Schriftlezing: Mattheus 27: 45 - 54

Tekst: 'Mijn God, mijn God, waarom ... ?'

Boven deze preek staat als motto ‘nooit meer door Hem verlaten’. De preek is gehouden in een doopdienst, waarin vier kinderen werden gedoopt.

Afgelopen week kreeg ik een ongevraagde mail met als afzender ‘Moslim Jongeren Nederland, ter verspreiding van de waarheid’. Het mailtje begon met een ‘korte dialoog tussen een moslim en een christen’. Kort gezegd kwam het hier op neer: hoe is het mogelijk dat jullie geloven in een God, die zich zo weerloos laat kruisigen; hoe kunnen jullie, christenen, geloven dat stervelingen macht hebben over God, al is het maar even; hoe kan het dat de schepping na de dood van de Zoon (= na de dood van God) door bleef draaien? Met andere woorden: hoe kan God dat met zich laten doen? De achterliggende gedachte is: zo kán Jezus toch geen God zijn! Het gaat hier bepaald niet om onbelangrijke kanttekeningen en vragen. Niet voor het gesprek met moslims. Niet voor ons eigen geloof, niet voor onze eigen identiteit. Het raakt de kern. Wie is Jezus, wat kwam Hij doen? En daarachter ligt de vraag: wie is God? Uit het mailtje dat ik kreeg blijkt, hoe belangrijk het is, dat we weten wie we zijn, als we weten wie Jezus voor ons is. Blijkbaar is er verschil. Alleen het zichtbaar maken van de verschillen kan helpen elkaar beter te verstaan.
Dit zijn enkele gedachten die bij mij opkwamen bij het vierde kruiswoord: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’ Er staat veel op het spel. Waarom toch gaat, óndergaat Jezus deze weg?

Mattheüs vertelt: vanaf het zesde uur geschiedde duisternis. Alsof de schepping wordt omgekeerd, alsof alles wat God gemaakt heeft in één klap wordt teniet gedaan. Scherper: tóen, temidden van de duisternis, het onpeilbare donker, geschiedde licht. Nu, op klaarlichte dag, geschiedt duisternis. Als de zon achter de wolken, zo verdwijnt het ultieme scheppingsteken van God, het licht. Duisternis tekent de schepping, tekent de mensen, dat wij zover gaan, met Deze, in Wie geen zonde is. Dat niemand zegt ‘ho!’, ‘stop!’, zich opoffert voor deze Éne. Niemand, zelfs God niet! Wij denken misschien nog even: maar ik, ik zou … . De een na de ander loopt weg, uit angst om betrapt te worden als Petrus. Verlaten door mensen, dat is al erg, dat wekt diepe teleurstelling en ontgoocheling: je denkt, je hoopt … . Waarom?! Waar heb ik dit aan verdiend?!
Eli, eli, lema sabachtani. Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? We komen hier heel dicht bij Jezus zelf. We horen Hem spreken in het Aramees, zijn moerstaal, al zal Hij ongetwijfeld deze woorden ook in het verwante Hebreeuws gekend hebben, de taal van de tempel en de tempelliturgie. Maar ook in deze taal kunnen wij ons amper voorstellen, wat Hij heeft doorgemaakt, dieper weg, verder weg kan amper: Hij zit er om zo te zeggen ‘finaal doorheen’.
Wie dit tot zich door laat dringen, beseft: de vragen van de moslimjongeren zijn zo vreemd nog niet. Wat is dat voor een God, die zelfs het Allerliefste dat Hij heeft, Zijn Zoon, zo in de steek laat … ?!

