Schriftlezing: II Samuël 11: 1-5, 26-27; Mattheüs 1: 1-6, 16-17

Thema: ‘bij haar van Uria’


Opstandingskerk - Woerden Geluidsfragment: Woerden, Opstandingskerk - 22 december 2013


Samenvatting van de preek:
David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria. Wat letterlijker: bij haar van Uria. Zo lezen we in het eerste hoofdstuk van Mattheüs. Dat klinkt ons wat onvriendelijk, afkeurend in de oren. Als wij het hebben over ‘haar van hiernaast’, dan denken we meestal aan een vrouw met een wat minder aangenaam karakter. Om het voorzichtig uit te drukken. Als er iets gebeurt, iets vervelends gebeurt, dan is het toch in de eerste plaats haar schuld. Zo lijkt het in de geschiedenis ook een beetje gegaan te zijn met ‘haar van Uria’, met Bathseba. Wie bij Google zoekt naar afbeeldingen vindt bij Bathseba vooral schaars geklede, verleidelijke vrouwen, alsof … .
Ik heb niet kunnen uit vinden, of de aanduiding ‘haar van Uria’ in Bijbelse tijden ook al een onvriendelijke was. De eerste associatie moeten we daarom maar weer even loslaten. Wel kunnen we vaststellen dat vrouwennamen op zich al een uitzondering vormen in de Bijbelse stambomen zoals die van Mattheüs, maar dat dit vervolgens weer een uitzondering op de uitzonderingen is. Waarom heeft Mattheüs haar zó omschreven in zijn stamboom? En wat betekent dat dan, voor ons?

Ik wil beginnen met Mattheüs 1. Het opschrift begint met: boek van de wording (biblos geneseoos), geslachtsregister. Mattheüs sluit daarmee aan bij een oudtestamentische traditie. Ook daar een boek van de wording, maar niet van Jezus Christus, maar van Adam, van de mens. In beide gevallen moeten we dat breder opvatten: het gaat niet alleen om de stamboom op zich, om de namen en de data, maar om de wijze hoe het leven zich door de menselijke geslachten heen voor Gods aangezicht ontwikkeld heeft. Mattheüs wil zeggen: zoals eens het boek Genesis geschreven is als het boek van de wording van de mens, zo wil ik mijn boek nu schrijven als een boek van de genesis van de nieuwe Mens, van Jezus Christus. Wat is het dan meer specifiek dat Mattheüs ons wil vertellen?
Mattheüs geeft ons in zijn evangelie zelf al enkele aanwijzingen. Als hij de stamboom uiteen heeft gelegd, telt hij: 3 x 14 geslachten: 14 van Abraham tot David, 14 van David tot de ballingschap, 14 van de ballingschap tot Jezus. We komen drie námen tegen – een vierde heeft hij vermeden te noemen door het woord ballingschap te gebruiken – drie namen die Mattheüs ook in de eerste zinnen al noemt: Abraham – David – Jezus. David, kóning David, neemt een centrale plaats in. Er bestaat als het ware een opgaande lijn van Abraham naar David. Vervolgens is er een dalende lijn, met de ballingschap als dieptepunt. Tenslotte gaat de lijn weer omhoog en eindigt de lijn bij Jezus. Zo geeft hij al aan: er gaat iets bijzonders gebeuren, dit is een bijzonder iemand. Dat onderstreept Mattheüs vervolgens nog eens met getallen: 3 x 14 = 6 x 7. Er ontbreekt één zevental. Ofwel: het zevende zevental gaat nu komen. Ofwel: de zevende dag, de sabbat, de dag van God, de dag van de rust, de dag van Gods genieten, van Gods vreugde, die wordt nu vol-maakt. Jezus gaat het vol-maken.
Mattheüs noemt vier ‘vreemde’ vrouwen: Tamar, Rachab, Ruth, en haar van Uria (Bathseba dus). Vier vrouwen die naar alle waarschijnlijkheid allen uit het buitenland afkomstig zijn. Vier: het getal van de vier windstreken, van de aarde wereldwijd. Tamar is een Kanaänitische, Rachab komt uit Jericho, Ruth uit Moab en van Uria zelf weten we in ieder geval dat hij een Hethiet was. Dat op zich zou al een reden kunnen zijn om zíjn naam hier te noemen en niet die van zijn vrouw. Naast deze vier ‘vreemde’ vrouwen krijgt dan één Joodse vrouw een plaats: Maria. Zij maakt het vijftal vol: vijf is het getal van Israël. Door deze ene vrouw wordt de geschiedenis van Israël vervuld, vol, en kan dit volk naar de eens gegeven belofte tot een zegen worden voor alle volkeren.

