Schriftlezingen: Psalm 2; Openbaring 1: 12 – 16

Tekst: Psalm 2


Kerkboerderij de Hoef Geluidsfragment: Utrecht, Leidsche Rijn - 23 december 2012


Als bijlage is onderaan toegevoegd de tekst van psalm 2, tezamen met enkele aantekeningen die kunnen helpen bij het begrijpen van de tekst.


Wat heeft u gehoord? Om te beginnen wil ik enkele indrukken verzamelen, inventariseren waar mogelijke problemen liggen.
Begint goed, herkenbaar: waarom woelen de volken? Dat is ook onze vraag. We hebben onze vragen bij het wereldgebeuren, bij de honger, de armoede (ook daarbij!), maar door de gebeurtenissen van de afgelopen maanden wel in het bijzonder bij het geweld. Waarom toch?!
In de volgende alinea van de psalm beginnen aarzelingen te komen. God lacht. Laat het Hem koud? Valt er iets te lachen? Wij zouden zeggen van niet. Lastiger nog zijn de begrippen van toorn en gramschap. Even licht het op bij de woorden ‘Mijn Zoon ben jij … .’ Dat klinkt ook bij de doop van Jezus in de Jordaan. Maar het licht gaat uit bij het slot van deze regels, bij het verpletteren met een ijzeren knots, het stukslaan als pottenbakkerswerk. Het is allemaal zo krachtig, zo gewelddadig. We keren even terug naar het begin: waarom woelen de volkeren, waarom dit geweld, wat lost het op?! Het lijkt te bevestigen wat velen zeggen: religie en geloof, mooi, maar kijk eens naar al het geweld, dat het teweeg brengt.
Als we nog de moed hebben om door te lezen, dan voelen we in het slot wel weer de dreiging in de toon, maar dan klaar het in de laatste regel toch nog op: gelukkig die bij Hem schuilen.

De Psalm valt in vier delen uiteen. a) Het begint met een blik op de aarde: wat zien we, wat gebeurt er? b) Vervolgens kijken we van bovenaf, vanuit de hemel, naar wat er op aarde plaats vindt. c) Met die blik in ons hoofd, keren we terug naar de aarde. We staan als het ware naast Gods vertegenwoordiger op aarde en luisteren naar wat Hij openend en openbarend te zeggen heeft. d) Als wij de wereldactualiteit zo met Gods ogen bekijken, vanuit het werk dat Hij heeft gewrocht in Jezus Christus: wat moet onze conclusie dan zijn? Een korte belofte sluit de psalm af.

Ad a) Waarom woelen de volkeren …? Het is zinvol om die vraag enigszins aan te scherpen. Het is meer dan de constatering van oorlogsgeweld. In de 1e psalm hebben we gehoord dat er maar één weg is die naar God leidt (andere wegen leiden tot niets, zijn geen echte, begaanbare, wegen). Psalm 2 rijmt als het ware op psalm 1. Als het dan zo duidelijk is, welke weg naar God Zelf leidt, hoe kàn het dan dat de volkeren zo woelen, onrustig zijn? Hoe kan het dan dat volkeren - wij! - zich verzetten tegen God Zelf? Het is dus méér dan een onderlinge strijd, al is die strijd op zich al erg genoeg. De volkeren lopen te hoop tegen wat God over het koningschap heeft gezegd. De ware koning blijft niet in zijn paleis, maar gaat de straat op. Als hij ziet, dat een arme wordt afgeblaft, dan springt hij in de bres. Als mensen door de politie oneigenlijk onder druk worden gezet, dan treedt hij op. De koning bij de gratie Gods dóet niet uit de hoogte. Laat bij dat alles duidelijk zijn, dat álle koningen, ook de koningen van Israël onder de meetlat doorgaan van psalm 72.


Ad b) God lacht. Hij lacht níet om de ellende, om het geweld. God spot met de hoogmoed, de pretenties, de gedachte dat een koning, een machthebber, een mens (!) het zó, met het kanon of de bommenwerper onder handbereik, zou redden. ‘Blijf zitten waar je zit, en verroer je niet!’ Dat is de boodschap van Godswege. Ik heb immers mijn koning ‘gesteld’. Letterlijk staat daar: ‘gegoten’. Dat is veelbetekenend: 1) als in een beeld dat gegoten wordt (en dus het risico met zich meebrengt, dat het om zichzelf vereerd gaat worden); 2) een beeld waarin de kunstenaar zichzelf gelegd heeft (élke mens is beeld Gods, maar in het bijzonder de koning); 3) maar het is ook gieten in de zin van zalven (dus door God aangewezen en gesteund); 4) en tot slot onze vertaling met gesteld: een vast punt. Wie aan deze koning komt, komt aan God zelf.


