Schriftlezing: Mattheüs 28: 16 – 20

Tekst: ‘Maakt alle volkeren tot mijn discipelen’ (19a)



Geluidsfragment: Vleuten - 18 juni 2011


Samenvatting van de preek:

Toen Napoleon Bonaparte in ballingschap naar het eilandje St. Helena werd gestuurd, noteerde hij onder meer in zijn dagboek: ‘Ik begrijp het niet. Ik heb grote legers op de been gebracht, generaals geďnstrueerd, hard gevochten, in alles efficiënt geregeerd … . Maar met dat al heb ik in 25 jaar nog niet eens één continent kunnen onderwerpen. En Jezus, Hij heerst zónder wapengeweld, al eeuwenlang, over vele volkeren en tal van culturen. Ik begrijp niet, hoe Hij dat zo voor elkaar heeft gekregen.’
Wij zouden dat Napoleon niet zo gauw nazeggen. Hij spreekt vanuit zijn desillusie: een verloren greep naar de macht. Wij zouden spreken vanuit een andere desillusie, dat legers, generaals en presidenten nog steeds niets lijken te hebben geleerd. Nog steeds stichten ze bij alle goede bedoelingen ook veel onheil. Zo dus niet, zo geen Godsrijk. Dat is ons ook wel duidelijk. Maar hoe dan wel? Jezus draagt het ons intussen toch maar mooi op. Hij weet maar al te goed dat wij er uit onszelf niet meer aan durven beginnen. Het moet ons worden voorgehouden, aangezegd. Wat wordt van ons verwacht?

Ik kan me voorstellen dat u bij het horen van Jezus’ woorden in toenemende mate verlegenheid voelt. Het is allemaal zo groot, zo veel, zo alomvattend: alle macht, alle volkeren, al wat ik geleerd heb, alle dagen. Het is alles bij elkaar knap benauwend. Álle macht: en hoe zit het dan met mijn macht, mijn mogelijkheden, mijn kunnen, mijn verantwoordelijkheid? Álle volkeren: hebben de volkeren nog enige keus, of zullen eerst alle volkeren de vreugde van het geloof moeten proeven? Ál wat Jezus geleerd heeft: is dat te bevatten, over te dragen, al wat Jezus geleerd heeft? Álle dagen: wat betekent dat voor de geschiedenis, als Hij zo nadrukkelijk aanwezig is? Ik moest denken aan woorden uit psalm 76: ‘Gij, geducht bent Gij, o Heer, wie kan dan bestaan voor Uw aangezicht?’
Voor we verder gaan is het goed nog even bij de context, bij het grotere kader stil te staan. Mattheüs heeft het slot van zijn evangelie opgebouwd rond het Paasevangelie, de boodschap van de engel aan de vrouwen bij het graf: ‘Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft.’ In het direct voorafgaande en in het direct volgende deel gaat het over de wachters bij het graf: aan de ene kant wordt ons verteld over hun opdracht, aan de andere kant over het spiegelbeeld daarvan, de mislukking. De wachters hadden immers moeten voorkomen, dat het lichaam van de gekruisigde op wat voor wijze dan ook zou worden weggehaald. Na de opstanding kunnen zij niet anders dan toegeven in die opdracht mislukt te zijn. In de twee gedeelten die daar omheen gelegd zijn, gaat het over de discipelen. Aan de ene kant de graflegging, aan de andere kant het tegenovergestelde daarvan. Schematisch ziet dat er zo uit:

de discipelen
          de wachters
                  het evangelie van de opgewekte Heer
          de wachters
de discipelen

Mattheüs verhaalt dus wat er tegenover de graflegging staat. Tegenover de beweging naar beneden staat de beweging naar boven. Tegenover het donker van het graf, staat het licht van het leven. Tegenover de ultieme onmacht ten gevolge van de dood, wordt in het slot verteld van alle macht die aan deze ‘dode’ gegeven is. Tegenover de zoveelste die als kleine man aan het kruis geslagen werd en roemloos ten onder leek te gaan, staat het gegeven dat álle volkeren zullen weten wat er met Hem is gebeurd. Tegenover de eindigheid staat de eeuwigheid. Mattheüs beschrijft met de woorden die Jezus hier aan Zijn discipelen geeft nog eens heel nadrukkelijk, wat de impact, wat het effect, wat de power van de opstanding is! Daar komt nog bij dat dit de laatste verzen van Mattheüs’ evangelie zijn. Elk op hun eigen wijze laten de evangelisten zien, hoe het evangelie de wereld intrekt. Lukas voegt nog een boek aan zijn evangelie toe, dat van de Handelingen der Apostelen. Mattheüs laat in zijn evangelie zelf zien, hoe het evangelie uit de Joden is tot zegen van alle volkeren. Op zijn wijze vertelt Hij, hoe de eeuwenoude belofte aan Abraham, dat zijn volk tot een zegen zou zijn van alle volkeren, wordt waar gemaakt. De beperkte kaders van dat ene volk worden hier door Jezus zelf verruimd tot ver achter de einders van de horizon die heel de wereld omvat. Mattheüs plaatst in het slot als het ware een kroon op heel die geweldige boodschap van het evangelie!

