Schriftlezing: Mattheüs 16: 13 - 20; Handelingen 11: 19 - 26

Thema: Christus



Samenvatting van de preek:

Deze preek wordt gehouden in een reeks over de Apostolische Geloofsbelijdenis. De vorige keer ging het over 'Ik geloof in (…) Jezus'. Dit keer gaat het verder over Christus.

Wie ben ik? Als ik dat zou moeten omschrijven zou ik van alles op kunnen noemen. Ik ben mens, man, 43 jaar oud, precies - soms wel eens wat té -, gelovig christen … . Allemaal gegevens, eigenschappen, die aangegeven wie ik ben, wat mijn identiteit is. Het is niet één ding, maar een samenstel van eigenschappen. Weinig van die eigenschappen zijn op zich uniek - alleen bijvoorbeeld de combinatie van geboortedag en geboorteplaats, of dat ik de oudste zoon ben van mijn ouders.
Op vergelijkbare wijze vertelt de Apostolische Geloofsbelijdenis ons, wie Jezus is. De opstellers hebben daarbij vooral gelet op een aantal unieke eigenschappen. De naam Jezus is dat op zich niet. In Zijn tijd deelde Jezus zijn naam met een heleboel andere jongens. Maar 'eniggeboren zoon' is dat wel, net zoals wij Hem belijden als 'onze Heer', of dat Hij is 'ontvangen van de Heilige Geest', 'geboren uit de maagd Maria'. Zo is ook 'Christus' een redelijk unieke titel. In het Hebreeuws is het Messias, in goed Nederlands Gezalfde. Op zich zegt het ons allemaal niet zo heel veel. Het roept weinig bij ons op, zo vertrouwd klinken de woorden. Als iemand zou zeggen 'ik ben de gezalfde', dan zouden we hem of haar misschien wat vreemd aankijken, maar ach. Het wordt al anders als iemand zou zeggen 'ik ben de christus'. Daarvan is er maar één. Hoe durft iemand … ?! Daarmee raken we al iets van het spanningsveld dat Jezus binnengaat, als Jezus aan Zijn discipelen de vraag stelt: wie zeggen de mensen, wie zeggen júllie dat Ik ben? U bent de Christus, de Gezalfde, de Messias. U bent uniek! U bent die Éne, naar wie Israël reikhalzend uitziet, op wie wij allen onze hoop gevestigd hebben … . Ons leven, onze toekomst, ons geluk ligt in Uw hand.
We willen ons vanmorgen afvragen: wat mogen we van Hem verwachten, als we Hem de Messias, de Christus noemen? Direct daarachter ligt dan de vraag: wat mogen wij van elkaar, anderen van ons verwachten, als wij ons christen noemen?

Messias! U bent de Messias! Zo betitelt Petrus Jezus. Maar wat heeft hij daarbij voor ogen? De Messias is voor de Joden van Jezus' tijd een figuur met koninklijke allure. De laatste eeuwen voor het begin van onze jaartelling is de verwachting van de komst van de Messias langzaam gegroeid. Als Andreas in het Johannesevangelie Jezus voor het eerst ontmoet heeft, roept hij uit: 'We hebben de Messias gevonden!' Mensen hadden een verschillende voorstelling van zijn voorkomen en optreden, maar het heeft toch vooral iets aards, iets concreets: het langverwachte rijk van vrede en gerechtigheid zal aanbreken, de armen zullen verlost worden uit hun dikwijls hopeloze situatie, zieken worden genezen, de deuren van de gevangenis gaan open. Maar ook: Israël zal verlost worden van de gehate Romeinse bezettingsmacht, met geweld, met machtspersoon. Messias is daarmee een politiek geladen term geworden, riskant, gevaarlijk. Ook na Jezus verschenen er mensen met messiaanse pretenties. Een zekere Hizkia vierde met zijn troepen triomfen aan de grens met Syrië. In het jaar 49 echter werd hij opgepakt en geëxecuteerd. Later was er tijdens de tweede joodse opstand (132-135) de leider Simon bar Kochba. Ook hij werd als Messias vereerd. Maar Jezus maakt duidelijk: zo'n Messias ben ik niet, juist niet.
Maar de Messias is meer dan een koning. Het is weliswaar vooral de koning die in het OT gezalfd wordt, maar daarnaast ook de hogepriester. Ook dat klinkt mee. Jezus is niet alleen koning, maar ook priester. De priester offert, bemiddelt tussen God en mensen. Maar net als bij de koning is ook de priester Jezus net even anders: deze priester offert zichzelf.
Naast de koning en de hogepriester is er in de derde plaats ook de profeet. De aanwijzingen dat ook de profeet gezalfd wordt, zijn schaars, maar de mensen verwachten in de gestalte van de Messias ook een profeet: Elia, Jeremia, een ander. De profeet bekritiseert de koning als die de hem door God gegeven taken verwaarloost, meer aan zichzelf dan aan de arme, de weduwe en de wees denkt. De profeet bekritiseert de priester en de tempeldienst als dat het een en het al wordt, wel vrome woorden maar geen echte daden. Maar ook als profeet is Jezus net even anders dan Zijn voorgangers. In het OT lijkt de profeet zelf goeddeels buiten schot te blijven. Jezus zegt niet alleen, Hij dóet ook. Zélf!
Toch heeft de christelijke kerk wel een probleem, als ze Jezus als de Christus, de Messias belijdt. Jezus is er zelf terughoudend mee geweest. De geleerden spreken met name bij het Marcusevangelie van het zogenaamde Messiasgeheimnis. Jezus verbiedt Petrus en de andere discipelen over de belijdenis als Messias te spreken. Verder stelt de synagoge, de Joodse traditie, ons een aantal kritische vragen. Is de verwachting van de Messias in het Oude Testament wel zo sterk als wij christenen willen doen geloven? Met de Messias zou het rijk van vrede en gerechtigheid aanbreken, maar waarom is dat dan nog niet gebeurd? Wij spreken in één adem over de Christus als Zoon van God, maar past dat wel in de Joodse verwachting van de Messias? Dat zijn bepaald geen kleine vragen. Maar juist vanuit dat net even andere, anders dan de gebruikelijke koning, anders dan de bekende hogepriester, anders dan de vertrouwde profeet, is hij Messias. Met Jezus maakt God een radicaal nieuw begin. Hij pakt het kwaad bij de wortel aan, bij de zonde, en heeft in principe de macht van de zonde gebroken. Hij heeft de kiem gelegd voor het Koninkrijk. Hij heeft laten zien: door dood en opstanding heen, door persoonlijke wedergeboorte heen, zal het aanbreken. Jezus is de láng verwachte, maar tegelijk ook ánders dan de verwachte.

