Schriftlezing: Spreuken 6: 1 – 11

Thema: Borg staan



Samenvatting van de preek:

Tegeltjeswijsheden. We kennen ze allemaal. Oost, west, thuis best. Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. Soms zijn ze wat diepzinniger. Iedereen weet hoeveel ik drink, maar niemand kent mijn dorst. Of: als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan. Maar vaak zijn de tegeltjeswijsheden simpel. We weten echter maar al te goed dat het dagelijks leven buitengewoon gecompliceerd kan zijn. Oost, west: het is thuis lang niet altijd het best. Zo werden we in de afgelopen week hier in Alphen opnieuw bepaald bij de dood van de kleine Savanna. Tegeltjeswijsheden: soms slaan ze de spijker op zijn kop, maar dikwijls zijn ze niet veel meer waard dan het tegeltje zelf.
Dat gevoel komt vandaag in eerste instantie bij mij op bij het gelezen gedeelte uit het Spreukenboek. Twee thema’s: 1) ‘als je borg staat, als je vastgeketend zit aan je belofte, bevrijd je dan mijn zoon, want de ander heeft je in zijn greep’. En: 2) ‘ga naar de mieren, luiaard, kijk hoe ze werken en word wijs’. Wat moet je daar nu mee? Als iemand jou vraagt om borg te staan. Of omgekeerd: als je zelf een borg nodig hebt. Als je in de winkel in een lange rij staat en de caissière maar niet opschieten wil: moet je haar aansporen maar eens bij de mieren te gaan kijken?! Of omgekeerd: als je zelf niet een van de vlugsten bent, ben je dan met deze woorden gediskwalificeerd? Afgezien daarvan: wat heeft de aansporing tot ijver te maken met de goede raad om af te zien van een borgstelling?

Om te beginnen een klein beetje verheldering. Borgstelling, dat lijkt op het gehoor een ouderwetse instelling. In vroeger tijden ging het gepaard met een slag op de vlakke hand: zo bevestigde de borg ten aanzien van een schuldenaar dat hij borg zou staan voor diens eventuele schulden. Concreet kunnen we denken aan het bekende verhaal van Jozef, inmiddels opgeklommen tot de tweede man van Egypte, de eerste na de farao. Als dan zijn broers vanwege de hongersnood voor de tweede keer afreizen naar Egypte, dan moeten ze de kleine Benjamin meenemen. Vader Jakob protesteert. Maar dan is het Juda die zegt: ik ben borg voor hem, ik sta voor hem in, ik ben voor hem verantwoordelijk. Als het dan in Egypte misloopt en Benjamin dreigt te worden vastgehouden, dan geeft Juda aan borg voor hem te staan, zijn plaats te willen innemen.
Zelf moet ik denken aan verhalen van thuis, van vroeger, de jaren dertig. Een boer huurde of pachtte een stuk land. Vaak had hij dan een borg nodig, iemand die garandeerde dat de huur of pacht betaalt zou worden, als de boer dat onverhoopt zelf niet meer zou kunnen. Sommigen hadden zich borg gesteld voor tal van boeren. Toen het economisch slechter ging, de een na de ander niet meer kon betalen, kwamen juist zij in de problemen. En vervolgens door hun problemen ook weer anderen. Wie even op internet zoekt, komt ook vandaag nog tal van sites met het verschijnsel borgstelling tegen. De borg garandeert dat de bank de rente en de lening terugkrijgt, ook als de schuldenaar daar zelf niet meer toe in staat is. Dat verlaagt voor de bank het risico en daarmee vaak ook de rente.
Daar kwam in het oude Israël nog iets bij. Als je je borg had gesteld, maar ook als borg niet in staat was te betalen, dan kon je terecht komen in schuldslavernij: je moest werken in dienst van die ander om zo de schuld te kunnen aflossen.
Daarom zeggen de Spreuken: zorg dat je eraf komt! Door de borgstelling krijgt een ander macht over jou. Je bent aan die ander uitgeleverd: als hij niet betaalt, dan zijn de gevolgen voor jou. ‘Vooruit, vat moed, ga op hem af.’ Het zijn korte, felle aansporingen. Hoe eerder, hoe beter! ‘Zoals een gazelle ontkomt aan de jager; een vogel ontsnapt aan de vogelvanger.’
Zo lees ik ook het vervolg, associatief. ‘Ga naar de mieren, luiaard, kijk hoe ze werken en wordt wijs.’ Met andere woorden: schiet op! Denk niet: nog even sluimeren, nog even slapen.’ Denk niet: het kan nog wel even, het loopt zo’n vaart toch niet, die ander zal zich toch niet … . Geen smoesjes, geen excuses. Neem je éigen verantwoordelijkheid!

