PAST EEN BEAMER IN DE LITURGIE?

Gebruik van een beamer tijdens een kerkdienst Het amen van de preek heeft geklonken. Het ging over Jesaja 40: ‘Bereidt in de woestijn de weg des Heren’. Op het scherm verschijnt een plaatje van de woestijn. Dieprode rotsen op de voorgrond, verder eindeloze dorre en droge vlakten. Door de speakers van de geluidsinstallatie klinkt een aria uit de Messiah: ‘Ev’ry valley schall be exalted …’. De kerkgangers kunnen op het scherm precies zien om welk gedeelte het gaat. Horen en zien, gesproken en gezongen woord, muziek en beeldmateriaal: het sluit allemaal prachtig op elkaar aan. Tezamen dragen ze de verkondiging van deze zondag.

Dit is een fragment van een van de eerste diensten waarin we gebruik maakten van de beamer in onze kerkdiensten. Schertsend wordt het apparaat ook wel eens een be-amer genoemd, maar het heeft weinig van doen met het soms zo verlossende ‘amen’ op de preek. Met een beamer kun je, kort gezegd, computergestuurde beeld- en tekstprojectie verzorgen. Op het eerste gezicht past het gebruik van een beamer in de liturgische ontwikkelingen van de afgelopen decennia. Daarin nam in de protestantse erediensten het visuele element toe door het gebruik van kaarsen, grote platen bij kindernevendienstprojecten, enzovoort. Niet alleen het oor, maar ook het oog wordt geprikkeld. Past de beamer in deze tendens, of is het een stap te ver?

De beamer is in het maatschappelijk leven inmiddels behoorlijk ingeburgerd. De overheadprojector met sheets is daar al geruime tijd verruild voor beamerpresentaties. Op de middelbare school leren jongeren al vroeg werken met het programma Powerpoint, waarmee de beamerpresentaties worden gemaakt. Alles wat op het scherm van een personal computer tevoor schijn kan worden getoverd, kan ook op scherm worden geprojecteerd. Naast gewone teksten kunnen schema’s en grafieken worden gebruikt. Bij ‘gewone’ plaatjes hoeft het niet te blijven, ook bewegende beelden behoren tot de mogelijkheden. Meestal wordt de beamer gebruikt ter ondersteuning van een verhaal of betoog.
Nu kan men zich afvragen, hoe vernieuwend het beamergebruik eigenlijk is. In oudere kerken valt ook het nodige te zien, zij het dat het visuele statisch van karakter is. Glas in lood ramen veranderen niet wekelijks. Van recenter datum zijn overheadprojector en dia-apparaat, met name voor het projecteren van liederen. In het verlengde daarvan maakt het gebruik van een beamer weinig verschil. Als liederen op het scherm mogen, waarom dan niet de collectedoelen? Waarom bij een lied niet een passend plaatje, als dat er is? Het is allemaal eenvoudig te realiseren, aanzienlijk eenvoudiger in ieder geval dan bij een dia-apparaat of overheadprojector. Tegelijk is het misschien niet zo toevallig dat dit soort apparatuur in de gevestigde protestantse kerken slechts sporadisch ingang heeft gevonden. Ik moet daarbij denken aan een opmerking van onze cantrix. Zij maakte mij er eens op attent dat zelfs bij een relatief eenvoudig gebruik van de beamer – alleen tekst en eventueel melodie – het scherm alle aandacht naar zich toe zuigt. Niemand let meer op haar aanwijzingen. Bij het aanleren van een nieuw lied, of bij wisselzang van cantorij en gemeente kan dat knap lastig zijn. De keerzijde bij het zingen in het algemeen is, dat er aanzienlijk beter wordt gezongen: mensen zitten niet meer in hun liedboek of liturgieboekje gedoken, maar rechtop. Dat maakt heel wat verschil. Probeer het maar eens.
Een stap verder gaat het, als de beamer ook ter ondersteuning van de preek gebruikt wordt. Ook dit is niet zo nieuw als het lijkt. Ik kan me een preek van een jaar of dertig geleden herinneren, waarin de predikant een zoutvaatje tevoorschijn toverde (‘Gij zijt het zout der aarde’). Een plaatje van een voorwerp projecteren verschilt hier niet wezenlijk van. Alom wordt de noodzaak gevoeld om in te spelen op het feit dat onze samenleving steeds visueler ingesteld raakt. Eerst was het de TV. Nu is daar ook de PC bijgekomen. Het is niet toevallig dat in de homiletiek – preekkunde – in de afgelopen jaren de narratieve, verhalende benadering met enthousiasme begroet is. Ook is er meer aandacht gekomen voor een beeldend taalgebruik. Een goede predikant heeft met andere woorden helemaal geen beamer nodig. Hij of zij is in staat met woorden beelden op te roepen! Nu kan het beamergebruik ook beperkt worden tot het gebruik van trefwoorden, het aanduiden van een bepaalde structuur in de tekst, enzovoort. Dan echter versterkt de beamer het verbale en onderwijzende karakter van de preek. Ze wordt een les of college. Voor een leerdienst kan het dus prima werken. In andere soorten diensten bestaat het risico dat het affectieve aspect te weinig uit de verf komt.
Gebruikt de predikant plaatjes in de dienst, in het bijzonder bij de preek, dan dreigt nog een ander gevaar. Beeldmateriaal kan zeer indringend zijn. Ernstige situaties als oorlog, pijn, vreselijk verdriet, ze komen veel directer op de kerkgangers af. Het is niet toevallig, dat we van de uitdrukking ‘het ene oor in, het andere oor uit’ voor het oog geen equivalent kennen. Het hoeft overigens niet per se over ernstige zaken te gaan. In een dienst over de Kananese vrouw werden hondjes geprojecteerd, naar aanleiding van Jezus’ woorden ‘Het is niet goed het brood der kinderen te nemen en het de honden voor te werpen’ (Mattheüs 15: 26a). De noodzaak van deze afbeelding werd niet begrepen. Ze voegde niets toe. Toch kan menigeen zich dit plaatje nog zo voor ogen halen. Verder bestaat het risico, dat een plaatje de verbeelding bij de kerkgangers blokkeert. Het plaatje vult het vertelde in, laat geen ruimte meer voor de eigen verbeelding. De kijker blijft toeschouwer, maakt het zich niet eigen. Dit alles laat onverlet dat beelden met name op het affectieve vlak ook veel positieve impact kunnen hebben. Maar het kost zorgvuldigheid en daarmee tijd om dat effect te bereiken.
Naast het voorgaande is er met name bij het projecteren van de Schriftlezing ook nog een principiëler getinte vraag te stellen. Moet het Woord niet primair gehoord worden? Vanuit de protestantse traditie is meelezen heel gewoon, maar is het eigenlijk wel gewenst? Meelezen kan zoveel inspanning vragen, dat het gelezene niet de kans krijgt iets op te roepen. Net als bij het hiervoor gegeven voorbeeld van het plaatje blokkeert de tekst in plaats van iets te initiëren. In de gewone dienst zou daarom het accent moeten liggen op het hardop voorlezen en beluisteren van de Bijbeltekst. Op andere momenten, zoals bij persoonlijke Bijbellezing of gezamenlijke Bijbelstudie heb je de tekst voor je.

