Schriftlezing: Micha 6: 1 – 8

Tekst/thema: ‘De weg van God’


Dit is de samenvatting van een preek die in een doopdienst is gehouden.

In elke familie circuleren verhalen over vroeger, over lang geleden. Over de teloorgang van het familiebedrijf en de onderlinge verwijdering die dat gaf. Over de voorvader die als Frans soldaat naar Nederland kwam. Over het huwelijk dat er niet mocht komen. Soms zitten er ook religieuze kanten aan deze verhalen: God die op een of andere manier een mensenleven een beslissende wending heeft gegeven.

De profeet Micha roept als het ware een familieverhaal in herinnering, het verhaal van God met zijn volk Israël. God heeft ruzie. Hij voert een ‘rechtsgeding’. Hij klaagt tegen het volk: wat heb ik verkeerd gedaan, dat jullie je zo van mij hebben afgekeerd? Armen worden armer, rijken worden rijker. Wie geen rechten had, krijgt er nog minder. Wie rechten heeft, trekt nog meer naar zich toe. Dat gaat gewoon door. Toen. Nu. Micha spreekt daarom indringend: hoor, luister … ! Maar wij horen niet, wij willen niet luisteren. Onze hypotheek moet immers worden betaald. Onze kinderen moeten worden gevoed en naar school. Wij kunnen de wereld niet op onze nek nemen. Wij schieten volop in de verdediging.

De profeet Micha werkt zijn profetie op een fascinerende manier uit. Eerst wijst hij er namens God op, hoe God zich heeft ingezet. Dat doet hij met drie voorbeelden: uittocht (uit Egypte), doortocht (door de woestijn), intocht (in het beloofde land). Zo heeft God zijn volk perspectief geboden.
Vervolgens verhaalt hij van het perspectiefloze handelen van mensen. Als er iets verkeerd gaat, als zij zondigen, onrecht doen, dan zoeken ze dat op een religieuze wijze weer goed te maken. De zes voorbeelden die Micha geeft, worden steeds grotesker: voor God buigen, dat is nog zo vreemd niet. Brandoffers horen ook nog een bij een toentertijd bekend beeld. Dat geldt evenzo de kostbare offers van eenjarige stieren. Maar een offer van duizend rammen (zoals bij de troonsbestijging van Salomo)? Of 10.000 beken van olie? Of zelfs het offer van een kind? Het moet niet gekker worden … .
Tot slot buigt Micha de hoorders terug naar het drievoudig perspectief dat God de mensen voor ogen houdt: recht doen zoals het door God is voorgeschreven, trouw zijn, nederig (= bedachtzaam, wijs, met oog voor Gods wil) Gods weg gaan. Bij nadere beschouwing blijkt dat een kopie te zijn van het goddelijk handelen. In het recht doen herkennen we Gods inzet in de uittocht. In de trouw herkennen we Gods doorzetten in de doortocht. In het gaan van Gods weg, herkennen we de intocht. Daar, naar dat beloofde land moet het toe!

Wij dopen vandaag twee kinderen. We gedenken dat wijzelf gedoopt zijn. God zegt ons in de doop: Ik ben jullie voorgegaan, eens met Israël, later met het oog op heel de wereld in Jezus Christus. Ik heb voor jou, voor jullie gekozen. Ik heb jullie vrijgemaakt, uit Egypte, in Jezus Christus uit de slavernij van de zonde.
Toch gaan jullie op alle mogelijke manieren zelf je gang, keren jullie je van mij af. Als je wilt terugkeren, als je mij wilt danken, dan is er één weg: het wezenlijk anders doen. Wil je weten hoe? Kijk dan naar Jezus Christus. Hij hééft recht gedaan. Hij ís trouw geweest, tot aan het bittere einde. Hij is in opzien naar zijn Vader de weg gegaan, gericht op zijn wil. Let op, wees op Hem bedacht.

Wij dopen vandaag twee kinderen. Hun levensverhaal staat niet op zich. Het past in Gods grote verhaal met ons. Ouders, vertel jullie kinderen van dat verhaal, van jullie familie, van Gods familie. Zodat zij de verhaallijnen oppakken, met God verder gaan, in hun leven in alles een verwijzing worden naar de weg die God met ons gegaan is en gaat.

Utrechtleidscherijn/101212

http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2010, KWdJ