Schriftlezing: Jesaja 53: 1 – 9; Romeinen 5: 1 – 11

Thema: ‘door zijn bloed … gerechtvaardigd’

Onderaan een enkele opmerking over de vertaling van het uit Romeinen 9: 5 genomen thema/motto van deze preek.

In de liederen die in deze dienst door Kas en Kees gezongen worden, gaat het meer dan eens over ‘reiniging door het bloed van Jezus’, ‘leven uit genade’, ‘leven door het kruis van Golgotha’. Op zich is dat nauwelijks de moeite van het benoemen waard. Ook het Liedboek kent veel liederen die daarvan getuigen. Ik heb de sterke indruk, dat het een taal is die velen in onze gemeente niet direct (meer) aanspreekt. Als het gaat over het bloed en het kruis van Jezus dan roept dat veeleer onbegrip en boosheid op. Dat verschrikkelijke kruislijden van Jezus: moest dat nu echt, had dat niet anders gekund? Jezus gestorven voor mijn zonden: maar ik voel me helemaal niet zondig, ik ben zelf verantwoordelijk voor wat ik doe en laat. Het goddelijke moeten, het onontkoombare van Jezus’ weg: dat kunnen, willen we gewoonweg niet geloven. Als ik dat zo op een rijtje zet, dan proef ik bij mezelf een zekere verlegenheid. Hoe leg ik dat nu uit, hoe vertel ik het zo, dat het een plek in uw leven kan krijgen? Het gaat niet bepaald om marginale teksten in de Bijbel. Zonder het verlossend lijden en sterven van Jezus zouden we grote delen van de Bijbel kunnen schrappen: grote delen van het Nieuwe Testament, met name de apostolische brieven, maar ook stukken in het Oude Testament, bijvoorbeeld over de offers of de lijdende dienstknecht uit Jesaja 52 en 53.

Voor alle duidelijkheid: vanuit de mens gezien is het lijden en sterven van Jezus niet vreemd, is het niet echt bijzonder. Hoewel er eigenlijk geen buitenbijbelse bronnen zijn, willen vele historici Jezus’ leven den dood wel als feit aannemen. De wijze waarop Jezus leefde, streek mensen tegen de haren in, vooral in de elite in kerk (synagoge) en politiek. Hij houdt opruiming in de tempel, ontneemt mensen daarmee hun inkomsten. Hij ondermijnt het gezag van Pontius Pilatus. Dit móest wel fout aflopen! Natuurlijk, het is bewonderenswaardig dat hij tot het einde toe heeft volgehouden, zijn idealen niet heeft verraden. Maar daarin staat Jezus niet alleen. Velen zijn dezelfde weg gegaan en hebben het met de dood moeten bekopen. In dat verband zouden we met het nieuws van de afgelopen week in ons hoofd ook kunnen denken aan de moord op Theo van Gogh, de man van het vrije woord. Hij wist, welke risico’s hij liep, maar nam desalniettemin geen blad voor de mond. Paulus schrijft in Romeinen 5, dat het op zich al moed vraagt te willen sterven voor een rechtvaardige (vers 7). Hij denkt dan aan een mens. We zouden dat eenvoudig kunnen verbreden tot een rechtvaardige zaak. Het hoeft niet onze zaak te zijn, waar Theo van Gogh voor stond, maar hij stónd in ieder geval ergens voor. Het bijzondere van Jezus ligt echter hierin dat hij is gestorven voor zondaars, voor mensen die zondigen. Hij sterft níet voor wie het zelf wel menen te redden, Hij sterft voor mensen die het níet zelf kunnen, die Hem nodig hebben. Zo groot is Zijn liefde. Zo hoog heeft Hij ons mensen gehad, dat Hij dat heeft willen doen.

Daarmee brengt Paulus ons dichter bij het hart van het evangelie, het bijzondere dat het evangelie tot evangelie (goed boodschap) maakt: waarom Hij meer is dan een voor-beeld, waarom hij in de kern onvergelijkbaar is met andere mensen, hoe veel goed ze ook doen. Het is onvermijdelijk, dat het dan ook over zonde gaat. Bij zonde is vaak iets gezegd als: zonde is je doel (Gods doel met jou) voorbij schieten. Anders, wat radicaler geformuleerd: alles wat ons verwijdert van God, van Jezus. Zonde is kortweg zondeR (God, Jezus). Paulus gebruikt daarvoor stevige zwart-wit taal: de mens is vijand geworden van God. Wat verwijdert ons van God, waardoor maken wij onszelf vijanden van Hem? We proberen het goede te kiezen, maar het pakt zo vaak anders uit. Noodgedwongen kiezen we uit twee kwaden, maar zelfs de beste van de twee blijft kwaad. Zelfs als we in gebed of Bijbel lezen heel dicht bij Hem zijn, dan nog stoort ons ‘ik’, zijn er gevoelens, herinneringen, gedachten die ons doen verwijderen van Hem. Wij reiken nooit zo ver als God kan reiken. Hij: groter dan óns hart … .