Maar er is meer als het gaat om ‘haar van Uria’. In I Samuël 11 wordt een opvallend beeld geschetst van David. Er wordt oorlog gevoerd, maar hij, de koning, blijft thuis. Voor hem is de tijd van inzet en strijd voorbij: hij is gearriveerd. De koning ligt op bed (te luieren?). Aan het einde van de middag staat hij op en maakt een wandelingetje over het dak van zijn paleis. Zijn oog valt op een mooie vrouw die zich aan het baden is. David is onder de indruk, hij is gebiologeerd door deze vrouw en hij laat haar halen. David is een machtige koning, niet meer te onderscheiden van de andere koningen van zijn tijd. Hij kan doen en laten wat hij wil. Het verhaal onderstreept dat tot in het overdrevene. David zendt Joab, zijn generaal; David zendt iemand om navraag te doen naar die mooie vrouw; David zendt boven op de vrouw te halen … . David is op het toppunt van zijn macht. Hij is zichzelf tot god (N.B.: de kern van alle zonde is, dat de mens zichzelf genoeg is, dat hij zichzelf tot god is). Daarbij valt op, dat Bathseba slechts een enkele keer genoemd wordt, alsof zij met haar naam (met de in het geheel veelzeggende betekenis weelderig!) alleen door haar man gekend mag worden. Bathseba zelf is iemand van de achtergrond. We weten niet, wat ze gevonden of gevoeld heeft. Of ze gewild heeft of niet, of ze gemengde gevoelens had over het gebeurde (trots, omdat de koning háár gekozen had; boos/verdrietig, omdat ze tegelijkertijd gebruikt was). Zeker is alleen, dat ze zwanger is geworden van de uitspatting van de koning. Veel nadrukkelijker komt de echtgenoot van Bathseba naar voren, Uria. Meer dan twintig keer klinkt zijn naam in I Samuël 11 en 12, meer dan twintig keer laat hij alleen door zijn naam weten: ‘de Heer is licht’. Elke keer weer protesteert alleen zijn naam al tegen het gedrag van David, die druk doende is om zijn zonde te verdonkereman(n)en, te verduisteren. Het beeld dat van David ontstaat is ontluisterend. David roept Uria terug uit de strijd, hij wil Uria laten slapen met zijn vrouw, om zo de zwangerschap te maskeren. Maar Uria weigert. David voert hem dronken, maar ook dan blijft het gewenste resultaat uit. Tot besluit stuurt David Uria terug en laat hem zo opstellen in de strijd, dat hij sterft. Het lijkt wel, alsof Uria het gedrag vertoont dat de koninklijke David zou moeten vertonen. Maar David weet na het bericht van de dood van Uria niet anders uit te brengen dan het kille ‘ach, dan sterft de een, dan de ander, zo gaat dat nu eenmaal’.
Na dit alles is de aanpak van Mattheüs niet zo vreemd meer. Het gaat niet zo zeer om Bathseba, maar om Uria, de tegenspeler van David. Hoezeer deze koning ook met ere mag worden genoemd, een held is, een messiaans ideaal vertegenwoordigt in de geschiedenis van Israël, David is een mens. David had het recht niet Bathseba bij name te kennen. David had het recht niet Uria te (laten) doden. Als één recht door zee is, als één standvastig is ten einde toe, dan Uria: bij, door hem brandde in deze kwalijke episode van David het licht van de Heer. Daarom mag, ja móet zijn naam ook worden genoemd! Overigens mogen we niet vergeten, dat David tot inkeer komt, berouw toont, door de knieën gaat, buigt voor de Allerhoogste, en zo vergeving ontvangt. Daarin zien we wel iets van de messiaanse trekken van deze koning.

Het is een heel verhaal, veel uitleg dit keer. Het is fascinerend, maar vreemd ook. De stamboom die Mattheüs ons schetst is niet bijzonder fraai. Integendeel. Dat maakt het tot een opmerkelijke stamboom, want in de genealogie worden de mooie episodes meestal flink opgepoetst en de minder fraaie gebeurtenissen wat weggemoffeld. Wat betekent het nu, dat met name David zo vermeld wordt, mét ‘haar van Uria’? David is een koning, maar een die van grote hoogte diep gevallen is. In de wording (genesis) van het kerstkind komt God naast ons staan, loopt Hij niet weg, keert Hij ons niet de rug toe, maar voegt Hij zich in de lijn van mensen die zo diep kunnen vallen. Op de belijdeniscatechese maakte ik daar een vraag van: zou Jezus je broer kunnen zijn, of je oom, familie? Met andere woorden: zou Hij zich echt met mij kunnen verbinden, een bijzonder maar in menig opzicht ook zo gewoon en zondig schepsel? Zou Hij zo dichtbij kunnen komen?
Tegelijk is het goed te bedenken dat God volstrekt ánders is. Hoor maar, hoe Mattheüs zijn stamboom afsluit: ‘Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, bij wie verwekt wérd Jezus’. Passief! Er komt geen man meer aan te pas. Heel die stamboom lijkt voor niets geschreven! Uiteindelijk is het nieuwe begin in Jezus van een volstrekt andere orde, van een hemelse orde, van Góds orde. Mattheüs laat al in de stamboom zien: deze Jezus overstijgt alle mannelijke grootheidswaan, alle krachtpatserij, alle potentie; deze Jezus overstijgt alle aarzeling die keurige nette mensen bij deze ‘vreemde’ vrouwen kunnen hebben; deze Jezus overstijgt alle kleinzieligheid, kleinburgerlijkheid, alle menselijke beperktheid. Zijn weg is een volstrekt andere! Dat wisten we natuurlijk al vanuit heel het oudtestamentisch getuigenis: stelt op prinsen geen betrouwen, zo meldt ons een van de psalmen. Déze Jezus nodigt u en jou uit om je door Hem te laten leiden, te laten dragen als het nodig is.

Komt, verwondert u, hier, mensen!

Woerdenopstandingskerk/131222



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (6.0 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.nl


Print deze pagina

© 2013, KWdJ