Schriftlezing: Romeinen 8: 18-30

Tekst/thema: ‘Morgen wordt het anders’



Samenvatting van de preek:


‘Morgen wordt het anders’. Als ik dat met grote nadruk zo zeggen, mórgen, ja echt mórgen, wordt het anders, dan zou u gevoelsmatig wat afstand nemen. Het klinkt mogelijk zelfs wat sektarisch. Dat kán toch niet?! Dat is toch onmogelijk?! Hoe kan hij dat weten? Toch is dit de kern van Paulus’ boodschap van vandaag. Wat wil hij met deze woorden zeggen?

Paulus staat met zijn woorden midden in de werkelijkheid van alledag. Voor de gemeente van Rome betekende dat ten tijde van het schrijven de brief vermoedelijk: vervolging. Samenkomst werden verstoord. Discriminatie kwam op, sommigen kochten niet meer bij jou in de winkel en je kinderen werden gepest. Misschien werden wel mensen gemarteld. Angst begint zich vast te zetten in de gemeente.
Paulus plaatst dit concrete lijden van de gemeente van Rome in een breder kader. Hij ziet niet alleen de gemeente van Rome lijden, maar heel de schepping. Dat is een vorm van troost. Gemeente, jullie denken misschien dat je alleen staat, dat je de enigen bent, maar dat is niet zo. Paulus haalt de gemeente uit haar isolement, uit haar eenzaamheid.

De schepping lijdt. Paulus bedoelt dat in dubbel opzicht. In de eerste plaats is dat het lijden, zoals wij dat ons voorstellen, in al zijn hardheid en gruwelijkheid. Het kind dat honger lijdt. De oudere die op klaarlichte dag beroofd wordt. De zieke die onzeker is over het verloop van zijn ziekte.
In de tweede plaats steekt Paulus een spade dieper af. De schepping is verslaafd aan vergankelijkheid. Verslaafd: niet de schepping zelf kiest, maar de vergankelijkheid kiest. De schepping kan niet anders, ze wordt geregeerd door … . Kapot maken, kapot gemaakt worden, dat is wat er gebeurd. Dat is een sombere conclusie. Crisis … .

Maar … . In elke goede preek zit iets van het maar, het toch. Maar Paulus gaat verder. Of liever: Paulus keert het beeld van de lijdende schepping om. Het lijkt tot niets te lijden. Nutteloos, in zich rondjes draaiend … . Paulus ontkent dat niet. Integendeel, er ís pijn, verdriet, alom. Er ís iets grondig mis. Paulus geeft er alleen een nieuwe duiding aan. De schepping baart, is in barensweeën, is in verwachting, meer dan dat zelfs … . Er komt iets nieuws aan, nieuw leven, een baby, een kind.
De schepping zucht. De gemeente zucht. De gemeente ‘puft’ als het ware mét de schepping. Dat is haar opgave. De pijn blijft, maar ze draagt tevens een belofte in zich, van iets nieuws, iets dat niet meer aan het lijden onderworpen is, maar aan alle kanten schittert, een en al luister.

Paulus verwacht niet dat we dit wel eventjes zullen doen, dat ‘puffen’ met de schepping. Hij verwacht dat we Gods steun zoeken, dat we zullen vragen, smeken, bidden. Maar wat zullen we zeggen? Om sommige momenten weten we dat gewoonweg niet. Soms zijn we zelf uit het veld geslagen, vergeten we mee te puffen, beginnen we zelf te zuchten, te worstelen met wat er gaande is. Paulus steunt ons dan met de woorden dat Gods Geest het wel zeggen zal, zelfs zonder woorden.

Het is vandaag alsof Paulus een foto maakt van deze wereld. Hij schetst de schepping, haar diepe verval. Maar op deze foto ontwaart hij de gestalte van Jezus Christus, de Lijdende én de Opgestane. Dat ziet hij, dat wil hij met ons delen. Zo maakt hij een nieuwe foto, een beeld van dat wat komen gaat, het nieuwe leven. Hij zegt ‘Morgen wordt alles anders’. Maar hij doet dat niet zonder grond. Hij heeft namelijk in het verleden iets gezien. Hij getuigt daarom: ‘Gisteren ís alles anders geworden.’

Leidscherijndehoef/090614




http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2009, KWdJ