Schriftlezing: Romeinen 8: 12 – 17 en Marcus 1: 9 – 11

Tekst/thema: ‘kinderen van God’ (Romeinen 8: 14, 15 en 16)



Samenvatting van de preek:

Ik zou vandaag in plaats van het gesprekje met de kinderen ook een gesprekje met u hebben kunnen voeren. Ik zou dan hebben willen vragen: wat is uw favoriete Bijbelse figuur (behalve God of Jezus)? En waarom? De een zal zeggen: ik kies voor David. Want David is zo’n voluit menselijke figuur. Hij is moedig. Hij heeft gevoel. Hij maakt een misstap en is niet te beroerd om dat uiteindelijk ook toe te geven. David staat me heel erg na. Een ander zal kiezen voor Petrus, haantje de voorstel, altijd rap van tong. Weer een ander kiest een veel minder in het oog springende figuur: de Kanaänitische vrouw die geen genoegen nam met de afhoudende en afwijzende woorden van Jezus. Ze hield vol … . Vaak is het een keuze die mede bepaald is door bewondering. Zo zou ik ook willen zijn … , zo een kind van God.
Ik denk dat maar weinigen op mijn vraag zouden antwoorden met: Paulus, vanwege zijn prachtige brieven; of vanwege zijn doorzettingsvermogen om steeds maar weer het gesprek aan te gaan over Jezus; of vanwege zijn woordkeus en zijn stevige redeneringen; of vanwege zijn treffende visie op de positie van de vrouw. Paulus staat bij menigeen in een negatief daglicht. Hij zou ons het zicht op Jezus, op God ontnemen. Paulus heeft met al zijn geredeneer de gevoelsmatige kanten van het geloof op de achtergrond geplaatst. Toch is er wel wat voor te zeggen om Paulus wél te kiezen. Hij houdt maar niet op. Met nieuwe beelden, met nieuwe gedachten, met steeds weer andere woorden probeert hij ons juist zícht op Jezus, op God te bieden. Hij zoekt naar woorden, hij worstelt met woorden. Het heeft iets hartstochtelijks.
Neem nu een zin als ‘ik houd van jou’. De eerste keer dat u die zin naar uw geliefde heeft uitgesproken, is dat nog heel voorzichtig, onzeker. Het heeft iets van een overwinning, ook al is het erg voorspelbaar. Na verloop van tijd dan werkt het ook niet meer, althans niet zonder meer. Dan moet je zoeken naar andere woorden, naar andere zinnetjes. ‘Als ik jou zie, dan …’. Of: ‘Als je dat zus en zo zegt, dan …’. Of je geeft een cadeautje, verrassend gekozen, in de roos. Precies dat doet Paulus nu ook, als hij de liefde van God voor ons mensen gaat beschrijven. Hij zoekt naar de juiste woorden, naar passende begrippen, naar krachtige beelden om duidelijk te maken hoe dat dan zit, tussen God en mens.

Het boek Prediker zegt ergens zoiets als: wij mensen zijn hier op aarde, God is in de hemel. Een groot verschil, een grote afstand. Wat of wie is God nu voor u? Wat betekent Hij in uw leven? Een krant schreef onlangs: in Amerika wordt God door menigeen gezien als een soort van butler. Iemand die je ’s morgens zonder vragen ontbijt op bed brengt. Iemand die je kunt roepen als het nodig is, die de deur voor de gasten open doet. De butler vraagt je, wat voor boodschappen er gedaan moeten worden. Alles discreet. Op gepaste afstand. Gemak diént de mens.
Maar de vraag is ook omgekeerd te stellen: hoe kijkt God naar u, temidden van de miljarden mensen op deze wereld? Ziet Hij u eigenlijk wel? En áls Hij u ziet, hoe dan?

