Schriftlezing: Mattheüs 18: 12 – 20

Thema: ‘Waar twee of drie …: het geheim van Gods aanwezigheid’

Ik heb iets met getallen. Veel getallen roepen een bepaalde associatie op. Bij 122 bijvoorbeeld denk ik aan de psalm waarmee we de dienst begonnen: hoe sprong mijn hart hoog op in mij … . En dat geldt voor meer psalmen: 8, 23, 42, … . Voor sommige gezangen, vooral met nummers boven de 150 gaat het net zo goed op. Als kind had ik al de neiging om in de kerkzaal van alles te tellen: stoelen in de kerkzaal, pijpen in het orgel, van alles wat er maar te tellen viel. In wat oudere kerken komen dan dikwijls de ‘bijbelse’ getallen boven: 3, 4, 7, 12, soms zelfs 40 … . Zo verging het mij met de lezing van vanmorgen in eerste instantie ook. Het ene getal volgt op het ander: 100 schapen, één is er verdwaald, de Herder gaat op zoek naar die ene. In het vervolg is het wat lastiger. Weer gaat het over één. Die wordt zondig genoemd en bestraft door een ander: 1 + 1 = 2. In een volgend stadium komen er nog eens 2 of 3 bij, getuigen, en moeten we zelf het rekensommetje maken: 2 + 2/3 = 4/5. En in de laatste verzen zij die 2 of 3 er ineens weer: waar 2 of 3 in mijn naam vergaderd zijn, zo zegt Jezus, daar ben Ik in hun midden. Hoe zit dat nu? Is er iets van bijbelse getallensymboliek? Of ligt wat die getallen oproepen toch meer in de sfeer van de persoonlijke associatie, het eigenzinnige, vrijblijvende? 100 schapen, dat doet mij denken aan psalm 100, een loflied waarin de Herder van Israël wordt bezongen, die Zijn schapen leidt. Is het toch meer een toevallige getallenbrij?

Eerst maar de kudde van 100. Voor die tijd was het middelgrote kudde, laten we zeggen: van een modale herder. Van die 100 raakt er één verdwaald. Jezus vraagt dan heel retorisch: zal de herder de overige 99 niet op de bergen laten en het verlorene zoeken?! NEE, dat zal de herder níet doen. De kans is groot dat hij er dan niet één, maar dat hij ze allemaal kwijt raakt. Onder de hoede van een andere herder, bij elkaar in een grot, dat zou nog kunnen. Maar zonder bewaking op de bergen? Ondenkbaar! Wie dit bedenkt, ontdekt de kracht van de gelijkenis. Want nog sterker komt naar voren dat die éne voor de herder alle moeite waard is! Het traditionele beeld van dé Herder, van Jezus, die zich inzet voor Zijn schapen wordt scherper!

