GASTEN STAAN VAAK VOOR ONBEDOELDE DREMPELS

Kerkelijke gemeenten zijn zich er de afgelopen decennia in toenemende mate bewust van geworden dat het bij hun roeping hoort om gastvrij te zijn. Dat wordt op verschillende manieren uitgewerkt. Her en der worden inloophuizen gestart, vaak interkerkelijk van karakter. Voor bepaalde activiteiten worden persberichten gestuurd naar de plaatselijke kranten. Soms ook zijn speciale kerkdiensten opgezet voor mensen die niet direct tot de kerkelijke gemeente behoren. In dit artikel gaat het over de gastvrijheid rond de gewone zondagse kerkdienst. Daar blijkt nogal eens wat aan te mankeren.

Ongeschreven regels
Veel in de zondagse kerkdienst wordt bepaald door ongeschreven regels. Het kerkgebouw heeft drie deuren. Toch wordt er normaliter maar één van gebruikt. De geregelde kerkganger staat er nauwelijks bij stil. Voor een nieuw ingekomene of voor een belangstellende van buiten ligt dat anders. Het geroutineerde gemeentelid weet hoe hij er achter moet komen of er tijdens een bepaalde dienst crèche is voor de kleinsten. Anderen weten niet waar ze dat gegeven zouden kunnen vinden. De liturgische responsies zijn zo gewoon geworden dat niemand in de gemeente de teksten meer voor zich heeft. De gast echter luistert ingespannen wat er zo snel gezegd wordt en probeert te ontdekken, wanneer dat precies gebeurt. Zij voelt zich wat ongemakkelijk. Ze wil graag meedoen, maar weet niet goed hoe. Ze voelt zich een vreemde, meer dan nodig is.
In de drie jaar dat ik in Alphen predikant ben, ben ik verschillende van dit soort situaties tegen gekomen. Aanvankelijk hoorde ik ze, maar deed ik er niet zoveel mee. Vaak lossen dit soort problemen zich vanzelf op. Mensen komen wat vaker, stellen vragen, lezen het kerkblad beter en gaan zelf tot het min of meer vaste kerkpubliek horen. Toch is de kans groot dat er ook mensen zijn voor wie dit soort zaken drempelverhogend werken. Voor sommigen worden het zelfs zodanige barrières, dat ze na een of enkele keren niet meer terugkomen. Maar ook dan: wat doe je eraan? Een artikel in het Ouderlingenblad van maart 2001 was ergens in mijn herinnering blijven hangen. Het verhaalde van predikanten in de regio Doesburg. Zij hadden het initiatief genomen voor een project om per (wijk)gemeente enkele mensen kerkdiensten elders te laten bezoeken. Ze kregen daarbij dan vragenlijsten mee rond het thema gastvrijheid. De resultaten van het onderzoek hadden naar hun en mijn indruk bredere geldigheid. Bovenaan stond de publicatie van kerken en erediensten. Vaak is het moeilijk als buitenstaander de weg te vinden. Het telefoonboek heeft wel een vermelding, maar onder een afwijkende naam. De telefoon wordt door de week niet beantwoord. Het VVV weet van niets. En zo zijn er nog meer blokkades te noemen. Bijzonderheden over de kerkdiensten waren zo mogelijk nog moeilijker te vinden, bijvoorbeeld of er Avondmaal gevierd werd. In sommige kerken hadden de onderzoekers het gevoel gekregen allesbehalve welkom te zijn: geen aandacht, geen liedboek aangereikt, onvriendelijke gezichten. Het lijkt allemaal onwaarschijnlijk, maar het komt blijkbaar voor.

