Schriftlezing: Matthes 27: 11 - 26

Mijmeringen van een toeschouwer een geleide meditatie

Ik ben niet de enige. Velen zijn samengestroomd op het plein voor de rechterstoel van stadhouder Pilatus. Langzaam klimt de zon aan de hemel. Het begint warm te worden. Letterlijk n figuurlijk. De sfeer is broeierig. Geen wonder: drommen mensen opeen gepakt op een kleine ruimte. Opgewonden staan groepjes mensen met elkaar te praten. We vangen enkele woorden op: godslastering, zware straf, gevaar, dood . Het ziet er slecht uit voor Jezus.
Wat vind ik eigenlijk zelf van Jezus? Ben ik een meeloper? Ben ik meegenomen door het enthousiasme van anderen? Of is Hij iets voor mij gaan betekenen?

Ineens wordt het stil, doodstil. Pilatus begint te spreken. Iedereen spitst zijn oren. Wat zegt hij? Koning der Joden ? Jezus antwoord is niet te verstaan. Aan Zijn houding valt af te lezen dat het wel iets van ja zal zijn geweest. Dan mogen de beschuldigingen worden ingebracht. Weer dat opgewondene, broeierige. Vijand van de keizer, ondermijning van de staat, verdraaier van de traditie, oproerkraaier, Hij eert God niet . Pilatus doet zijn best om Jezus de kans te geven te antwoorden, maar dat lukt niet. Jezus staat er gelaten bij. Hij zwijgt. De onrust onder de mensen op het plein groeit. De verwachtingen zijn hoog gespannen.
Waarom verdedigt Jezus zich nu niet?! Hij was altijd zo scherp, zo to the point in zijn woorden. Waarom zegt Hij nu niets?! Een enkel woord moet toch genoeg zijn .

Pilatus herneemt het initiatief. Elk jaar laat hij een gevangene vrij, naar keuze van het volk. Wie zal het zijn, roept hij, Jezus of Barabbas? Dan wordt Pilatus gestoord. Een boodschapper fluistert hem iets in. Pilatus schrikt, lijkt niet te weten wat hij moet doen. Even lijkt hij de regie kwijt te zijn. Zou hij wel gezien hebben wat er intussen gebeurde? De leiders van het volk spreken de mensen aan, ook mij: zeg Barabbas, zeg Barabbas . Pilatus gaat verder op de ingeslagen weg. Wie zal het zijn, Jezus of Barabbas?
Wat moet k doen? Wat zal k zeggen? Jezus natuurlijk, Hij is onschuldig. Maar wordt mijn stem wel gehoord? En als die wordt gehoord, wat zullen anderen om mij heen dan met mij doen? Deze gedachten maken me onzeker. Ik wilde dat ik hier niet heen gekomen was. Het is soms maar beter om niet te weten .

H, Pilatus lijkt nog een poging te doen om Jezus te redden. Hij vraagt: wat moet ik dan doen met Jezus, die Christus genoemd wordt? Kruisigen, kruisigen, het klinkt als uit n mond. Pilatus maant de mensen tot rust. Op wat voor gronden dan? Kruisigen, kruisigen, de mensen beginnen door elkaar te roepen. Ik zie verhitte gezichten, gebalde vuisten, toenemend gedrang, de soldaten hebben moeite de massa in bedwang te houden. Dit kan zo niet lang meer goed gaan. Ik zie Pilatus peinzen. Ineens verandering in zijn houding. Hij wenkt een slaaf, die vervolgens een kom met water aandraagt. Hij wast zijn handen en probeert boven het geschreeuw uit te komen. Ik ben onschuldig .
Bij dit gebaar moet ik denken aan psalm 26. Ik was mijn handen in onschuld en maak de omgang om uw altaar, Heer. Ik was mijn handen in onschuld. Dat zijn de woorden van de vrome, de rechtvaardige. Maar Pilatus is allerminst rechtvaardig. Hij kiest voor zichzelf? Maar wat zou ik zelf in zulke omstandigheden doen? Hetzelfde toch? Of zegt Pilatus met deze woorden ongeweten ook iets anders. en maak de omgang om uw altaar: dat is de taal van de tempel, van de priester, van het offer. Het onschuldig dier draagt de schuld der mensen. De onschuldige wordt gestraft, de schuldige gaat vrijuit. Pilatus slachtoffert Jezus. Wat gebeurt hier eigenlijk? Is dit wel een gewoon proces? Of is de veroordeling van Jezus van een andere aard, dient het een ander doel?!




Print deze pagina

2001, KWdJ