Dan het vervolg, over die broeder die zondigt. Er volgen – ik heb toch maar weer even geteld – drie terechtwijzingen: een-op-een; als dat niet helpt dan samen met 2 of 3 anderen; als dat ook geen effect heeft, dan ten overstaan van heel de gemeente. Het heeft er alles van, dat Jezus zegt: volg het voorbeeld van de Herder. Als iemand in zijn gedrag buiten de gemeenschap, buiten de kudde valt, dan mag je hem of haar niet aan zijn lot overlaten. Zij, hij gaat jou ter harte! Sterker: zij, hij is jouw verantwoordelijkheid. Kaïn vraagt: ben ik mijn broeders hoeder?! JA, dat ben je! Wat u op aarde bindt, dat zal in de hemel gebonden zijn. Wat op aarde ontbonden wordt, zal in de hemel ontbonden zijn. Binden: dat heeft onmiskenbaar betrekking op uitstoting, op de ban. Ontbinden: dan opent de gemeenschap zich weer. Binden en ontbinden: zoals op de aarde, zo ook in de hemel. In eerste instantie wil met die grote woorden onderstreept worden, dat een ander jou niet koud mag laten. Zelfs als hij of zij uit de gemeenschap gestoten wordt, ook dan niet. Jezus spreekt dan namelijk dubbelzinnige woorden: zij of hij zal voor u zijn als heiden en tollenaar. Dat wil zeggen: als ‘outcast’, als verschoppeling, als zelfkant van de samenleving. Maar hoe stelde Jezus zich ook al weer tegenover hen op … ?!
Daarmee zijn we echter nog niet klaar met die grote woorden van Jezus over de gemeente. Er blijven vragen over, vragen die we vanmorgen niet allemaal kunnen beantwoorden. Nogmaals: het gaat in de eerste plaats om de zorg voor broeder en zuster, voor degene die voor, achter of naast u zit. Maar dan nog. Onder dát mom zijn zoveel mensen verketterd. Met leedwezen verklaart de kerkenraad … . Met leedwezen: maar de woorden waren er niet minder hard om. Daar komt bij. Het gaat om zorg, om behoud, maar het recept overtuigt niet. Door zo’n houding, zo’n benadering lopen mensen weg. Of er moet sprake zijn van geestelijke terreur, van sektevorming … . Maar de belangrijkste aarzeling moet nog komen. In de afgelopen weken heeft meer dan eens de roep om normen en waarden geklonken. Er is intussen een commissie ingesteld om daar eens wat nader op te studeren. Maar de minister die er mee begon, die zelfs voorstelde om met reclamespotjes de moraal wat op te vijzelen, stelt zelf dat de politie niet moet zeuren als hij eens een keer te hard rijdt. Het is een oud voorbeeld: wie met één vinger wijst naar een ander, wijst tegelijk met drie naar zichzelf. Anders gezegd: wie een ander aanspreekt, moet ook zichzelf durven (laten) aanspreken! Als dat niet gebeurt, dan komen binnen de kortste keren alle mogelijke menselijke zwakheden naar boven: de een verheft zich boven de ander, machtsmisbruik, politieke spelletjes … .

Na (de zorg voor) de ene (denk aan het joodse spreekwoord: wie één mens redt, redt de hele wereld) nu de 2 of 3. Er is wel gezegd: Jezus polemiseert met de rabbijnen die zeiden: als twee bij elkaar zitten en woorden van de Torah zijn tussen hen in (= vormen gespreksstof), dan is Gods tegenwoordigheid in hun midden. Bij Jezus verschuift dat dan: waar 2 of 3 tot mijn naam aanwezig zijn, met andere woorden waar 2 of 3 zo gericht op Jezus met Gods Woord omgaan, daar zal Hij in hun midden zijn. De betekenis van Jezus is bekend: Redder, Bevrijder, Verlosser. Waar die naam wordt waar gemaakt, waar die ene door de houding van anderen merkt dat die kracht in zijn of haar leven werkzaam wordt, daar is God … .

Waar is God, Jezus aanwezig? Bij de kudde van 100 of 99? Of bij die 2 of 3 in zijn Naam vergaderd? In de samenleving, in de politiek, daar zouden we wel weten waar we ons heil moesten vinden: 100 stemmers, 100 mensen met hun koopkracht … . Maar voor Gods aangezicht, in de kerk, in de gemeente tellen macht en getal niet. Het gaat om dat bezoek aan die ene … . Het gaat om de ontmoeting met die jongere … . Het gaat om dat intensieve gesprek met die ene over onrecht in de wereld … . Hoewel, gaat het daarom, daarom alleen? Ik hoorde eens van een meisje dat een kopje thee kreeg? Ze roerde, ze proefde, ze roerde, ze proefde, en ze zei: het wil maar niet zoet worden. Haar moeder vroeg: heb je er wel suiker in gedaan? In de ontmoeting met die ander, met welke ander dan ook, maar in het bijzonder in de gemeente is dat de vraag: hebben wij er wel suiker in gedaan, hebben wij er wel woorden van God in/bij gedaan … ? Het gaat dan natuurlijk niet om een paar vrome woorden in het gesprek, maar om woorden die de houding, de sfeer, ja alles doortrekken, waardoor in alles te merken is: Hij is er, Hij is er weer!

Alphendebron/020908




Print deze pagina

© 2002, KWdJ