Dat is helder. Toch heb ik nog wel een paar aarzelingen. In de eerste plaats. De Torah verbiedt het niet. Waarom dan hier deze overduidelijke aanwijzingen? In de tweede plaats. Het borg staan is een wezenlijk element in de christelijke traditie. Althans, zo versta ik het. Christus staat in voor mij. Zo sta ikzelf vervolgens in voor mijn naaste. De Goede Herder, Hij zet Zijn leven in voor Zijn schapen. Vervolgens zijn ook wij geroepen ons in te zetten. Het heeft er veel van weg dat de Spreuken zeggen: Jezus moet Zijn handen maar van mij aftrekken, ook al heeft Hij Zich met Zijn leven voor mij borg gesteld. En mijn naaste? Die moet het op zijn beurt ook zelf maar uitzoeken … . De tegeltjeswijsheid van de Spreuken lijkt haaks te staan op Gods wijsheid. Hoe zit dat?
Sommige uitleggers suggereren, dat je dit gedeelte niet zo kort-door-de-bocht moet lezen. Het zou niet zozeer gaan over borg staan op zich, maar om een borgstelling in een daad van overmoed. Zodra je ontdekt, wat je hebt gedaan, moet je zien dat je ervan afkomt. Anderen suggereren eveneens dat borg staan op zich geen punt is. Alleen als je doorkrijgt dat het fout loopt, moet je je losmaken.
Toch denk ik dat er een goede reden is om het borg staan ernstig af te raden. Niet alleen Spreuken 6 doet dat trouwens, ook elders komen we het tegen in de wijsheidsliteratuur. Een borgstelling brengt tal van gevaren met zich mee. De aanwezigheid van een borg kan een ander onverschillig maken. ‘Ach, wat maakt het uit, of ik nu hard werk of niet, als het niet lukt is die ander er wel die mijn schulden gaat betalen.’ Omgekeerd geeft de borg zelf als het ware zijn leven weg. Hij raakt een stuk zekerheid kwijt. Elk moment kan het gebeuren dat de schuldeiser komt en de schulden opeist. Je wordt een speelbal in de handen van een ander. Misschien word je zelfs wel slaaf, raak je alle vrijheid kwijt. Dat is ondenkbaar voor een volk dat als slavenvolk bevrijd is uit het land Egypte, uit het land van angst en onzekerheid. Een en ander geeft te denken over veel verhoudingen waarin we min of meer borg staan voor elkaar. Denk bijvoorbeeld aan de verhouding tussen ouders en kinderen. Wat het kind ook doet: de ouder staat pal, hij ziet ook de goede kanten van het kind, hij doet zijn best het goed te maken … . Maar dat kan het kind onverschillig maken, onzelfstandig, onvolwassen. Het kan de ouder meezuigen, zozeer zelfs dat het niets meer voor het kind kan doen. Het geldt net zo goed voor de verhouding tussen de medewerker van ons diaconaal noodfonds en een hulpvrager. De situatie is soms bijzonder schrijnend. Maar elke keer weer kritiekloos een voorschot geven om de schulden te betalen, dat werkt niet. Dat maakt de hulpvrager niet zelfstandig, dat zet hem niet op zijn voeten.
Maar hoe zit dat dan met Jezus Christus, met het feit dat Hij zich borg heeft gesteld voor mij, dat Hij betaalt voor mijn zonden?! Het heeft er veel van weg dat Hij zich niet lijdelijk opstelt, niet zo passief als een borg dat is. Hij levert Zich uit. Jazeker! Maar het is een bewuste keuze. Misschien is het niet zo toevallig dat het woord borg zoals dat hier in Spreuken wordt gebruikt, maar op één plaats voorkomt in het Nieuwe Testament. Jezus wéét wat Hij doet. Hij is de Losser, de Losmaker, Hij koopt los. Dat kleurt het woord borg veel positiever, actiever, Bijbelser ook. Wie dat ziet, ontdekt hoe kostbaar het leven, óns leven is. Paulus zegt ergens: ‘Zullen wij dan in de zonde blijven, zodat de genade toeneemt?’ Geenszins! Het is juist niét de bedoeling dat wij zondigen, dat we onverschillig en roekeloos leven. God verwacht van ons veeleer dat we bewust naar Zijn wet zullen leven, Zijn genade beschouwen als iets kostbaars. Zo willen we vanmorgen ook het Heilig Avondmaal vieren. Jezus heeft Zijn leven voor ons gegeven. Laten we bewust van die grote gave de weg gaan die Hij ons gewezen heeft. Het doet mij denken aan dat kleine jongetje dat graag zélf lopen wil. Hij probeert het, en het lukt. Pas als hij zelf écht niet meer kan en dreigt te vallen is daar zijn moeder die hem opvangt.


Orde van dienst voor de viering van het Heilig Avondmaal.

Bij de viering van het Heilig Avondmaal werd het volgende tafelgebed gebruikt. Het is afkomstig uit de Anglicaanse Kerk in Kenia. Het past enerzijds goed in de liturgische traditie van 'de Bron', maar sluit anderzijds ook prima aan bij de evangelicaal getinte repertoire van combo en zanggroep in de gemeente.

