Schriftlezing: Matthes 25: 13 - 30

(vertaling Th.J.M. Naastepad, zie onder) HIER drukken

Wat wil Jezus zeggen? Tien tegen een dat we bij deze tekst op het eerste gehoor snel klaar zijn. Het zal iets zijn als: we moeten woekeren met onze talenten, we moeten zorgvuldig omgaan met de gaven die we van God gekregen hebben. Daar kunnen we 'Amen' op zeggen: zo is het vast en zeker. Straks onder de koffie dan gaat het over alles, behalve dat (want dat wisten we immers al). Op zijn best zijn er enkele ouders die later op de dag eens informeren bij hun kinderen. Het kerstrapport komt in zicht. Hoe staat het ervoor op school? Doe je wel genoeg? En dat is dat! We hebben weer een fijne zondag. U proeft de ironie in wat ik zeg. Terecht. Ik wantrouw de traditionele uitleg: als we maar woekeren met onze talenten . Opvoedkundig is het vast zinvol: het is een stimulans om te leren, om vooruit te komen in het leven. De goddelijke opdracht geeft ons nog een extra duwtje in de rug. Maar is dat het nou? Het is mij een beetje te gladjes.

Nog eens: wat wil Jezus zeggen? Scherper: wat wil Jezus zeggen tegen de man met het ene talent? Wie is die man met dat ene talent? Wat wordt bedoeld met die vloekspreuk - het klinkt althans als een vloekspreuk- aan het slot: hij die niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden? Dan wordt het pas cht lastig.

Iemand, een mens, gaat heen van zijn volk. Ik vind dat we voorzichtig moeten zijn met het duiden van gelijkenissen, maar laten we het er hier maar op houden dat die mens Jezus is. Jezus gaat heen van Zijn volk. Tot op de dag van vandaag wachten we op Hem. In de tussentijd levert Hij zijn goederen over aan Zijn knechten. De heer en zijn knechten zijn volgens de rabbijnen n: wat de knechten goed doen, het komt ten goede aan de heer, wat ze fout doen, het komt ten laste van de heer; wat de knechten verdienen, het wordt geheel en al aan het bezit van hun heer toegevoegd, wat ze verliezen, het is voor zijn rekening. Die verhouding wordt versterkt door het woord 'overleveren' dat Jezus hier gebruikt. In de volgende hoofdstukken, in het lijdensevangelie wordt dat veelvuldig voor Jezus zelf gebruikt: dat is volledig, totaal. Zijn leven, Zijn vrtleven wordt in de handen van anderen gelegd. Wat zijn dan de goederen die de heer in de handen van zijn knechten legt? Ik houd het voorlopig maar op een paar grote woorden uit onze traditie: liefde, ontferming, genade, barmhartigheid. Elke knecht, elke gelovige krijgt naar eigen kunnen. Met andere woorden: ieder krijgt naar dat hij (al) talent (of karakter, of mogelijkheden) heeft. Wie veel kan, krijgt veel. Wie minder kan, krijgt minder. Wie bijvoorbeeld handelsgeest heeft, een vlotte babbel, een helder verstand, ook nog eens sociaal is en handig: die wordt ruim bedeeld. Wie meer in de marge van de samenleving verkeert, door een lichamelijke handicap aan huis gebonden, kort om wie minder kan, krijgt ook minder.

Die van vijf en twee - zeven is voldoende: vijf en twee - die gaan terstond aan de slag. Zij weten van wanten. Het is niet zozeer, dat zij de talenten hebben, nee de talenten hebben hen. Het lijkt veeleer omgekeerd. Letterlijk staat er, dat ze werken n hun talenten: in de liefde, in de genade, in de barmhartigheid . n de liefde van God moet worden gedeeld: alleen dan kan er worden vermenigvuldigd. Als je je over iemand ontfermt, dan zul je daar iets mee moeten doen. Als je blij bent met en voor iemand, dan zul je dat moeten uiten. Doe je dat niet, dan stelt het niets voor! Doe je het wel, dan krijg je het dubbel en dwars terug.

Dan die van het ene talent. O zich is er niets mis met dat ene talent. De heer kent hem, juist daarom krijgt hij n talent: weloverwogen, wel afgewogen. Niemand wordt overvraagd. Net als de heer en de andere knechten gt ook deze knecht. Jezus geeft er echter een heel specifiek accent aan: hij gaat weg, hij verdwijnt, hij maakt zich onzichtbaar. Hij begraaft het ene talent. Jezus vertelt erbij: hij verborg het gld van zijn heer. Dn, als hij gaat begraven, dn blijkt dat talent voor hem niet meer (en niet minder) dan geld te zijn! Hij heeft, maar hij doet er niets mee, het blijft hem vreemd, hij kan niet rekenen met liefde, met zijn gevoel. Hij kan alleen rekenen in geld. Die van vijf en twee: zij hebben n doen er iets mee. Die van het ene talent heeft ook, maar hij had net zo goed niet kunnen hebben. Hij begraaft het, het is als het ware dood voor hem.