Ad c) Dan gaat de dichter, de koning van Godswege, zelf spreken. Hij vertelt van het besluit van de Heer, die bekende woorden: Mijn Zoon, Ik heb je heden verwerkt. Dát is Gods antwoord op het woelen van de volkeren. Daarmee reageert Hij op de afval van de volkeren, hun verzet en ongeloof. In het licht van het voorgaande is het koningschap, het mens-zijn, een gave, maar bovenal een opgave! Het koningschap, het mens-zijn, is altijd gegeven in afhankelijkheid: vraag Mij, en ik zal geven. De macht, dat Zoonschap, het is geen vanzelfsprekendheid. Integendeel. Het is toegewijd leven, toegewijd aan de Vader. Net als een kind dat vraagt aan zijn ouders: mag ik, zal ik, kan ik … . Daarop volgt dan het moeilijkste vers uit de psalm. Het verpletteren, het stukslaan. Hoe is dat te rijmen met Jezus, met de bergrede, het toekeren van de andere wang, het gaan van een extra kilometer, het binnengaan van Jeruzalem op de rug van een ezel.
Ik kan dit alles alleen maar lezen door en met Jezus Christus. Het is niet alleen een gelegenheidspsalm voor de troonsbestijging van een koning uit het huis van David, maar dit lied heeft ook profetische kracht, het reikt vooruit. Bij de geboorte van Jezus worden we reeds gewaar, hoe ánders Zijn koningschap is dan het gangbare. Zijn geboorte alleen al werkt verpletterend, brengt mensen geheel van hun stuk. De geleerden in Jeruzalem, koning Herodes, zij weten niet waar ze het moeten zoeken. Dat alles door de geboorte van een kwetsbaar kind. Nota Bene! Om met Paulus te spreken, Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Dit kind heeft in de beeldtaal van de apostel Johannes het zwaard niet in de hand, maar in Zijn mond. Zijn kracht, Zijn gezag, ligt in het Woord, niet in het geweld. En voorzover het geweld er wél is, moeten we goed beseffen, dat de wraak alleen God toekomt. Dus geen eigengereide mensenacties. Dus niet God een handje willen helpen. De wraak van God is bovendien geen ongeleid projectiel: het richt zich op de kwade machten. Die zullen verslagen worden.


Ad d) Wat voor conclusie blijft er anders over, dan die van de psalm. Koningen der aarde (= dezelfde koningen als die uit het begin), weest verstandig, komt tot bezinning, komt tot bekering. Zie wat er gebeurd is, hoe de hemel zich geopend heeft, hoe de hemel zich op aarde heeft geopenbaard in Jezus Christus. Dient God met vrees en verlangen. Wat beeldender gezegd: kust de Zoon, kust de door en aan God gewijde. Geeft u met heel uw leven over aan Hem. Gelukkig die bij God schuilen. Zo begint psalm 1. Zo eindigt psalm 2. Tussen die twee ligt veel leed, veel ellende, veel menselijke eigengereidheid.


Iemand zei: als ik God was, schopte ik de heleboel in elkaar. Gelukkig maar, dat hij God niet was! God is God. Mens is mens. God heeft de boel niet in elkaar geschopt, maar Hij heeft Zijn Zoon gezonden. Dat is een veel krachtiger wapen, dan al dat andere, hoe moeilijk ons dat soms ook valt te geloven. Hij wil niet onze dood, Hij wil ons leven. Dat kan door te schuilen bij de Levende God.

Utrechtleidscherijn/20121223



Psalm 2
1 Waarom woelen de volken
    en zinnen de natiën op ijdelheid?
de koningen op aarde
2 De koningen der aarde scharen zich in slagorde
en de machthebbers spannen samen
    tegen de HERE en zijn gezalfde:
 
3 ‘Laat ons hun banden verscheuren
    en hun touwen van ons werpen!’
 
  
4 Die in de hemel zetelt, lacht;
    de Here spot met hen.
vanuit de hemel
5 Dan spreekt Hij tot hen in zijn toorn,
    en verschrikt hen in zijn gramschap:
 
6 ‘Ik heb immers mijn koning gesteld
    over Sion, mijn heilige berg.’
 
  
7 Ik wil gewagen van het besluit des HEREN:
    Hij sprak tot mij: ‘Mijn zoon ben jij; Ik heb je heden verwekt.
op de aarde
8 Vraag Mij en Ik zal volken geven tot je erfdeel,
    de einden der aarde tot je bezit.
 
9 Jij zult hen verpletteren met een ijzeren knots,
    hen stukslaan als pottenbakkerswerk.’
 
  
10 Nu dan, koningen, weest verstandig,
    laat u gezeggen, richters der aarde.
de koningen in hemels perspectief
11 Dient de HERE met vreze
    en verheugt u met beving.
 
12 Kust de zoon, opdat hij niet toorne
    en u onderweg niet te gronde gaat,
    want zeer licht ontbrandt zijn toorn.
 
  
  Welzalig allen die bij Hem schuilen!  

Relevante bijbelteksten
Voor de aanleiding, een mogelijk kader van de psalm, zie: I Samuël 5: 17.
Voor het profiel van de (messiaanse) koning, zie: Psalm 72, met name de verzen 12 – 14.
Voor de doorwerking van Psalm 2, zie onder meer: citaat van vers 1 en 2 in: Handelingen 4: 25 en 26; verwijzing naar een zinsdeel uit vers 2 in Mattheüs 3: 17 en Lucas 3: 22 (de doop van Jezus), alsmede Handelingen 13: 33, Hebreeën 1: 5 en 5: 5; verwijzing naar vers 8: Hebreeën 1: 2; verwijzing naar de verzen 8 en 9: Openbaring 2: 26 en 27; verwijzing naar de ijzeren knots uit vers 9 in Openbaring 12: 5 en 19: 15.




De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.5 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.nl


Print deze pagina

© 2001, 2012, KWdJ