Het kruiswoord problematiseert, maar tegelijk is het kruiswoord een sleutelwoord. Ik maak er enkele kanttekeningen bij.
1) Met dit kruiswoord geeft Jezus Gods commentaar op deze, onze wereld: van God verlaten. In zoveel opzichten is deze wereld anders dan Hij bedoeld heeft. Ik weet: we verzetten ons, roepen dat we het toch zo slecht niet doen, dat we toch ons best doen … . Kijk eens: 188 miljoen Euro voor de ramp in Azië, dat is toch fantastisch! Natuurlijk, het is ook fantastisch. Maar wat heeft het mij nu werkelijk gekóst? Tien, twintig, honderd Euro … . Wat heeft dat nu werkelijk veranderd? Ondanks al mijn goede bedoelingen, ondanks al die goedwillende mensen … .
2) In Jezus draagt God Zijn eigen oordeel over ons mensen, over onze zonde. Hij neemt onze plaats in. Zover gaat Zijn solidariteit. Hij wil ons daarin, in deze verloren en godverlaten wereld, niet alleen laten. Wij zouden het zelf niet kunnen dragen. Wij zouden ten onder gaan.
3) In dit kruiswoord geeft Jezus aan, dat niets in deze godverlaten wereld voor Hem onbereikbaar is. Of het nu gaat om de nood van een zieke vrouw, om het geweten van een rijke jonge man, om een onzekere leerling, om diepe rouw, en zélfs om de grootste Godverlatenheid, dat wat ons denken te boven gaat, dat deze Vader zijn Zoon zou verlaten, zichzelf zou verloochenen … . Hij kent het! Daarom is God ons in Jezus Christus zo rakelings nabij gekomen. Daarom is het voor een christen geen schande om te erkennen, dat God Zelf aan het kruis geslagen is. Daarom ligt er in het kruis van Jezus uiteindelijk juist een diepe vreugde. Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Juist dát onderscheidt het geloof van de christen van dat van een moslim, althans zoals de moslim jongeren dat schetsen.
4) In dit donkere vierde kruiswoord begint ook iets op te lichten. Want het houdt niet op met de eerste woorden van Psalm 22. Héél de psalm klinkt, echoot mee. Het vergt doorzettingsvermogen, maar wie dóórleest in deze Psalm, ontdekt dat er een omslag komt. De klaagzang wordt lofzang. ‘Gij hebt Mij geantwoord.’ Opstaan, vergeven, herstellen, vernieuwen, verzoenen, veranderen. De hel van de Goede Vrijdag, welke hel op aarde dan ook, heeft niet het laatste woord. Voor ons is het soms niet goed mogelijk verder te komen dan de klacht. Wij kennen het antwoord niet. We hebben het niet leren kennen. Maar ook dan klinkt in de woorden van de Here Jezus het uitzicht door op een nieuwe, een andere dag … .

Doopouders, jullie waren licht verschrikt toen ik vertelde waar het vandaag over zou gaan. Het lijkt haaks te staan op de blijdschap van de geboorte van jullie kind, de vreugde en het geluk dat het kind jullie schenkt. Het is ook niet eenvoudig de draai te maken.
We dopen met water, ook vanmorgen. Dat is niet toevallig. Steeds weer horen we, hoe God deze wereld, ons mensen, wegtrekt uit de macht van het water, weg van de steeds weer dreigende chaos, weg van de godverlatenheid van de mens die zichzelf zoekt. Het begint al bij de schepping, waar Hij het droge als het ware onder de handen van het opdringende water wegtrekt: een plaats om te wonen, véilig te wonen. Het gebeurt opnieuw bij de uittocht uit Egypte, weg uit het land van onderdrukking en angst: het leger van de farao gaat ten onder. Opnieuw bij Naäman, die door zijn melaatsheid in de marge van het leven terecht dreigt te komen, maar gereinigd wordt, als nieuw. Opnieuw bij Jona, die door het water heen zijn eigenzinnigheid kwijtraakt en het nog eens mag proberen. Opnieuw in Jezus, in kruis en opstanding, waar Hij ons mensen wegtrekt uit de doem van de dood, weg van zonde en schuld. Jullie gaan je kinderen opvoeden, je zult ze zien opgroeien. Dat geeft veel vreugde, maar ook de nodige zorg. Het is een hachelijke zaak. Als wij vandaag dopen, dan sluiten we als het ware achteraan aan bij de Bijbelse verhalen. We zién het voor ons gebeuren, dat God in dit tekent vertelt: zoals Ik eens mensen door het water heen getrokken heb, zoals Ik eens mensen gereinigd heb, zoals Ik mensen eens het leven (weer) gegeven heb, zo wil Ik nu ook met dit kind gaan, verder gaan. Paulus zegt het op zijn eigen, pregnante wijze: gedoopt zijn is met Christus gestorven en begraven zijn, én met Hem zijn opgestaan. Gedoopt zijn betekent, dat je niet zelf naar de overkant hoeft te zwemmen, maar dat Hij ons draagt naar de overkant, hoe woelig het ook is.
Het kruiswoord van vanmorgen doet mij denken aan het oude Avondmaalsformulier. Daarin staat dit kruiswoord van Jezus, ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten’, en er wordt aan toegevoegd: opdat wij door God zouden worden aangenomen en nooit meer door Hem verlaten zouden worden.

Alphendebron/050306

http://www.kwdejong.info



Print deze pagina

© 2005, KWdJ