Vredegroet

V.:        De vrede van de Heer is altijd met u!

A.:        Ook met u is de Heer!

            We wensen elkaar de vrede van Christus

A.:        ‘Vrede van God (= EvL 501)

 

Tafelgebed

V.:        Is de Vader met ons?

A.:        Ja, dat is Hij!

V.:        Is Christus in ons midden?

A.:        Ja, dat is Hij!

V.:        Is de Geest aanwezig?

A.:        Ja, dat is Zij!

V.:        Dit is onze God.

A.:        Vader, Zoon en Heilige Geest.

V.:        Wij vormen zijn volk,

A.:        door Hem verlost en bevrijd.

 

V.:        Verheft uw hart!

A.:        Wij zijn met ons hart bij de Heer.

V.:        Brengen wij dank aan de Heer, onze God.

A.:        Hij is onze dankbaarheid waardig.

 

V.:        U moeten wij dank brengen,

            Heer, onze God,

            lofprijzen uw grote naam,

            Schepper, Redder, Levende in ons midden.

U gaf uw belofte aan Abraham, een zwerver,

            en maakte hem tot vader van een groot nageslacht

            U deed Mozes opstaan,

            leider voor een volk in verdrukking.

            U wees koningen aan

            voor stammen zonder samenhang.

            U zond uw profeten

            temidden van opstandige mensen.

            Zo hebt u in onze dagen uw Zoon gezonden,

            uw volmaakte evenbeeld:

            Hij heeft ons uw Koninkrijk gebracht,

            Hij heeft ons uw wil geopenbaard,

            Hij is gestorven, Hij is opgestaan, Hij regeert,

            om ons te vernieuwen          

            tot mensen naar uw beeld.

            Door Hem hebt u uw Geest uitgestort

            en ons vervuld met uw licht en uw liefde.

            Daarom, met engelen en machten en krachten,

            met allen die staan voor uw troon

            verheffen ook wij onze stem

            en zingen vol vreugde U toe:

A.:        ‘Machtig God, sterke Rots (=EvL 351)

V.:        Almachtig God, wij danken U,

            dat U gegeven hebt uw enige Zoon

            om voor ons en onze zonden aan het kruis te sterven.

            Stort uw Geest over ons uit,

            zo dat wij Hem met brood en wijn gedenken

            op de wijze die Hij ons geleerd heeft .

            In de nacht waarin Hij verraden werd

            nam Hij een brood,

            sprak Hij daarover de dankzegging uit,

            brak het en zei:

            ‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam

            dat voor U gegeven wordt;

            doet dit tot Mijn gedachtenis.’

A.:        Amen. Zijn lichaam, gebroken voor ons.

V.:        Op dezelfde wijze nam Hij de beker na de maaltijd

            sprak Hij daarover de dankzegging uit,

            gaf hun die, en zei:

            ‘Neemt en drinkt allen daaruit,

            want deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,

            voor u vergoten tot vergeving van zonden;

            doet dit zo dikwijls u die drinkt,

            tot mijn gedachtenis.’

A.:        Christus is gestorven,

            Christus is verrezen,

            Christus zal komen, opnieuw.

V.:        Wij zijn broeders en zusters door zijn bloed.

A.:        Wij zijn gestorven met elkaar,

            wij worden opgewekt met elkaar,

            wij zullen leven met elkaar.

V.:        Daarom, hemelse Vader, hoor ons,

als wij dit verbond vreugdevol vieren

            en verlangend uitzien

naar de komst van onze Broeder,

Jezus Christus,

Die nu zit aan uw rechterhand.

A.:        Amen. Jezus is Heer!

 

Communie

A.:        Onze Vader …

We gaan zitten

A.:        ‘Heerlijk is uw Naam’ (= EvL 364)

V.:        Wij vormen één lichaam

A.:        wij delen één brood.

V.:        Kom dan, vertrouw op Gods belofte.

A.:        Christus is de gastheer,

            wij zijn de gasten.

 

V.:        Het brood dat wij breken

            is gemeenschap met het lichaam van Christus

            Neemt, eet, gedenkt en gelooft,

            dat het lichaam van onze Heer Jezus Christus

            gegeven is tot een volkomen vergeving

            van al onze zonden.

            De beker der dankzegging

            waarover ij de dankzegging uitspreken

            is gemeenschap met het bloed van Christus.

            Neemt, drinkt allen daaruit, gedankt en gelooft,

            dat hete kostbaar bloed van onze Heer Jezus Christus

            vergoten is tot een volkomen vergeving

            van al onze zonden.



Alphendebron/050612


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.7 Mb).
Klik hier voor downloaden of beluisteren!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC beluisteren.


http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2005, KWdJ