Een frisse kijk op de kerk van straks

ANDERS VERDER

Anders verder ‘Experimenten zoals doelgroepengemeenten, pioniersplekken en huisgemeenten krijgen een kans’, zo lezen we in de onlangs verschenen visienota van de Protestantse Kerk. Een praktische handreiking. Maar hoe verhoudt dat zich tot de kerkelijke traditie waarin we staan?

De kerk krimpt. Dat weten we inmiddels wel. We zijn over de grootste schrik heen. De een reageert gelaten. Een ander wijst op de positieve punten die er beslist ook zijn. Maar om verder te komen is meer nodig. De kerk stond met een zekere vanzelfsprekendheid in het midden. Ze kende vormen die daar bij hoorden: een kerkgebouw, liefst in elke wijk, een ‘eigen’ predikant, een kerkenraad, geregelde kerkgang, enzovoort. Nu is de kerk in de marge terecht gekomen. Vaak staat het kerkgebouw nog wel in het midden, maar dat is wat anders dan dat de kerk in het midden van het leven staat. Ook de predikant is er nog, maar dikwijls als deeltijder, of samen met een andere (wijk)gemeente. We proberen de oude patronen nog zo goed mogelijk in takt te houden, maar ze sluiten niet goed aan op de huidige praktijk. Maar wat dan? We weten niet goed hoe het anders zou moeten.

René de Reuver neemt ons in ‘Anders verder. Missionair kerk-zijn in een dynamische samenleving’ bij de hand. Hij loopt met ons door de Haagse Moerwijk en langs de Marcuskerk die daar staat. Dit rest van een ooit rijk, in de wijk geworteld kerkelijk leven met vijf kerkgebouwen, met alles erop en eraan. Wie beter kijkt, ziet dat de kerk in Moerwijk een transformatie heeft ondergaan. Naast de traditionele kerkdienst op zondagmorgen communiceert de wijkgemeente het evangelie in de Kinderwinkel voor kinderen en tieners en in MarcusConnect, een nieuwe missionaire kerkvorm voor jongvolwassenen. Voor De Reuver zijn het alle drie volwaardige kerkplekken. Dat vereist wel een andere manier van kijken dan in het verleden waar alles uiteindelijk om de kerkdienst draaide.

Voor De Reuver zijn deze vernieuwingen meer dan een toevallig experiment. Hij zoekt op verschillende manieren naar stevigheid, zowel uit het verleden als in het heden. Hij haalt bouwstenen uit de Apostolische Geloofsbelijdenis. De eenheid is daar een van. ‘Eenheid richt de kerk op de Ene, wiens lichaam zij is. Het roept kerken op hun onderlinge eenheid in Hem te zoeken.’ Een andere groeve voor bouwstenen is de kerkelijke praktijk. Hij gaat terug naar Carthago in het midden van de 3e eeuw. Hij steekt over naar Anglicaans Londen, rond de milleniumwisseling. Hij reist af naar Zeewolde, een relatief jonge PKN-kerkplant in Flevoland. Als een goed reisleider wijst hij op de interessante plekjes.

Genoeg rondgekeken. De volgende stap is het ontwerpen van een kerkmodel dat aansluit op wat nu nodig is. De bouwstijl is gereformeerd (in de brede zin), bepaald door het perspectief van de Geest. De Geest verbindt met Christus, het hart. Vervolgens wordt met behulp van noties van het Apostolicum, gemeenschap (een), profiel (heilig), verbondenheid (katholiek) en continuïteit (apostolisch), het fundament gelegd. Als dat gereed is, komt het gebinte: Schrift, sacramenten, credo en ambt. Het helpt om bij deze korte opsomming het beeld voor ogen te houden van een huis dat gebouwd wordt.

Tot slot komen de spanten van het dak. Het zijn er vier die elkaar nodig hebben om stevigheid aan de constructie te geven: context, identiteit, structuur en leiding. Hier komen we spannende observaties tegen. Vanuit de kerk hebben we de neiging maatschappelijk in te zetten op samenhang in een wijk. De Reuver suggereert om dat ideëel-romantische beeld achter ons te laten. De populatie van een wijk is te divers en complex geworden. Zet in op een zo breed mogelijk aanbod van voorzieningen waar een deel van de bewoners trots op kan zijn en zich voor in wil zetten. Overgezet naar de kerk: je hoeft niet alles te kunnen en te doen. Zet in op een of enkele specifieke, kwalitatief goede activiteiten. Nog één ander punt licht ik eruit. De Reuver gaat uit van een ‘ministry’, een de gemeente en elkaar dienstbaar team van predikanten en kerkelijk werkers. Dat behoedt de professionals voor eenzaamheid. Die kan anders in een weerbarstig kerkelijk-maatschappelijk klimaat makkelijk optreden.

Hier eindigt het boek. De goede lezer ontdekt: het gebouw is nog niet af. De muren, de ramen, het dak, kortom de aankleding ontbreekt nog. Dat lijkt me niet toevallig. Die zal elke (wijk)gemeente zelf moeten aanbrengen. We hoeven opnieuw maar te denken aan het kerkgebouw. We herkennen het van de buitenkant als kerk, toch is dat uiterlijk vaak zeer verschillend.

Tot slot nog dit. ‘Anders verder’ is een vrij zakelijk boek. Het is meer Liedboek dan Opwekking. Het is meer beschouwend dan direct enthousiasmerend. Anekdotes en succesverhalen ontbreken. Maar juist deze aanpak geeft het geheel houdbaarheid. Met dit bouwplan kunnen we als kerk nog wel even verder.

Klaas-Willem de Jong

R. de Reuver, Anders verder. Missionair kerk-zijn in een dynamische samenleving (Amsterdam 2012; ISBN 978 90 33819 78 0; € 18,95).


Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 60 (2012), nr. 11 (16 maart)



http://www.kwdejong.info

© 2012, KWdJ