan die vele andere gevangenen in de wereld die om hun geloof of hun geweten vastzitten. Ook vanuit kerken worden in Advent en tijd vóór Pasen vele groeten en brieven verstuurd. Sommigen van de gevangenen hebben wel iets weg van Johannes de Doper, de voorloper (ja, hij loopt letterlijk en figuurlijk voor de muziek uit). Het zijn dikwijls maar kleine berichtjes in de krant, als die krant al gehaald wordt. Oppositieleider in Zimbabwe opgepakt. Voorganger van een Chinese huisgemeente opgesloten. Wij kunnen hen vanuit het geloof iets aanreiken, iets dat lijkt op die profetie van Jesaja. Bevrijding? Nu, dat meestal niet. Maar de berichten van organisaties als Amnesty International maken wel duidelijk, dat aandacht geven helpt. Tallozen hebben bedankt voor de kaarten die ze ontvingen. Anderen zeiden iets te kunnen merken van de druk van de publieke opinie. Autoriteiten blijken toch hun beleid te wijzigen, al zullen ze openlijk nooit iets toegeven.
Vanmorgen worden wij bepaald bij het lot van Johannes. Wij worden bepaald bij onze eigen aarzelingen. Tegelijk worden we opgeroepen te blijven verwachten: Hij komt!


Alphenmaranathakerk/081130 (geluidsfragment)
Alphendebron/011216



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.2 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.


Print deze pagina

© 2001,2008 KWdJ