Tegen deze achtergrond geeft Jezus de opdracht: maakt alle volkeren tot mijn discipelen. Op het eerste gehoor klinkt dat gewelddadig. In een wereld waar mensen strijden om de macht, denken wij aan dwang. Toch is het de vraag of dat überhaupt mogelijk is. Leerling worden van Jezus, dat betekent Jezus volgen. Daar kán geen dwang aan te pas komen. Volgen is een zaak van vrijwilligheid, je kunt er ook voor kiezen een andere kant op te lopen. In leerling maken zit dus veeleer iets van: iemand roepen, uitdagen, zover brengen dat … .
Nu lijkt het in de NBG-vertaling van 1951 alsof Jezus vier dingen opdraagt: heen gaan, leerling maken, dopen en leren. Er staat echter in het Grieks maar één hoofdwerkwoord: leerling maken. Daar gaat het in Jezus’ opdracht om! De andere werkwoorden zijn daaraan ondergeschikt. Aan de ene kant het heengaan (om leerling te maken). Aan de andere kant het dopen en leren, als concrete uitwerking van het leerling maken. Leerling maken veronderstelt een heengaan, het wordt uiteengelegd in dopen en leren. Bij dat laatste is het van belang goed te lezen. Er staat eerst: maakt alle volkeren tot mijn discipelen. En direct daarop hén dopende, hén lerende. Het líjkt alsof daar de volkeren mee bedoeld worden. Maar taaltechnisch kán het daar níet op terugslaan. Het is een persoonlijk voornaamwoord. Het is alsof Jezus wil zeggen: als je de volkeren tot mijn discipelen maakt, dan wil dat zeggen dat je ménsen doopt en leert. Mensen: het is alsof in die grote massa’s mensen, temidden van al die volkeren, die grote groepen zonder enige nuance, steeds een enkel gezicht naar voren dient te worden gehaald, een mens met een naam en een gezicht, ouders, broers en zussen, een echtgenoot, kinderen misschien, wie zal het zeggen, een mens met een éigen geschiedenis. Het wordt met andere woorden persoonlijk!
Discipel maken, dat betekent dan vervolgens dopen en leren. Zo gaat dat meestal bij kinderen. Eerst dopen, dan verder opvoeden, ook in het geloof. Het lijkt er echter op dat Jezus vooral en in eerste instantie misschien zelfs uitsluitend doelt op volwassenen. Dan zouden wij zeggen: eerste leren, dan dopen. Het zou echter wel eens kunnen zijn dat dopen en leren als het waren in elkaar gelezen moeten worden, in elkaars verlengde liggen. Wie leert, echt leert wat Jezus wil, wat Hij voorgeleefd heeft, die wil gedoopt worden, die wil door Hem gedragen worden, door de dorre doodse dalen heen naar het leven toe. Wie gedoopt is, wie ervaren heeft wat het is om gedragen te worden, om niet op zichzelf maar op God aangewezen te zijn, die wil leren. Catechisatie houdt niet op bij je achttiende, of op welke leeftijd je dan ook belijdenis hebt gedaan. Het gaat door een leven lang.
De opdracht die Jezus hier geeft, kent een enorme dynamiek. Het is het dynamiet van de Opgestane. Maar het gaat tegelijk nooit buiten Hem om, buiten degene om die Hij getoond heeft te willen zijn. Het is niet de kracht van het zwaard of van het geweer, het is de kracht van het Woord, van het Woord dat in onze daden doorwerkt. Daarom is het voor de voortgang van het evangelie in de wereld zo verschrikkelijk als het christendom verbonden wordt met geweld, vernedering, marteling. Argentinië ooit: een kerk die dikke vriendjes was met een militair regime dat de mensenrechten schond. Servië: een kerk die een generaal Mladic beschermt, terwijl zijn daden in schril contrast stonden met waar het christelijk geloof voor staat.

‘Ik begrijp het niet.’ Napoleon begreep het niet. Hij zocht het in de macht van buiten, het geweld. Het evangelie zoekt het in de macht van binnenuit, in zachte krachten. Aan Jezus is de macht, eigenlijk de volmacht gegeven, om aan deze wereld richting te geven, om te richten in het einde der tijden. Dat heeft in zijn alomvattendheid iets benauwends. Toegegeven. Maar ik durf me wel aan deze macht over te geven, want het is een liefdevolle macht, een macht waarin Hij uit liefde Zijn eigen leven aan het kruis gegeven heeft, ook voor Mij. Daarom, juist daarom durf ik Hem temidden van al die machten in de wereld te vertrouwen en voor Hem te gáán.

Alphendebron/040523
Vleuten/110618 - geluidsfragment



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.3 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



Print deze pagina

© 2004-2011, KWdJ