Schriftlezing: Nehemia 6: 1-15; Johannes 11: 45-53

Tekst/thema: Hebreeën 2: 14-15    'Angst'



Samenvatting van de preek:


‘(…) zo is de Zoon een mens geworden (…) om door zijn dood (…) allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood.’

Nehemia wordt met de dood bedreigd. Jezus wordt met de dood bedreigd. Wilders wordt met de dood bedreigd. U kijkt misschien een beetje vreemd op. Waarom nu ook de naam van Wilders genoemd? Nu, als ik hem niet noem, dan noemt u ‘m wel, stilletjes in uw hoofd. Hoe hard ik ook zou zwijgen, de kans is groot dat zijn naam vandaag toch meeklinkt. Sterker nog, zijn naam bepaalt en kleurt de uitleg. Nehemia, ach, dat is lang geleden. De dood van Jezus, dat weten we maar al te goed. Maar Wilders, dat is nieuws. Ik heb zelfs overwogen om vandaag maar over een ander Schriftgedeelte te preken. Ik kan niet op tegen de beelden van de TV, tegen een ernstig kijkende minister-president, tegen demonstranten in islamitische landen. Een collega van mij zegt altijd: in het pastoraat moet je spoken, stoorzenders, altijd benoemen. Dat kan heel letterlijk een TV of radio zijn, die aan staat. Maar het kan ook dieper reiken. Iemand vertelt zijn levensverhaal, maar doet dat met een zekere terughoudendheid. Ik voel dat hij iets heeft van: de dominee zal wel denken. Als ik dat in de gaten krijg, dan moet ik dat benoemen, die terughoudendheid. Meestal geeft dat ruimte, zoveel dat een ander zich echt durft uit te spreken. Weg spook! Zo wil ik vandaag het spookbeeld van Wilder benoemen, omdat vervolgens van me af te schudden. Ik beloof: toch kom ik er straks nog even op terug, indirect.

Nehemia. Nehemia heeft doorgezet, volgehouden. Hij heeft te maken gehad met allerlei vormen van verzet van buitenaf: lasterpraatjes, spottende opmerkingen, een dreigende sfeer. Maar hij is ook geconfronteerd met verzet van binnenuit. Dat is zo mogelijk nog venijniger: gebrek aan voedsel in de streek, bestuurders die woekerrente vragen. Dit alles neemt niet weg dat dat wat eerst een hoop losse stenen was, aarde, puim, begroeid met onkruid, struiken en bomen, dat dat nu opgeruimd is. De stenen die kris kras door elkaar lagen, liggen nu keurig op elkaar, om en om, in verband. De muur wordt hoger en hoger. Het begint ergens op te lijken, op een echte stad. Alleen de poortdeuren ontbreken nog. Als de tegenstanders dat zien, dan zetten ze de laatste aanval in. Het is niet gelukt de bouw te stoppen. Maar als ze Nehemia nu eens uit de weg zouden ruimten, als ze de drijvende kracht achter dit project, de leider, zouden doden … . Dan zou het project in duigen vallen, dan zou den organisatie uiteen vallen, dan zouden de mensen ophouden en wegtrekken. Dan zou die vreselijke droom voorbij zijn, dan zou die stad die de bestaande politieke verhoudingen in de war gooit, vanzelf vervallen. Wat een opluchting zou dat zijn!
Zo sturen Sanballat, Tobia en Gesem Nehemia een boodschap met het voorstel te overleggen in het Onodal. Wij zouden zeggen: dat is toch geen slecht voorstel, je kunt toch altijd overleggen?! Maar Nehemia bespeurt onraad. Ze bijten zich erin vast. Tot vier keer toe komen ze met het voorstel. Maar elke keer zegt Nehemia ‘nee’. Bij zijn antwoord kunnen we glimlachen, het lijkt alsof Nehemia hen precies doorheeft. ‘Ik ben bezig met een groot werk’: het is groot in omvang, maar ook groot in de zin van door God gewild. ‘Ik kan niet komen, want het werk zou stil komen te liggen.’ Inderdaad, als hij zou komen … . Bij de vijfde keer wijzigen de tegenstanders hun tactiek. Ze sturen een onverzegelde brief – iedereen kan ‘m lezen – ze sturen met andere woorden een gerucht de wereld in: ze plaatsen als het ware een foto van Nehemia in de Privé met een suggestief onderschrift: ‘de nieuwe koning van Jeruzalem – wat zal de koning van Babel hiervan zeggen?’ Vervolgens geven ze Nehemia een exemplaar van deze Privé en stellen voor: zullen we eens met elkaar praten … . Een doortrapte chantage!
Nehemia laat zich niet intimideren. Opnieuw wordt een complot gesmeed, nu door middel van een soort van profeet, Semaja. Ik moest daarbij een beetje denken aan Astro TV, met behulp van kaarten of wat dan ook wordt mensen de toekomst voorspeld. Nehemia krijgt in een soort van orakel te horen dat hij naar het binnenste van de tempel moet gaan: alleen daar zou hij veilig zijn voor de dood. Nu wijst de goede profeet op de Torah, op de wetten van Mozes. Semaja daarentegen wijst ervan af: niemand mag immers in het binnenste van de tempel komen, in het heilige der heiligen, alleen eens per jaar de hogepriester … . De kaart van deze profeet blijkt een doorgestoken kaart te zijn: Semaja is omgekocht. Ook hier weet Nehemia goed en kwaad van elkaar te onderscheiden.