Hoe verandert dat, hoe ís dat veranderd? Paulus zegt dan: Jezus is voor ons gestorven, voor onze zonden. In Hem verzoent God zich met deze wereld, met ons. Wat populair gezegd: God en mens kunnen weer door één deur, Hij als God, wij als Zijn kind en erfgenaam. Maar, zo is dan de vraag: wat gebéurt er dan, wat ís er dan gebeurd, dat het deze verandering teweeg brengt? En: hoe kan dat, iets dat 2000 jaar geleden is, zo’n effect hebben. Dat iemand boet voor iets dat ik gedaan heb, dat is ergens nog wel inzichtelijk te maken. Maar dat iemand boet vóór dat ik iets gedaan heb, dat is eigenlijk niet te vatten. De apostelen zoeken in hun brieven naar geschikte beelden en woorden. Vele theologen hebben dat na hen eveneens gedaan. Zo is het beeld gebruikt van de ruil: wij hebben fouten gemaakt en verdienen straf. Jezus ruilt met ons van plaats en draagt de straf. Veelvuldig wordt in de Bijbel het offer van Jezus genoemd: door het offer van Zijn leven bedekt Hij onze schuld en worden wij met ons leven voor God aanvaardbaar. Jezus Zelf heeft het over een losprijs, een beeld dat ook in de brieven wordt opgepakt. Hij koopt met Zijn leven de mensen vrij die als het ware gegijzeld worden door de zonde. Maar hoe knap deze gedachten soms ook zijn, het blijft een pogen om duidelijk te maken, waarom Jezus van Godswege, door Zijn eigen keuze, zo moest lijden. Paulus schrijft in de Korinthebrief over het geheim van God, over Zijn verborgen wijsheid. Steeds weer wordt duidelijk gemaakt, hoe liefdevol God is, wat Hij er voor over heeft om ons úit het bereik van het kwaad ín het bereik van Zijn Koninkrijk te brengen. Als die boodschap uw hart raakt, dat Zijn liefde voor u zo groot is … , dan geeft dat rust, veiligheid, geborgenheid, maar ook vreugde en dankbaarheid, in aanbidding en lofprijzing zowel persoonlijk als in de kerkdienst, in een op God gerichte levensstijl. Paulus zegt dan in de lezing van vanmorgen: wij prijzen God, dankend voor alles wat ons in Jezus gegeven is, die ons met God heeft verzoend (vers 11).

Ik wil het geheel samenvatten met een concrete situatie. Het gebeurde op een dag aan het strand. Het was een mooie dag, maar met een harde wind en een stevige branding. Bij teruglopend tij was iemand op onbegrijpelijke wijze in de branding verdronken. Op het strand was er grote consternatie. Wat was er eigenlijk gebeurd? De een zei dit, de ander dat. De politie zocht getuigen. De meeste aanwezigen hadden niet echt iets gezien. Ze waren druk met hun eigen besognes. Enkelen waren er zeker van dat de verdronken man niet echt vrijwillig het water in gegaan was. Hij was door anderen meegenomen. Anderen voegden daaraan toe: hij liet zich meenemen, hij verzette zich niet. Onder de omstanders groeide de verbazing. Het werd eigenlijk steeds onduidelijker. Totdat twee mensen zich meldden. Ze vertelden dat ze in het water waren geweest, terecht waren gekomen in verradelijke stromingen en draaikolken. Ze dreigden aan de chaos ten onder te gaan. Ze vertelden er heel eerlijk bij: we hebben zelf het risico genomen. Maar hij, hij heeft ons gered. Daarom dus liet hij zich zo gewillig meenemen. Omdat hij die mensen in doodsnood op het oog had.


Naschrift. Een enkele opmerking bij Romeinen 5: 9 in de onlangs verschenen NBV. In vers 9 staat in de NBG: 'Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.' De NBV heeft: 'Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, danzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld.' Ik beperk me tot het stukje 'door zijn bloed gerechtvaardigd', resp. 'door zijn dood (...) vrijgesproken'. Er is meer aan de hand met dit vers en met deze perikoop, maar dat laat ik nu maar voor wat het is.
De NBV heeft dood vervangen door bloed (net als in 3: 25-26, in een vergelijkbaar vers). Dat maakt de tekst makkelijker leesbaar. Maar ook vlakker. In de eerste plaats verdwijnt de indirecte verwijzing naar het offer en de daarmee samenhangende rituelen in het OT. In de tweede plaats lijkt me dat in het woord bloed veel meer 'meekomt' dan in dood. Bloed is óók leven. Daarmee is het begrip buitengewoon dynamisch. Wijzend op het bloed doelt Paulus dus op het léven dat Jezus heeft gegeven, zo volledig dat het in de dood eindigde.
Bij gerechtvaardigd heeft de NBV gekozen voor vrijgesproken. Daarmee vervalt de verbinding met vers 1 van de perikoop, waar exact hetzelfde woord gebruikt wordt, maar de NBV rechtvaardigen weergeeft. In de al eerder aangehaalde 3: 25-26 zijn wel woorden gekozen met de stam 'recht'. Mijn probleem met de gemaakte keuze ligt echter op een ander vlak. Een rechter spreekt slechts dan vrij, als het ten laste gelegde feit niet bewezen wordt. Het lijkt me, dat Paulus dat nu bepaald niet bedoelt te zeggen. De feiten zijn wel degelijk bewezen: de mens staat schuldig tegenover God. In eerste instantie denk ik aan een andere situatie in het recht: de verdachte heeft een rechtvaardigigingsgrond of een schulduitsluitingsgrond (ik denk, als ik naar de redenering kijk in feite het laatste) en wordt ontslagen van rechtsvervolging. Dat is echter wezenlijk iets anders dan vrijspraak. Het feit is wel bewezen, maar wordt niet bestraft. Wel blijft er vaak nog iets 'hangen': opluchting bij de verdachte dat hij niet gestraft wordt, maar echt 'vrij' in emotioneel-mentale zin is hij niet. Dat zal in de radicale terminologie van Paulus ook weer niet de bedoeling zijn. Ik zou het daarom toch maar willen houden op het klassieke gerechtvaardigd. Net als bij bloed klinkt daarin meer de dynamiek door: er was iets echt fout (bij de mens), maar het is (door God) recht gezet/gemaakt. Dat doet zowel God als mens recht.


Alphendebron/041107




Print deze pagina

© 2004, KWdJ