Pleidooi voor een werkverslag van de gemeentepredikant

EEN PREDIKANT WERKT NIET ALLEEN OP ZONDAG

Een predikant werkt niet alleen op zondag. Zo nu en dan wordt het belegen grapje nog wel eens gemaakt: ‘Een dominee heeft het maar makkelijk, die werkt alleen op zondag.’ Vrijwel iedereen beseft dat een predikant net als ieder ander werkt. Maar wat dat werk precies inhoudt? Wat dat betreft zullen velen niet heel veel meer kunnen noemen dan het meest zichtbare werk, de zondagse eredienst. Verder gaat de predikant op bezoek, doet catechisaties, vergadert veel … . Het valt me op dat het beeld meestal nogal klassiek is. Zelfs al geeft de predikant zelf nauwelijks meer catechisatie, toch wordt dat onderdeel altijd nog genoemd. Het is niet zo vreemd dat het beeld van het predikantswerk achterloopt bij de realiteit. Predikanten zijn er zelden open over. Dat heeft te maken met de ambtelijke vrijheid. Een predikant is geen werknemer, de kerk of kerkenraad geen werkgever. Voor de belastingdienst is de predikant in principe een kleine zelfstandige. De predikant is voor zijn werk geen verantwoordelijkheid schuldig, zoals een werknemer dat is aan zijn werkgever. Hij moet vrij zijn om dat te doen wat zijn roeping van hem vraagt, ook als dat gemeente of kerkenraad onwelgevallig is. Het eigen ambt draagt en beschermt de predikant. Lange tijd stond het ambtswerk van de predikant slechts incidenteel op de kerkenraadsagenda: bij de afsluiting van de belijdeniscatechese, bij kritiek op een preek of kerkdienst, enzovoort. In de afgelopen decennia ontwikkelde zich het fenomeen van de vertrouwenspersoon of –commissie. Met een zekere regelmaat besprak de predikant in klein comité zijn persoonlijk en ambtelijk wel en wee. In dit artikel wil ik stil staan bij een nieuwe ontwikkeling: het werkverslag. Ik heb daar in de afgelopen jaren goede ervaringen mee opgedaan. In zo’n verslag doet een predikant aan het einde van een seizoen of kerkelijk jaar verslag van zijn werkzaamheden. Meestal is dit verslag bestemd voor de kerkenraad. In een enkel geval krijgt het een bredere verspreiding. Ik trof zelfs enkele verslagen aan op internet. Zo kan iedereen lezen wat een dominee meer doet dan de kerkdienst op zondag.

Kader
Eén van onze kerkrentmeesters was onlangs op een bijeenkomst over de verhouding tussen colleges van kerkrentmeesters en de predikant. Hij vertelde dat het uitzonderlijk was dat een predikant een werkverslag maakte, zoals ik dat doe. Eerlijk gezegd kan ik me wel voorstellen dat collega’s aarzelen. Sommige kerkenraden hebben de neiging hun predikant dicht op de huid te zitten, alsof ze concrete opdrachten kunnen geven. Ik heb de indruk dat dit door het verenigingsdenken eerder het geval is in de traditie van de Gereformeerde Kerken dan in die van de Hervormde Kerk. Het is in ieder geval nodig dat een predikant duidelijk de kaders van zijn verslag aangeeft. Het is geen beoordelingsverslag. Het gaat niet om een evaluatie van het werk dat hij heeft verricht. In andere werkkringen gaat het soms zo ver, dat daarin een 360 graden feedback wordt opgenomen: collega’s en klanten geven aan, hoe zij de betrokkene in zijn werk ervaren hebben en beoordelen. Dat is uitdrukkelijk niet de bedoeling. In het werkverslag geeft de predikanten in de eerste plaats aan, wat hij in de verslagperiode zoal gedaan heeft. Hij geeft zijn visie.

Mogelijkheden
Eén van de voordelen van een werkverslag is, dat het eens per jaar in de kerkenraad over het predikantswerk kan gaan. Dat kan op andere momenten ook, maar dat betreft vaak een enkel onderdeel, bijvoorbeeld de prediking. In het werkverslag gaat het over het geheel. Gemeenten hebben vaak zeer uiteenlopende wensen. Dat blijkt alleen al uit de advertenties in Kerkinformatie. Het bekende schaap moet soms wel zes of zeven poten hebben. Meestal wordt het stellen van prioriteiten uiteindelijk aan de predikant zelf overgelaten. In het werkverslag kan duidelijk worden welke dat zijn en op welke gronden keuzes zijn gemaakt. Het lijkt me helemaal geen schande dat een predikant aangeeft dat zijn eigen interesse daarbij een belangrijke rol speelt. Een goede kerkenraad zal beseffen dat zijn predikant het werk met plezier moet kunnen blijven doen. Los daarvan wordt een kerkenraad bij dit onderwerp zelf ook geconfronteerd met de moeite om prioriteiten te stellen of verleggen. Alles lijkt belangrijk. Een ander punt dat nauw verbonden is met het voorgaande, is de werkdruk. Ook dat is een thema dat op zich niet gauw aan de orde komt. Het werkverslag kan de kerkenraad duidelijk maken, waar druk zit of dreigt te ontstaan. Zo nodig kunnen tijdig maatregelen worden genomen. In het werkverslag kan de predikant verder vanuit zijn positie bepaalde ontwikkelingen signaleren en onder de aandacht van de kerkenraad brengen. Bijvoorbeeld: ‘Ook ouderen zitten lang niet altijd meer op een bezoek van de predikant te wachten. Zeker als ze mobiel zijn, zit hun agenda vaak vol. Onverwacht langs gaan is er niet bij. Ook met hen moeten afspraken worden gemaakt. Dat kost tijd.’ Een en ander vergt wel de nodige fijnzinnigheid. Details moeten worden vermeden. Ook moet een predikant het verslag niet gebruiken om alsnog zijn gram te halen, in te grijpen in lopende discussies, enzovoort. Het maken van het verslag is een hele klus. Toch is het mijn ervaring dat het veel voldoening geeft. Veel werk is vluchtig. Als het allemaal op een rijtje staat, wordt het zichtbaar, grijpbaar.

Vertrouwen
Een werkverslag veronderstelt vertrouwen: de predikant maakt anderen bekend met de inhoud en vormgeving van zijn werk. Een werkverslag kan het onderlinge vertrouwen versterken. In het maken van een werkverslag laat de predikant namelijk zien de kerkenraad te vertrouwen. Vervolgens krijgt de kerkenraad de kans de predikant te laten merken dat hij hem in zijn werk draagt. Het maken en presenteren van een werkverslag is een waagstuk. Een predikant kan er echter veel mee winnen.

Klaas-Willem de Jong


Dit artikel is licht bewerkt gepubliceerd in Centraal Weekblad 56 (2008), nr. 25 (20 juni).


http://www.kwdejong.info

© 2008, KWdJ