Schriftlezing: Titus 1: 1 – 4

Thema: Met hartelijke groet

Met hartelijke groet. Waarom zet ik zoiets onder een stukje in het kerkblad of onder een brief? Het is een gewoonte. Het gaat bijna automatisch, zeker voor wie op de computer bij de tekstverwerking Word gebruikt. Het is een vorm om af te sluiten. Maar toch ook meer dan dat. De groet is een vorm van aandacht, van verbondenheid, van genegenheid. Een groet laat weten: ik denk aan jou. In een groet intensiveert, verdicht het contact zich, even, maar toch! Daarmee komen we in de buurt van de Schriftlezing, de aanhef van Paulus’ brief aan Titus. De hartelijke groet waarmee wij een brief afsluiten is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met de groet die in de oudheid aan het begin stond. Genade en vrede … zo wenst Paulus Titus toe.
Het verhaal van Paulus en Titus is het verhaal van leraar en leerling. Zo begon het tenminste, vermoedelijk op een van Paulus’ zendingsreizen. Gaandeweg is de verstandhouding gegroeid. Titus heeft een cruciale rol gespeeld in het contact tussen Paulus en de gemeente van Corinthe. Titus fungeerde als trait d’union, als verbindingsstreepje. Vanuit de geschiedenis die ze samen hebben gemaakt, noemt Paulus Titus ‘zijn wettig kind naar het gemeenschappelijk geloof’. Paulus beschouwt Titus niet meer als leerling, maar als kind. Dat getuigt van een zekere intimiteit. Twee individuele christenen worden hier met elkaar verbonden.

Het verhaal van Paulus en Titus is ook het verhaal van God met Paulus en Titus. Paulus laat aan Titus zien, hoe hij zelf is opgenomen in de beweging van God. Hij noemt zich slaaf van God, zoals ook Jezus slaaf geworden is. Hij noemt zichzelf apostel, gezondene, zoals ook Jezus Zich een gezondene wist. Het lijkt erop dat Paulus in zijn presentatie nogal breed maakt: kijk mij eens. Hij noemt zich uitverkozen. Maar dat moet dan wel verstaan worden vanuit de vreugde om deel te mogen hebben aan de beweging die van Godswege met Jezus Christus is ingezet.

Fascinerend is het zinnetje, waarin Paulus aangeeft dat God Zijn Woord geopenbaard heeft in de verkondiging die aan hem, Paulus, is toevertrouwd. De verkondiging, kort door de bocht: in de preek, wordt het Woord van God zichtbaar, kenbaar gemaakt. Het lijkt er zelfs op, dat datgene wat Woord van God genoemd wordt, méér is dan wat voor ons de bijbel is. De preek heeft iets van een pakketje van een cadeautje dat vol spanning mag worden uitgepakt. Zo komen de woorden van weleer tot leven. We mogen de waarde van de preek niet onderschatten.

Met hartelijke groet. Als wij elkaar in de kerk groeten met ‘Genade zij u en vrede …’ of met ‘De vrede van de Heer …’ dan altijd vanuit de beweging van God in Jezus Christus, door Paulus en Titus, door al die andere apostelen, gelovigen door eeuwen heen. Dan delen wij iets met elkaar. Dan worden wij met velen verbonden, allen uitverkozenen. Het is nodig om steeds weer te horen, om de verbondenheid te ervaren, om te komen bij God, bij de Bron van ons leven.


Vertel het nog eens (op basis van Verhalen voor de zevende dag (Hilversum 1979), 2)

Vertel het nog eens
zegt het kind
voor het wil gaan slapen,
en na het sprookje
van eens
en lang geleden
droomt het
van morgen
van lang
en gelukkig.

Vertel het nog eens,
fluisteren geliefden,
laat me nog horen
hoe je van me houdt.
En hun woorden
worden levend,
want hun liefde groet.

Vertel het nog eens,
hopen
bidden
zingen
wij hier
van week tot week,
maak ons
opnieuw vertrouwd
met het oude verhaal
over mensen
en hun God;
vertel het
keer op keer
tot ons hart
begint te gloeien
tot onze handen
eraan beginnen
en onze voeten
in beweging komen.

Met hartelijke groet!