Liturgische trends in protestants Nederland

Veelkleurig vieren

Eredienst Creatief Een jaar of tien geleden waren gemeenten liturgisch redelijk stijlvast. Bijvoorbeeld liedboek en Zingend Geloven. Of Liedboek en een evangelisch lied. Inmiddels lopen stijlen meer door elkaar. Reden voor een conferentie: Eredienst Creatief 2011. Klaas-Willem de Jong spot de trends.

Sommigen willen ons nog steeds doen geloven dat er voor de eredienst twee wegen zijn. De ene is die van het Liedboek, aangevuld met Zingend Geloven en Tussentijds. Ook wie zich beperkt tot de psalmen hoort bij deze weg van de traditionele kerkmuziek. De andere weg is die van de Opwekkingsbundel. De ‘toppers’ zijn te vinden in de Evangelische liedbundel. Ook het project Psalmen voor Nu hoort bij deze route. De conferentie Eredienst Creatief die onlangs in Huissen gehouden werd, heeft overtuigend laten zien dat dit een onjuist tegenstelling is. Het is niet of-of. En-en kan ook heel goed. Nu hadden veel kerkelijke gemeenten dat ook al ontdekt. Een berijmde Psalm, een Taizélied, een nummer uit Opwekking, Nederlands- en Engelstalig repertoire, het kan allemaal in één dienst. Niet iedereen zal ervan houden. Maar je kunt er wel van leren houden en je kunt ook werken aan kwaliteitsverbetering. Het is namelijk niet een kwestie van zomaar een paar liederen bij elkaar plaatsen, zo maakt Eredienst Creatief duidelijk. ‘Erbarme Dich’ van J.S. Bach laten volgen door ‘Dit is de dag’, dat werkt niet. Het is in de vermenging van stijlen, ook wel bricolage of blending genoemd, zaak om naar verbindingen te zoeken. Zo zongen we op de conferentie de Geneefse Psalm 149 met wisselende stemmen en een jazzy begeleiding, direct gevolgd door het Peruaans Gloria uit de bundel Hoop voor alle volken. Volstrekt verschillende werelden, maar ze kunnen prima samen. De verbinding moet leiden tot ‘flow’ (stroom) een woord dat we in de liturgie de komende jaren nogal eens tegen zullen gaan komen. Op zich is ook dat niet nieuw. Een orde van dienst kan ook voor het noodzakelijk verband zorgen, maar is minder flexibel. Een predikant die al pratend de lijn probeert te onderstrepen, zal al gauw de ‘flow’ verstoren. De in graniet gegoten orde of de babbelende predikant hebben we minder nodig. De beamer of het liturgieblad wijst de weg, ondersteund door impliciete verwijzingen, muzikale bruggetjes, enzovoort.

Flow
Ik kan niet precies inschatten wat het effect van deze ontwikkeling is. Ik vermoed dat de vaste orde van dienst aan belang zal inboeten. Daar zal ik ook zelf nog behoorlijk aan moeten wennen. Het volgen van een orde kan het afwerken van een liturgisch programma worden, kán de ‘flow’ verbreken. Het kan natuurlijk de ‘flow’ ook versterken, maar de ‘flow’ is minder afhankelijk van de orde van dienst dan we wel gedacht hebben.
Tijdens de conferentie was het orgel tijdens de vieringen een van de instrumenten. Daarnaast ook tal van andere: piano, drumstel, blokfluit, fagot, hobo, viool … . Dat laat zich niet zomaar overzetten naar de gemiddelde gemeentelijke situatie. Hier waren goed geschoolde amateurs en professionals aan het werk. Ze hadden voor de verschillende vieringen tijdens de conferentie meermalen geoefend. Maar, hoe dat ook zij, ik was onder de indruk: zo kan het dus ook. Anderen zullen zeggen: zo moet het ook. Het aantal organisten zal in de komende jaren namelijk snel dalen. Starten met begeleidingsgroepen daarom, met wat mij betreft daarbij ook het orgel. Ook hier geldt: en-en. Een begeleidingsgroep op zich al leidt tot een andere sfeer in de eredienst. Daar komt bij: het verhoogt de participatie van de gemeente bij de eredienst, een oud ideaal van de liturgische beweging.

Kansen
Meer dan eens dacht ik tijdens de tweedaagse conferentie: wat laten we (ook ik!) toch veel liggen. Zo deed ik mee aan een workshop ‘Schriftlezing anders’. Goed voorlezen is een kunst. Maar naast voorlezen zijn er met relatief eenvoudige middelen ook tal van andere mogelijkheden. In kleine groepjes kregen we de opdracht een Schriftlezing te verbeelden. We zagen en hoorden Paulus nadenkend en voorzichtig een passage uit de Romeinenbrief aan enkele schrijvers dicteren. We waren getuige van de bruiloft van Kana vanuit het perspectief van de ceremoniemeester. Binnen een half uur kwamen deze verbeeldingen tot stand. Natuurlijk vergt het met het oog op een zondagse kerkdienst meer tijd. Niet alles lukt in een keer. Net als bij de muziek is het gevaar dat bij een ‘alternatieve’ Schriftlezing afwisseling en creativiteit een doel in zich worden. De vormen zijn echter dienend, dienstbaar aan de verkondiging van het evangelie, ingezet om ruimte te creëren voor de ontmoeting met God.

Opademen
Eredienst Creatief 2011 heeft mij op doen ademen. Mensen zijn in de afgelopen decennia een stuk mondiger geworden. In allerlei opzichten is de samenleving grondig veranderd, denk alleen maar aan de veelheid van communicatiemiddelen. Nieuwe muziekstijlen hebben hun intrede gedaan. De liturgie is daarbij achter gebleven. Dat vind ik op zich geen punt. We hebben een rijke traditie, ook die zullen we recht moeten doen. Maar zo langzamerhand lijkt de eredienst de aansluiting bij het moderne leven te gaan missen. De conferentie neemt elk vooroordeel weg, dat het met de introductie van moderne vormen een oppervlakkig rommeltje gaat worden, of een horizontaal onderonsje. Integendeel, juist met de gedane handreiking komen we dichter bij God, die niet in paleis maar onder ons wil wonen.

Een stevig vraagpunt blijft er voor mij wel: waar is de systematische en theoretische onderbouwing? Met enige heimwee denk ik aan de doorwrochte beschouwingen van bijvoorbeeld O. Noordmans (trefwoord: het Woord), G. van der Leeuw (sacrament) en G.N. Lammens (gedenken). Of is het ontbreken van een dergelijke onderbouwing nu net eigen aan bricolage en blending? De beweging van Eredienst Creatief zou er wel geholpen mee zijn.

Klaas-Willem de Jong

Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 59 (2011), nr. 13 (1 april)



http://www.kwdejong.info

© 2011, KWdJ