Doop wordt overspoeld door tal van teksten en rituelen

Dopen: terug naar de bron

*** De calvinistische traditie omgeeft de (kinder)doop met een grote hoeveelheid woorden. In een toenemend aantal gemeenten worden de woorden vervangen door aanvullende rituelen. Winst of verlies? Klaas-Willem de Jong maakt de balans op en neemt stelling.

Het is nog niet zo lang geleden dat in veel protestantse gemeenten aan de (kinder- of zuigelingen)doop een stevig onderwijzend formulier vooraf ging. De doop moest vooral begrepen worden. De doop moest allen die ervan getuige waren bepalen bij hun eigen doop en hen op deze wijze troosten. Het formulier is in de afgelopen decennia korter geworden, net als de vragen. In gemeenten met een oecumenische oriŽntatie is de onderwijzing zelfs zo goed als verdwenen. Nieuwe teksten en handelingen overspoelen echter de doopbediening. Zo worden ouders uitgenodigd hardop in de dienst de naam uit te spreken van het kind dat zij ten doop houden. Ze mogen hun motivatie te laten dopen uitspreken. Het water wordt in het kader van de doopbediening duidelijk zichtbaar in het doopbekken gegoten. Het kind krijgt na de doop een kruisteken. Er wordt een gebed uitgesproken over de oren, ogen, neus, handen en voeten, dat de zintuigen en ledematen in dienst zullen staan van God. De ouders krijgen een doopkaars mee. Soms houden niet de ouders zelf ten doop, maar neemt de voorganger bij het dopen het kind van hen over. De gemeente krijgt een actieve rol door het beantwoorden van een vraag over het verwelkomen van het kind in hun midden en/of de steun bij de geloofsopvoeding. We zouden bijna vergeten dat wat bij alle verandering blijft: de besprenkeling is in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Beeldtaal
Op zich valt voor al deze veranderingen best het nodige te zeggen. Rituelen bestaan gewoon. De vroegere onderwijzing had in zichzelf ook een ritueel karakter: iedere keer dezelfde, vertrouwde woorden. Menigeen zal door de veelheid van vaak ook nog typisch kerkelijke bewoordingen heen nauwelijks meer hebben kunnen ontwaren waar het in de doop om gaat. De 'nieuwe' handelingen, teksten en rituelen hebben vrijwel alle goede gronden. Vele zijn ergens in de lange christelijke traditie ontstaan. Tegelijk blijken ze aan te sluiten bij hedendaagse trends in samenleving en kerk. Om een paar te noemen. Rituelen als zodanig zijn 'in'. Naast het gehoor moeten ook andere zintuigen worden geprikkeld. Rituelen leggen met hun eigen (beeld)taal de doop uit. De doopkaars bijvoorbeeld 'betekent' het nieuwe leven in het licht van Christus. De in een monoloog verpakte boodschap van kerk en voorganger maakt plaats voor de veelkleurige ervaring van de kerkgangers. Kerkgangers willen participeren.

Onzichtbaar
Hoe verklaarbaar alle veranderingen ook zijn, wordt hier nog de doop bediend en gevierd? Of wordt zij door de veelheid aan andere elementen in feite begraven en onzichtbaar gemaakt? De doop heeft tal van aspecten en bijbehorende betekenissen. De kern is nauw verbonden met het hart van het evangelie. Dopen is sterven en begraven worden met Christus en met Hem worden opgewekt (Romeinen 6: 3-5). Dat zijn grote woorden. Ouders aarzelen of ze die worden op hun pasgeboren kind willen (laten) toepassen. Een belangrijk motief bij het dopen is dat ouders hun kind iets willen meegeven. Ze bedoelen dan meestal: een levensbeschouwelijke oriŽntatie, opvoeden met bepaalde waarden en normen. Dat hoort zeker bij dopen, met name bij het nieuwe leven waar Paulus in de Romeinenbrief over schrijft. Sterven en begraven worden met Christus, zonde, vergeving, die dingen spelen in de visie op en beleving van de doop bij velen echter nauwelijks een rol meer. Dat is op zich alleszins begrijpelijk. Daar denk je bij het dopen van een pasgeboren baby doorgaans niet direct aan. Een kritische ouder die aarzelde bij de kinderdoop meldde me onlangs dat de huidige kinderdooppraktijk heel dicht tegen het opdragen aan ligt. Een terechte observatie, die we niet zo maar kunnen laten voor wat die is.

Richting
Hoe wordt de doop zelf in zijn brede betekenissenpalet weer zichtbaar en beleefbaar? De oplossingsrichting ligt voor de hand. Schrap flink in woorden en handelingen. Terug naar de bron. Laat het dopen zelf, met de trinitarische doopformule, weer in het middelpunt staan. In principe zouden daarnaast een korte inleiding en een vraag naar het verlangen van de ouders om te laten dopen en er vervolg aan te geven in de opvoeding kunnen volstaan. Ook andere woorden of handelingen die de kerngedachte van het dopen versterken, het onderdompelen, kunnen een plaats krijgen. Ik denk bijvoorbeeld aan het volgieten van de (liefst flinke) doopvont, naar de woorden van een dooplied: 'Het water van de grote vloed .'. Maar ook de doophandeling zelf mag meer accent krijgen. Er is niets mis met de huidige praktijk van de besprenkeling, maar het mag best nadrukkelijker. In de Oosterse Orthodoxie gaat het kind kopje onder. Drastisch misschien, maar wel duidelijk. Confronterend ook, zo 'begraven' te worden in het water. Het zou me niet verbazen als veel ouders zich hiertegen zouden verzetten. Dat zal in de eerste plaats gevoelsmatig zijn: toch wel zielig . . Maar daarachter zitten vermoedelijk diepgaande inhoudelijke aarzelingen, zoals die ik hiervoor al even aanstipte. Voordeel is dat het gesprek daarmee zonder omwegen terecht komt bij de kern. Goed dooponderricht kan verhelderen. Het is immers begraven en opstaan. Dopen laat dan ook zien: dit kind mag putten uit de genade van Christus in het bijzonder als het in aanraking komt met de en het kwade. En: wat er ook gebeurt, God houdt de deur open en wacht op je. En: je mag bij God opnieuw beginnen.

In het verlengde van het voorgaande zou ik ervoor willen pleiten meer ruimte te maken voor opdragen en/of zegenen. Dat ligt vaak gevoelig, omdat het nogal eens ervaren wordt als een ontkenning van de waarde van de kinderdoop. Ik zou daar tegenover willen stellen: juist als je overtuigd bent van de diepe waarheid van de kinderdoop, maak je ruimte voor opdragen. Bovendien liggen hier vanuit missionair oogpunt kansen. De drempel ligt lager. Christelijke normen en waarden kunnen op instemming rekenen. De met de doop samenhangende duurzame band met Christus en Zijn kerk is voor ouders en hun kind(eren) net een brug te ver. Ook voor de kerkelijke gemeente komt het minder dichtbij.

Het zal duidelijk zijn. Wat mij betreft is het hoog tijd om na te denken over de wijze waarop wij de (kinder/zuigelingen)doop vormgeven.

Klaas-Willem de Jong.

Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 63 (2015), nr. 8 (17 april)



http://www.kwdejong.nl

© 2015, KWdJ