De initiatiefnemers van het beamergebruik in de eredienst in mijn gemeente noteerden als doelen onder meer: ‘Het duidelijker en levendiger overbrengen van de boodschap’, ‘Informatie duidelijker overbrengen’ en ‘De kerkdienst aantrekkelijker maken’. Zij dachten bij dat laatste in het bijzonder aan jongeren in hun dikwijls zeer beweeglijke leefwereld. Bij het project was (en is) het gebruik van CD-muziek nadrukkelijk inbegrepen.
Twee keer komt in de doelstelling het woord ‘duidelijker’ voor. Uit het voorgaande valt af te leiden, dat het ‘duidelijker’ in de praktijk dubbelzinnig is. De boodschapper – met name de predikant – kan zijn boodschap met behulp van een beamer inderdaad duidelijker naar voren brengen. De keerzijde is echter dat deze duidelijkheid de ontvanger van de boodschap in zijn mogelijkheden kan beperken. Een ander woord, dat opvalt is ‘levendiger’. Wie kan daar nu tegen zijn? Toch is uit reacties gebleken, dat voor sommigen de beamer nu juist teveel was. Zo gaven verschillende mensen aan, dat ze door de week al voldoende te maken hadden met gelikte presentaties. Ze waren blij daar in de zondagse eredienst eens vanaf te kunnen zijn. Anderen gaven aan dat de beamer voor hen de onrust in de kerkdienst versterkte. Zij missen iets, dat voor hen onvervreemdbaar bij de liturgie hoort: rust. Hierbij wil ik echter de kanttekening maken, dat gebruik van de beamer ook verstillend kan werken. Zeker samen met muziek kunnen de beelden een heel bijzondere sfeer scheppen.

Als ik dit artikel nog eens overlees, dan besef ik nogal wat kritische opmerkingen te hebben geplaatst. Er zouden nog meer kanttekeningen gemaakt kunnen worden. Ik denk aan de scholendiensten die in hun laagdrempeligheid niet meer goed denkbaar zijn zonder beamer. Ik noem het feit dat direct betrokkenen bij bijvoorbeeld een doopdienst graag een liturgieblad of iets dergelijks mee naar huis nemen als herinnering. Met het voorgaande wil ik duidelijk maken dat het gebruik van een beamer in de eredienst nogal wat implicaties heeft. Het is nodig alles eerst eens goed op een rijtje te zetten. Het kán buitengewoon indrukwekkend zijn, zoals in de dienst aan het begin van dit artikel.

Klaas-Willem de Jong

Dit artikel is gepubliceerd in Centraal Weekblad 52 (2004), nr. 7 (13 februari)

© 2004, KWdJ