Schriftlezing: Psalm 1 (Naardense Bijbel)

Tekst/thema: ‘De éne weg’



Samenvatting van de preek:


Is deze psalm de beste introductie tot het boek van de Psalmen? Ik weet natuurlijk niet, hoe u leest of hoort, maar ik kan me voorstellen dat het u allemaal te obligaat is, te zwart-wit, te dik erbovenop goed-slecht. Natuurlijk is er ook dat prachtige beeld van die boom, vol loof, met tal van rijpe vruchten. Maar verder … . Het lijkt er bovendien ook nog eens sterk op dat de dichter natuurlijk tot de goeden behoort. Hoe zit dat eigenlijk?

Psalm 1 is niet alleen de eerste psalm, het is – wat poëtischer, dichterlijker – de toegangspoort tot het boek van de Psalmen. Dat is dus niet onbelangrijk. Niemand krijgt een tweede kans voor een eerste indruk. Het is als met de gevel van een huis. Die doet ons vermoeden wie (en wat) we vervolgens zullen gaan ontmoeten. Wat zegt deze Psalm nu over wat binnen is, over het hart van God waar de mens kan en mag wonen?

Welzalig, gelukkig … . Dat is het allereerste woord dat we horen. Daar gaat het om. We denken wel te weten wat dat is, waar dat te halen is. Op de ene of de andere manier hebben we allemaal wel iets van geluk geproefd, al hebben we het gevoel dat de een er wel veel meer van gekregen heeft dan de ander.
Welzalig, gelukkig degene die niét … . We dachten dat dat voor óns geluk wel kon, wel mocht: een beetje water bij de wij, een leugentje om bestwil, een lach waar we eigenlijk geërgerd hadden moeten weglopen, van twee walletjes eten … . Maar van het een komt het ander. Eerst ga je mee, in het beraad van de bozen. Dan blijf je staan op de weg van de zondaars. Vervolgens ga je zitten op de stoel van de protsers, van de opscheppers. Hoort u: eerst gaan, meegaan. Dan staan. Tot slot zitten. Voor je het weet, zit je er midden in. Dan geloof je in de reclame, dat geluk te verzekeren valt. Dan denk je echt dat geluk in een fors inkomen ligt. Dan is het gewoon dat je allereerst aan jezelf denkt.
Welzalig, gelukkig degene die niét … . Het is geen betweter die dat zegt, niet iemand die zichzelf op de borst slaat. Nee, het is iemand die bezorgd is, die weet wat er in het leven te koop is, die het misschien zelf allemaal heeft meegemaakt, die weet wat een mens meemaken kan, de wereld aan gevoelens, aan geloof en wanhoop, aan alles wat er in de vervolgpsalmen nog aan de orde komt, de hoogtepunten én de dieptepunten!

Waar is het geloof dan wel te vinden? In het dag en nacht spellen van Gods wet, in het God zoeken, in de nauwe omgang met god. Sommigen beginnen bij die gedachte misschien te protesteren. Dat kan toch niet: dag en nacht. Dat heeft iets kloosterlijks, iets priesterlijks, mogelijk dat een dominee het kan, maar verder … . Ik versta deze woorden als een oproep tot zuiverheid, tot puurheid, tot volledige overgave.
Ik moet in dit verband denken aan de woorden van Henri Nouwen die ik ook hier in de kerk wel eens heb aangehaald. Wij denken dat het geluk te vinden is in dat wat we hebben (1), in dat wat de mensen over ons zeggen (2), in dat wat we presteren (3). Maar dat alles is tijdelijk, het vergaat op den duur. Wat echt telt, dat blijft: de wetenschap, de ervaring dat je een geliefd kind van God bent.

Toch, we zijn er niet. Er is een dik ‘maar’ dat ons dwars zit. Laten we aannemen dat het zo is, dat we dat zouden kunnen, zo puur, zo volledig. Laten we aannemen dat ons leven staat als een boom, stevig, geboren in de stroom van Gods liefde, vol in blad, rijk aan vruchten. Laten we aannemen dat dat een positief effect op ons leven heeft. Hoe zit het dan met die anderen, de mensen van een beetje dit en van dat? Hoe zit het dan met dat kaf? Hoe zit het dan met de mensen die niets klaar lijkte maken wat over de grenzen van de tijd heen standhoudt? Er komen allerlei beelden naar boven, bijvoorbeeld dat van de twee wegen: de brede weg (die tot het verderf leidt) en de smalle weg (die tot het leven, tot God, leidt). Hemel en hel. Dat is ons dan onverdraaglijk!
Toch: er is maar één weg! Dat moet ik in de eerste plaats mijzelf voorhouden op die momenten dat ik denk dat het met dat geluk ook wel anders kan. De andere weg is geen weg, die loopt nergens op uit, die verloopt, breekt af als een dorre tak, ‘verliert sich’ (Martin Buber in zijn Verdeutschung van Psalm 1). Ik moet in dit verband denken aan een wandeling van een paar jaar geleden, over het tracé van een voormalige spoorlijn. Het ging om een uitgezette wandeling, we verwachten dus dat het prima te lopen was. Maar dat viel tegen. Het werd steeds moeizamer. De bomen met prikkeltakken aan de kant werden steeds breder. Het onkruid, de brandnetels met name, het werden er steeds meer en ze werden steeds hoger. Tot we concludeerden: dit gaat zo niet, dit loopt nergens op uit. Via omwegen, over ongelijk en drassig terrein kwamen we uiteindelijk toch op een goede, een begaanbare weg.

Er is maar één weg. Dat is de weg van Jezus Christus, de weg van het offer. Hij gaat die weg alleen, voor allen. Voor allen! De vreugde van het evangelie is in de eerste plaats dit: dat wij daarvan weten, dat we daaruit leven mogen … . Dat is een boom van een zekerheid. Met deze wetenschap begint het pas, 150 psalmen lang, een leven lang, met alle aanvechting die daar bij hoort … .

Ik wil u uitnodigen om even stil te staan bij dit plaatje en u af te vragen: waar wortelt u, waar haalt u uw kracht, uw levensvreugde vandaan; wat zijn in uw leven die groene bladeren, die frisse groene bladeren die een ander schaduw geven; welke vruchten brengt u voort?





Alphendebron/080928


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.1 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2008, KWdJ