Wat moeten we van dit alles denken? Ik vermoed dat wij niet zo blij zouden zijn met een man als Nehemia. Hij is nogal zelfingenomen, hoogmoedig. Hij is zeker van zijn zaak. Hij is voor ons gevoel ook wel erg zeker van God, van Zijn hulp. Uitgerekend deze Nehemia herbouwt de muur, een scheidsmuur. Een muur biedt bescherming en veiligheid. Maar daarmee komt een muur ook tussen mensen in te staan: wij-zij. Denk aan de tijd van het IJzeren Gordijn: hier de kapitalisten, daar de communisten. Denk aan de muur om de bezette gebieden in Israël: hier de Israëliërs, daar de Palestijnen. De muur bevestigt het verschil, hoe begrijpelijk de bouw ervan vanuit een bepaald standpunt ook kan zijn. Dat is allemaal waar. Maar we moeten wel bedenken, hoe de muur is gebouwd. Nehemia en zijn mannen trekken geen muur om zichzelf heen op. Nee, de mensen komen uit omliggende plaatsen (vgl. Neh. 3). In de stad staan nog amper huizen (vgl. Neh. 7: 4). Ze bouwen, maar waarvoor eigenlijk? Dit bouwen heeft iets van geloof, van vertrouwen, van iets visionairs. Het zal nog moeten blijken, wie in deze stad gaan wonen. Nehemia moet de mensen later zelfs aansporen! Het begint met de tempel, met de Godsverering. Dat moet in de eerste plaats worden veilig gesteld. Vandaar uit, van die verering uit, moet de stad zich verder vullen. Anders gezegd: de omgang met God komt hoe dan ook op de eerste plaats. Die omgang moet vast verankerd en gezekerd worden, door een stevige muur. De rest komt vanzelf. Als dat innerlijk, als het Godsvertrouwen, sterk is, deren de aanvallen van buitenaf niet. Zo versta ik ook de inzet van Jezus, zijn strijden voor het Koninkrijk, voor de bouw van Gods Rijk.

Dan moeten we het tenslotte hebben over de angst. Het verhaal van Nehemia zit er vol van. Er wordt mee gespeeld. De tegenstanders proberen Nehemia en zijn bouwers angst in te boezemen. Angst is altijd ingegeven door het gevoel dat je een stukje levensruimte zult moeten missen, misschien zelfs wel allen levensruimte … . Angst is vaak ten diepste angst voor de dood. Nu is er veel gezonde angst, bijvoorbeeld de angst om op straat ondersteboven te worden gereden. Daarom kun je maar beter uitkijken, als je de straat oversteekt … . Maar angst kan ongemerkt groeien, zozeer, dat het verlamt, dat het elke creativiteit wegneemt, dat mensen volgzaam worden, willoos. Angst krijgt geen vat op Nehemia en zijn troepen. Waarom niet? Ze hebben een overtuiging! Ze vertrouwen op God, op hun missie, in het welslagen daarvan. Ze hebben een innerlijke stevigheid, ze hebben hart voor de zaak.
Wij leven in een angstcultuur. Dat uit zich op verschillende manieren, bijvoorbeeld in de hype om veiligheid. Ik las onlangs dat er ouders zijn die bij hun kind in het kinderdagverblijf een persoonlijke webcam plaatsen: dan kunnen ze hun kind altijd zien, want je weet maar nooit. Mensen willen steeds meer zekerheid over hun gezondheid, onderzoeken … . En dan is er de islam, de dreiging die van deze godsdienst uitgaat. Voor beide situaties geldt: er is reden tot voorzichtigheid. Er kan iets gebeuren, met je gezondheid, met je kind, met de militante islam. Maar het kan tot een obsessie verworden, het kan erop uitlopen dat je steeds meer waarborgen wilt, en uiteindelijk is het nooit genoeg … . Angst werkt verslavend. Langzaam sluipt de angst onze Westerse samenleving in. Er is een vacuüm, een gebrek aan geloof, aan overtuiging. Daar kunnen we op twee manieren op reageren. We kunnen er in meegaan, een film maken, proberen af te breken … . Maar we kunnen daartegenover ook zelf proberen op te bouwen, te geloven, dat uitdragen, zoals Nehemia, zoals Jezus.

Op deze manier krijgen vanmorgen de woorden uit die soms zo mysterieuze Hebreeënbrief glans. De Here Jezus, de dood van Jezus is een krachtig medicijn tegen onze angst. Door Zijn dood en opstanding heeft hij de dood overwonnen, kunnen wij anders naar de dood kijken, kunnen wij anders leven. Hij laat zien: God laat ons niet in de steek, niet in wat naar dood ruikt in ons leven, niet in de dood zelf. Wij kunnen ons leven proberen dicht te timmeren, muren op te trekken, maar uiteindelijk helpt dat allemaal niets. Durf te geloven, durf te vertrouwen … . Laat niet de angst regeren, maar laat Hem regeren, dan zult u echt vrij zijn.

Alphendebron/080309



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.5 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2008, KWdJ