Aan de slag
Een klein jaar geleden besloten onze Werkgroep Vieren ook eens aandacht te besteden aan deze problematiek. Een kleine commissie ging ermee aan de slag. Met het oog op het onderzoek werden mensen benaderd die nog niet zo heel lang in onze wijkgemeente naar de kerk gaan. De meesten van de ondervraagden woonden nog niet zo lang in de wijk. Een enkeling had na vele jaren op afstand de stap gezet om met het gezin wat regelmatiger naar de kerk te komen. In de gesprekken kwam van alles naar voren. Opvallend was dat met name de ouderen een wat tegemoetkomender houding bij de kerkdiensten verwachtten. De jongeren waren daarin makkelijker, mondiger: als je iets niet weet of begrijpt, kun je toch altijd vragen. Bepaalde problemen hadden we al vermoed. Voor wie onbekend is, kan het lastig zijn om de ingangen van ons multifunctionele kerkgebouw te vinden. Als de kerkganger eenmaal binnen is, kan het nog even zoeken zijn om de kerkzaal te vinden. Ons kerkgebouw kent namelijk twee kerkzalen, die afwisselend door de parochie en onze wijkgemeente worden gebruikt. Een extra bordje hier en daar kan daarom geen kwaad. Nu staat ook bij de ingangen wel vermeld wie de bovenzaal en wie de benedenzaal gebruikt, maar in de praktijk blijkt dat voor de nieuwkomer onvoldoende. We meenden dat wij het in onze gemeente bij de ingang van de kerkzaal goed voor elkaar hadden. Het is al jaar en dag vaste prik dat een van de ambtsdragers de kerkgangers verwelkomt. Na enig doorpraten bleek dat welkom voor menig nieuwkomer nogal mager te zijn geweest. Het is lang niet altijd duidelijk, wie kan worden aangesproken. Dikwijls ook is de welkomstouderling in gesprek. De gesuggereerde oplossing is tweeërlei. Er zou iemand bij moeten komen om de kerkgangers te verwelkomen. Verder zouden de leden van het welkomstcomité een badge moeten dragen, zodat herkenbaar is in welke functie zij bij de ingang staan. Ook is geopperd om de ‘juf’ van de jongste groep kindernevendienst bij de ingang een plekje te geven. Vooral jonge kinderen vinden het aanvankelijk eng om voor hun eigen dienst de kerk uit te gaan. Kennismaking vooraf met de ‘juf’ zou de nodige kou uit de lucht kunnen halen. Het zou bij dit alles natuurlijk mooi zijn dat nieuwkomers en gasten bij het binnengaan wat extra aandacht krijgen. Daarvoor echter is onze wijkgemeente te groot en komen velen te onregelmatig. Zelfs ons als voorgangers ontbreekt het aan overzicht. Overigens vinden velen het ook wel prima om een eerste keer niet zo nadrukkelijk te worden aangesproken.

Onze kerkdiensten kennen nogal wat variatie. Eens per maand vieren we Avondmaal. Eens per maand is er jeugdkerk. Geregeld zijn er diensten met een bijzonder karakter. In een fors aantal diensten maken we voor onder meer de liederen gebruik van een beamer (computergestuurde projectie op scherm), zodat een liedboek niet nodig is. In het kerkblad zijn de meeste bijzonderheden wel te vinden, maar de buitenstaander heeft geen weet van het kerkblad, of kent daarin nog onvoldoende de weg. Voorgesteld is daarom aan de ingang te gaan werken met een flapoverbord, waarop de belangrijkste bijzonderheden staan vermeld. In de gesprekken met de nieuwkomers kwamen ook allerlei andere ideeën naar boven. Zo krijgen nieuw ingekomenen wel de nodige informatie van de gemeente, maar dat blijkt nogal veel en weinig overzichtelijk te zijn. Ze gaven de suggestie: maak een vouwblad met de belangrijkste informatie over de kerkdiensten, en plaats die als het even kan ook op een internetsite. Ook leek het hen handig bij de ingang een infotafel in te rechten met bijvoorbeeld wat exemplaren van het vouwblad, het kerkblad, ons boekje met orden van dienst, het tijdschrift Vandaar, enzovoort. De suggesties niet allemaal even nieuw, maar ze bieden wel stof tot nadenken. Hoe kunnen we mensen uitnodigender tegemoet treden dan we nu doen?

Opstap
Het blijkt de moeite waard te zijn de gewone kerkdiensten eens te bekijken vanuit het gezichtspunt van de gastvrijheid. In ons geval bleek daar met een aantal kleine veranderingen het nodige aan te verbeteren zijn. Toch mogen van een project als dit geen wonderen verwacht worden. De stap om eens op zondag het gebouw van binnen te bekijken is nauwelijks kleiner geworden. Het is vooral voor degenen die de stap wagen wat makkelijker geworden. Maar je in een kerk thuis voelen gaat veel verder dan de weg kunnen vinden en een vriendelijk woord bij de ingang. Dat heeft te maken met de sfeer die het gebouw oproept, met de uitstraling van de samengekomen gemeente, met de vorm en inhoud van de liturgie, met de voorganger, en met nog veel meer. In zoverre is het project gastvrijheid niet meer dan een opstap naar een veel omvattender gesprek. Wat is het wezen van de zondagse eredienst? Hoe verhoudt dat zich tot de concrete, vierende gemeenschap? In hoeverre moet daar ruimte worden gemaakt voor mensen ‘van buiten’?

Klaas-Willem de Jong.

Dit artikel is in licht bewerkte vorm verschenen in Centraal Weekblad 51 (2003), nr. 13 (28 maart)

© 2003, KWdJ