Hoe staan wij tegenover God? Het antwoord van Paulus is dan: dat is niet zo eenvoudig te zeggen. We moeten daar ook niet te makkelijk over denken. Wij leven als mensen in allerlei krachtenvelden die ons maar al te snel het zicht op God ontnemen. Niet alleen genade en licht, maar ook zonde en duisternis. Niet alleen geest en wil, maar ook vlees/lichaam en soms niet te beteugelen oerdriften. Niet alleen leven, maar ook dood. Niet alleen vrijheid, maar ook gebondenheid. Niet alleen evangelie, maar ook de wet. Dat klinkt waarschijnlijk nog erg abstract. Toch probeert Paulus ons de realiteit van het leven onder woorden te brengen. We wíllen wel, van alles zelfs, met de beste bedoelingen. Maar het mislukt zo vaak, het loopt anders. Denk even aan alle goede voornemens voor 2006. Afvallen, maar op die verjaardag kunt u die zelfgebakken taart toch niet laten staan. Ophouden met roken, maar als u in de pauze met de anderen meegaat naar de rookruimte, toch dat ene sigaretje …, ’t kan immers geen kwaad. We wíllen wel in God geloven, met God leven, maar … . Paulus is een diepe denker. Hij verwerkt zijn eigen ervaringen. Hij heeft als mens de weg gevonden, keurig volgens de regels van de wet, de tien geboden en al die andere. Maar hij weet van de gevaren die er dan dreigen. Het is nooit perfect. Er gaat altijd wel iets fout. De wet kan dan iets hebben van de Peijnenburgkoek uit de reclame: zo hoog gehangen dat we er net niet bij kunnen, hoezeer we er ook naar verlangen. Dat maakt onzeker: doe ik dit wel goed, kan ik dat wel …?! Het kan ook zijn dat het wel goed gaat, uitstekend zelfs. De kans is dan niet denkbeeldig dat een mens hoogmoedig wordt, zich op de borst gaat kloppen. Voordat je het weet zijn de regels een doel op zich. Je kijkt niet meer omhoog, niet meer naar God, je onderhoudt de relatie niet meer. Maar je kijkt naar beneden, naar de letters. Je wordt een letterknecht. De wet van levensregels verwordt tot wetticisme. De wet verwordt tot een gevangenis, waar een mens uit zichzelf niet meer uitkomt. Ja maar, ik móet … .
Daarom heeft God Jezus Christus gezonden, om ons door Zijn lijden en sterven uit de kringloop van de zonde weg te breken, om de gevangenis die we onszelf hebben gebouwd te openen, zó dat we ons volledig richten op Hem. Om steeds wéér bepaald te worden bij Hem, bij God, om het steeds opnieuw te proberen, om niet op te geven. Dat is de Geest van Christus.

Dat is wat er met ons gebeurt, wat het ons dóet. Maar Paulus wil die ervaring vervolgens funderen, beschrijven. Door de Geest – van buiten af! – worden wij kinderen van God genoemd. Door de Geest zeggen wij als kinderen: Abba, Vader. Vader, dat klinkt ons zeker tegenwoordig nog wat ouderwets, wat formeel in de orden. Beter is het misschien het weer te geven met ‘pappa’. Dat heeft het vertrouwde dat bij dit woord hoort. Pappa, dat is degene met wie je stoeide, op wiens rug je paardje kon rijden, bij wie je kon koppeltje duiken. Pappa, dat is degene die je moed insprak toen je gepest werd. Pappa, dat is degene tegen wie je opkeek, omdat hij groot en sterk was, van wie je zei: ‘mijn vader, dat is de beste …’.
Toch ligt het ook weer net niet zo eenvoudig. Paulus gebruikt bij het zoonschap, kindschap, een term uit de sfeer van de adoptie. Wij denken dan natuurlijk direct aan ‘Spoorloos’. Geadopteerde kinderen zoeken naar hun roots, hun wortels. Ze willen weten waar ze vandaan komen, ze willen hun vreemde karaktertrekken kunnen plaatsen. Ze willen weten, waarom ze zijn afgestaan, ondanks alle goede zorgen van hun adoptieouders. Tegelijk ligt er bijna altijd een grote loyaliteit naar hun adoptieouders. Door díe ouders zijn ze gegroeid, opgegroeid, opgevoed, tot ontplooiing gekomen. Deze adoptieouders hebben van hun kant hen in liefde opgenomen, vertroeteld, verzorgd, lief gehad. Als Paulus het over adoptie heeft, dan zegt hij het allemaal nog net even scherper. Bij hem is het niet zo zeer dat lieve, kleine kindje met die diepdonkere ogen en die lieve glimlach die geadopteerd wordt. Nee, de slaaf, degene die in dienst is, angstig soms, niet wetend wat er gaat gebeuren, dié wordt geadopteerd door God, die mag zijn kind worden genoemd. Ook dat betekent een zekere mate van afhankelijkheid. Maar het doel is: groeien, ontwikkelen, initiatief leren nemen.

Wie gelooft in Jezus Christus, mag leven als een kind van God. Het doet mij denken aan een verhaaltje van een moeder die net uit het ziekenhuis was. Ze kon nog niet veel. Haar zoontje vroeg wat hij voor haar kon doen. Een glas water, alsjeblieft. De jongen rende weg, struikelde bijna over de drempel. Vanuit de keuken hoorde ze gerinkel: een glas kapot. Later bleek het water uit de kraan in én het glas gespoten te zijn. De jongen kwam terug met een beduimeld glas, in het glas liep een modderstraaltje, afkomstig van de modder van het buiten spelen. De moeder kreeg het glas en dronk het leeg. In een restaurant had ze het door de ober terug laten brengen. Dit was een glas, gehaald door haar zoon. Dat werd naar hele andere maatstaven gemeten.

Kind van God.

KWdJ/060108



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.1 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2006, KWdJ