Dan komt de heer terug en vraagt rekenschap. Beter misschien: de heer vraagt om verantwoording. De gelijkenis is ons op zich bekend. Die van vijf talenten heeft er vijf bij gewonnen en mag die houden. Die van de twee talenten vergaat het op vergelijkbare wijze. Hij won er twee en mag ze eveneens houden. Daarna verandert de toon. We horen, wat we eigenlijk wel wisten. De knecht van de ene talent kan niet omgaan met liefde, ontferming. Hij kn het niet geloven. Hij beticht zijn heer van willekeur, van hardvochtigheid. De heer zou oogsten, waar hij niet gezaaid had. Hij zou het onmogelijke vragen. Hij gooit het ene talent op tafel: hier dat talent van u . Het talent is nooit van hem geweest. Hij heeft het zich nooit eigen gemaakt. Het is hem vreemd gebleven. Zo kunnen we die vreemde vloekspreuk begrijpen. Hij die niet heeft (met andere woorden: hij die niet heeft gebruikt), ook wat hij heeft (dus: het in bruikleen gegeven talent) zal worden afgenomen. Nu ja, afnemen: hij heeft het nooit echt gehad! Hij wordt in de buitenste duisternis geworpen: hij bevond zich al in de duisternis, hij had zich al teruggetrokken, hij had al een donker hoekje opgezocht, voor zichzelf.

Het gevaar bestaat, dat we bij het voorgaande langzaam zijn ingedut. Ook als we het nog eens overwegen, nee, wij zijn niet als de man van het ene talent . In dat geval is het goed om toch nog eens even stil te staan bij de aantallen talenten. Sommige uitleggers zeggen: die vijf talenten, dat slaat op de vijf boeken van Mozes; de twee, dat slaat op Wet en Profeten; het ene talent, dat is Jezus . Dan gaat het dus eigenlijk om steeds hetzelfde, maar in een verschillende verschijningsvorm, elke tijd op zijn eigen wijze. Wat doen wij met dat ene talent, wat doen wij met Jezus? Welke plaats neemt Hij in in uw leven? Waar draait het om in uw en jouw leven? Is dat werk, school, huishouden, sport, kerkenwerk, of woeker je in al die zaken met het kostbaarste dat God jouw gegeven heeft: Zijn Zoon, die zich voor ons heeft overgeleverd?!

Iemand veranderde het slot van de gelijkenis zo. Ook een vierde knecht kwam terug. De mensen fluisterden: hem is niet 1, 2, of 5 talenten gegeven, maar veel meer. Hij is alleen alles kwijt geraakt. Er is niets overgebleven. Hoe zal hij behandeld worden, nu de heer zo streng is geweest voor die van het ene talent? De knecht kwam naar voren: heer, u hebt mij veel overgeleverd. Ik heb veel gewaagd, gegokt soms zelfs, ik heb van alles geprobeerd en soms leek het even te lukken, maar uiteindelijk heb ik alle talenten verloren. Na deze onthullende woorden wordt het doodstil in huis. Hoe zal de heer oordelen? Dan klinkt het: wl, goede en trouwe knecht. Ik heb u over veel gesteld en u hebt veel verprutst, maar over nog meer zal ik u aanstellen. U hebt op waarde geschat, wat u hebt gekregen. Ga in tot het feest van uw heer.

KWdJ/021110



Matthes 25 (vertaling Th.J.M. Naastepad, met een enkele persoonlijke aanpassing)

13 Waakt dan
omdat u niet weet de dag noch het uur.
14 Want het is gelijk een mens die van zijn volk heenging
en hij riep de eigen knechten
en hij leverde hun zijn goederen over
15 en de een gaf hij vijf talenten
aan de ander twee
en aan de ander n
aan ieder naar het eigen kunnen
en hij ging heen van zijn volk.
16 Terstond ging hij uit, die de vijf talenten ontving
en hij werkte daarin
en hij won er vijf bij.
17 Evenzo won die van de twee talenten er twee bij.
18 Maar hij die het ene ontving, ging weg
en doorgroef de aarde
en verborg het geld van zijn heer.
19 Maar na veel tijd kwam de heer van die knechten
en hield afrekening met hen.
20 En hij die de vijf talenten ontving trad toe
en bracht tot hem de andere vijf talenten, zeggend:
heef, vijf talenten hebt u mij overgeleverd, zie:
ik heb nog eens vijf talenten gewonnen.
21 Zijn heer zei hem: wl, goede en trouwe knecht,
over weinig was u trouw, over veel zal ik u stellen,
ga in tot de vreugde van uw heer.
22 Ook die van de twee talenten trad toe en zei:
heer, twee talenten hebt u mij overgeleverd, zie:
ik heb nog eens twee talenten gewonnen.
23 Zijn heer zei hem: wl, goede en trouwe knecht,
over weinig was u trouw, over veel zal ik u stellen,
ga in tot de vreugde van uw heer.
24 Maar ook trad toe die het ene talent had ontvangen
en zei: heer, ik kende u
als een lastig mens
maaiend waar u niet hebt gezaaid
25 en vergarend waar u niet hebt gestrooid
en ik vreesde
en ik ging weg
en ik het dat talent van u verborgen,
zie: hier hebt u het uwe!
26 Zijn heer antwoordde hem en zei:
boze en hatelijke knecht
u wist dat ik maai waar ik niet heb gezaaid
en vergaar waar ik niet heb gestrooid.
27 Had u mijn geld niet beter kunnen werpen
voor de wisselaars?
En komende zou k het mijne
weer hebben gend met woeker [rente].
28 Neemt dan af van hem het talent
en geeft (het) aan die de tien talenten heeft.
29 Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden
en hij zal overvloedig hebben,
maar van die niet heeft, zal ook wat hij heeft
van hem worden afgenomen.
30 En werpt de onnutte knecht uit in de buitenste duisternis
daar zal het geween zijn en het geknars van tanden.



Print deze pagina

2002, KWdJ