Schriftlezing: Sefanja 3: 14-20; Lucas 1: 39-45 (56)

Tekst/thema: ‘Jubel, zing, juich …’



Samenvatting van de preek:


Jubel, zing, juich … . Het is wel érg hooggestemd, té hooggestemd misschien wel. Hoe komen wij zo hoog, terwijl we hier laag op de aarde staan, in de modder soms?

Het klinkt misschien vreemd, maar wie vandaag aarzelt, heeft het bij Sefanja goed. Het is een profeet die met beide benen op de grond staat, op Jeruzalems grond. Hij leefde zo rond 600 vChr, een tijd van schuivende wereldpanelen, van mogelijke ballingschap. We moeten ons voorstellen dat deze profeet mensen om zich heen verzamelt op het tempelplein. Daar staat hij op een kleine verhoging, een soort van zeepkist misschien. Hij laat striemende woorden op de mensen neerkomen. Ze zijn verre van vriendelijk. Sefanja is wat dat betreft niet echt een profeet voor de decembermaand. Hij is verre van verguldend, vergoelijkend, verzoetend. Andere profeten creëren nog wel eens een soort van wij-zij-gevoel. Wij, Israël, een zondig maar uitverkoren volk. Zij, de heidenvolken, vijanden, volgelingen van afgoden. Sefanja doet het anders. Hij bekritiseert bijvoorbeeld de hoogmoed van Ninevé, maar hij doet dat omdat Israël de neiging heeft de heersende mode te volgen, dus ook de mode van Ninevé. Zonder onderscheid spreekt hij van afvalligen, van onwilligen, van afgodsdienaren, het maakt niet uit of ze uit Israël komen of van elders. Zoals wij beseffen dat het niet uitmaakt of je in de ledenadministratie van de Protestantse Kerk staat. Bepalend is hoe je als christen in het leven staat. Sefanja’s kritiek is herkenbaar. Hij stelt vragen bij mensen die leiding geven, hij vraagt of ze hun verantwoordelijkheid nemen. Hoe staat het met ons, als ouder, als werknemer, als leidinggevende? Sefanja steelt vragen bij de zekerheden die mensen zichzelf hebben opgebouwd. Zijn het hun huizen en andere bezittingen, of ligt hun vertrouwen elders?
Sefanja vertelt hoe het zijn zal, hoe God zal ingrijpen. Maar het is bij hem niet alleen hoop voor de toekomst. Het is tegelijk kritiek op het heden. Als hij zegt: ‘De Heer vernietigt uw vonnissen’, dan zegt hij ook: er zíjn vonnissen, er ís kwaad gedaan, er is alle reden om bij het verkeerde stil te staan. Sefanja vertelt ons, hoe wij er voor staan, hij zegt ons in Gods naam de waarheid, een harde waarheid: de wereld is hopeloos verziekt. Als zo iemand vervolgens zegt: jubel, zing, juich …, dan is dat misschien vreemd, maar mijn belangstelling is gewekt. Dit is niet een goedkope jubel, dit is niet gemakkelijk gejuich!
Afgelopen week zag ik ’s avonds laat een stukje van een ziekenhuisserie. Een arts staat aan het einde van zijn leven. Hij is doodziek opgenomen. Hij heeft niet lang meer te leven. Hij kijkt terug en wat hij ziet is niet fraai. Hij is betrokken geweest bij de executie van ter dood veroordeelden. Nu komt hij tot inkeer. Met zijn eigen dood voor ogen zoekt hij wanhopig naar licht, naar uitzicht, misschien zelfs naar zoiets als vergeving. Naast het bed zit een geestelijk verzorger. In zo’n positie zie ik dan heel gauw ook mezelf zitten. Op de een of andere manier praat die langs het gruwelijke van de executies heen, alsof nu slechts de hemel wacht. De doodzieke arts wordt verschrikkelijk kwaad. Hij tiert, scheldt. Hij wil geen soft-talk. Hij wil de harde waarheid, hij wil de erkenning dat wat hij gedaan heeft in Gods ogen verkeerd is, hij wil horen dat er een straf is, hij kan het anders allemaal niet rijmen … . Het vreemde is dat juist daarin op dit moment de genade ligt, dat er dan mogelijk vervolgens sprake kan zijn van vergeving.
Zo raakt Sefanja, zo raken wij vandaag het hart van het evangelie. Het gaat om een harde waarheid. Daar is God, hier staan wij mensen die Jezus ter dood brengen, toen, nu, iedere dag opnieuw. ‘O kostbaar kruis’.

Zo versta ik vandaag de jubel van Sefanja. Zijn toehoorders lijken het nog niet echt te vatten. Dat is ook niet zo vreemd. De mensen zijn nog zo in de ban van kwaad en ellende, van oordeel, van preken over hel en verdoemenis. Ze verstijven. Sefanja profeteert: ‘Wees niet bang, laat je handen niet hangen’ (NBV wat minder beeldend: laat de moed niet zinken). Ze komen niet in beweging, net als de discipelen eeuwen later, bij het lege graf. Ze kúnnen het niet geloven. Sefanja zegt: God zal in jullie midden wonen. Het zijn de woorden en de beelden van de Openbaring. Dwars door een verschrikkelijk oordeel heen breekt zich Gods Rijk baan, dwars door alles heen, het nieuwe Jeruzalem. Advent is dan zoveel als daarmee rekenen, Advent is dan zoveel als zo leven dat andere mensen het kunnen zien en ervaren: deze christenen weten van de diepte én van de hoogte!

Tot slot, als een samenvatting. Er was eens een schipbreukeling op een verder onbewoond eiland. Hij bad vurig tot God dat die Hem zou helpen, voor redding zou zorgen. Met veel moeite lukte het uiteindelijk om een klein huisje te bouwen, een plaats waar hij zich thuis en veilig kon voelen. Op een kwade dag ging hij op stap om zijn dagelijkse kostje bij elkaar te zoeken. Toen hij aan het einde van de dag terugkeerde, zag hij nog slechts de verkoolde resten van wat eens zijn huisje was. Furieus, woendend was hij: God, hoe kunt u mij dit aandoen? De volgende morgen vroeg werd hij gewekt door de geluiden van een schip. Hij jubelde, juichte, zong … . Hij was gered! Hij vroeg: hoe hebt u mij gevonden? De bemanning antwoordde: wij zagen gisteren aan het einde van de dag vanuit de verre verte de donkere brandwolken boven het eiland, dat trok onze aandacht.

Utrechtleidscherijn/091213
Aarlanderveen/091213 (geluidsfragment)



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (5.5 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2009, KWdJ