Christus-christen. We voelen wel aan dat het een in het verlengde van het ander ligt. Voor het eerst worden gelovigen in Antiochië christenen genoemd. Dat lijkt het gevolg van een misverstand. Taalkundig is namelijk wel duidelijk, dat men bij Christus aan een eigennaam heeft gedacht, niet aan een titel. Zoals de lutheranen naar Luther zijn genoemd, calvinisten naar Calvijn. Sommigen stellen zelfs: het is hier in het boek Handelingen minachtend gebruikt. Net als geus in de tijd van de Reformatie. Het was aanvankelijk een scheldnaam voor niet-katholieken. Maar later werd het een eretitel, een erenaam. Duidelijk is in ieder geval dat de discipelen het niet van zichzelf zeggen, maar dat het over hen gezegd wordt, door buitenstaanders. Zoals wel vaker in dit soort gevallen, het is een treffende typering. Hij is gezalfd, wij zijn gezalfd, ín Hem. Wij delen in Zijn koningschap, in Zijn priesterschap, in Zijn profetie. Dat betekent dat wij met Hem als koning strijden tegen de zonde in onszelf en om ons heen; dat wij met Hem als hogepriester ons eigen leven offeren, voor God en voor elkaar; dat wij met Hem als profeet kritisch staan tegenover de wereld waarin we leven, wel ín deze wereld zijn, mar niet van deze wereld, openlijk spreken van de wet der liefde.
Nu is er altijd het gevaar van een zekere eenzijdigheid. Teveel koning, dan dreigt de kerk te politiek te worden. Teveel priester, dan dreigen gelovigen wel vroom te spreken en dicht bij God te leven, maar ver van de soms harde dagelijkse realiteit. Teveel profeet, dan dreigen we wel kritisch te spreken, maar in feite aan de zijlijn te blijven staan.
Tegelijk: eenzijdigheid geeft kleur. Als de kerk zich ergens op zou moeten richten, dan is het op dit moment denk ik op het koninklijke karakter van het gelovige leven. Heel ons leven is aan Hem onderworpen. Het geloof heeft relevantie voor alle bereiken van het leven, het is niet alleen iets voor ons privé-leven. Dat betekent voor alles, dat wij steeds bidden zullen, wat ons te doen staat, dat we onder Gods leiding de juiste beslissing zullen nemen. Het maakt verschil, hoe ik kinderen opvoed; hoe ik mijn werk doe; hoe ik aankijk tegen de toekomst van ons land, van Europa, van de wereld; hoe ik omga met het politieke spel, waarin de economische krachten steeds sterker lijken te worden en andere waarden op de achtergrond raken. Ik weet: alles wat wij doen, kúnnen doen, het is stukwerk, wij hebben vergeving nodig. Ik weet: alles wat wij doen, kúnnen doen, het is stukwerk, het is voorlopig, een levend getuigenis van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin de Messias, de Christus, het Godslam op de troon zal zitten.

Alphendebron/050807



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4,8 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2005, KWdJ