Schriftlezing: Numeri 22: 41 - 24: 25 (selectie)

Thema: Zegen op zicht

Koning Balak nodigt Bileam uit om Isral te vervloeken. Balak neemt het initiatief, maar de regie is volledig in handen van Bileam. Tot drie maal toe wordt er geofferd. Maar het offer lijkt er helemaal niet toe te doen. De eerste en de tweede keer ontmoet Bileam God op een ndere plaats, niet bij het offer. Balak en zijn handlangers moeten maar afwachten bij het altaar, de tweede keer nog nadrukkelijker dan de eerste. Na de eerste offergang krijgt Bileam woorden van zegen ingegeven en spreekt die ook uit. Balak wordt boos, maar geeft het niet op. Een tweede poging met offer enzovoort wordt ondernomen, maar met hetzelfde resultaat. Dan komt er zelfs een derde keer (zie ook hieronder), maar weer zijn het woorden van zegen die Bileam uitspreekt. Als Balak hem dan naar huis wil sturen, dan geeft Bileam nog een toegift, waarin onder meer de voorgaande zegenwoorden nog eens worden bevestigd.

Er zit echter iets vreemds aan de achtereenvolgende gebeurtenissen. Bileam durft de tweede keer al meer: 'Sta op, Balak, en hoor', zo spreekt hij zijn opdrachtgever gebiedend aan. Bij de derde spreuk zoekt hij Gods aangezicht niet meer, maar komt de Geest Gods zomaar over hem. Is dit wel Gods Geest? Bileam wordt steeds zekerder van zichzelf. De derde en vierde spreuk beginnen al met 'De spreuk van Bileam '. In de laatste lijkt het er helemaal op alsof Bileam het zelf wel kan en voegt hij ook nog eens toe, dat hij de wetenschap van de Allerhoogste kent. Met name de beide laatste zegenspreuken mogen daarom kritisch bekeken te worden, zeker waar het buitengewoon gewelddadig wordt. Bileam lijkt door te schieten.

Opnieuw komen de thema woorden zien en zegen duidelijk naar voren. Voor de lezer/hoorder verschuift echter het accent: de zegen wordt ons nu immers in uitvoerige bewoordingen voorgesteld. Het is nu zegen op zicht. We mogen kijken naar het karakter van de zegen, naar Hem die de zegen geeft. Durven we ons aan deze God toevertrouwen? En ding is zeker: Hij laat zich niet bezweren, Hij houdt vast aan Zijn belofte. Daar kan geen woord, geen macht van de farao van Egypte, van de koning van Moab, een mensensmokkelaar of een drugshandelaar tegenop. God houdt aan Zijn zegen vast. Dat vraagt ook om overgave, gehoorzaamheid aan Zijn weg. Zegen op zicht: net als bijvoorbeeld een lamp uit een winkel die we op zicht hebben meegekregen, mogen we er even vrijblijvend naar kijken. Maar als we het hierop willen houden, dan moeten we er de prijs voor betalen, consequenties nemen. Willen we dat?


000702/Alphen/Debron