Bezinning op de vrijheid van godsdienst is hoogst noodzakelijk

IS GELIJKHEID DE NIEUWE RELIGIE?

Gelijkheid als nieuwe religie Het boek ‘Gelijkheid als nieuwe religie’ lag al even op de plank. De recente besluitvorming over ritueel slachten was voor Klaas-Willem de Jong de aanleiding om het te (her)lezen en de conclusies op een rijtje te zetten.

Hoever reikt de vrijheid van godsdienst? Deze vraag is recent weer actueel geworden in de discussie over het ritueel slachten. De Tweede Kamer meent dat ritueel slachten niet zonder meer onder deze vrijheid valt. Vooralsnog blijft ritueel slachten mogelijk. Er moeten eerst nog een aantal horden in het democratisch proces genomen worden voor er sprake zal zijn van een wettelijk verbod. Dat zal nog even duren. Toch heeft godsdienstig Nederland zich al afgevraagd welke het volgende item is dat aan de vrijheid van godsdienst onttrokken zal worden. Er is sprake van een trend. Moet een trouwambtenaar bereid zijn álle paren in de echt te verbinden, ook als het bijvoorbeeld gaat om een man-man relatie? De verantwoordelijk minister heeft indertijd verklaard dat bij een gewetensbezwaar een uitzondering gemaakt kan worden. Maar dit standpunt staat onder druk. Dat geldt ook de ruimte die de SGP tot voor kort had ten aanzien van het passieve kiesrecht van vrouwen. En zo zijn er meer voorbeelden te noemen: de mogelijkheid voor het bijzonder onderwijs een onderwijzer mede om zijn seksuele geaardheid niet te benomen en het dragen van een hoofddoek door moslima’s in bepaalde functies. De meerderheid lijkt te geloven in gelijkheid, ook al gaat dat ten koste van de vrijheid van godsdienst. Henk Post heeft voor zijn boek dat deze problematiek dan ook een treffende titel gekozen: ‘Gelijkheid als nieuwe religie’.

Discriminatie
De argeloze lezer die nu denkt meer inzicht te krijgen in het vraagstuk van het ritueel slachten moet ik op voorhand waarschuwen. Post richt zich tegen de achtergrond van het in de grondwet vastgelegde gelijkheidbeginsel voornamelijk op discriminatie. Enerzijds bestaat in de samenleving de indruk dat bepaalde organisaties met een godsdienstige identiteit discrimineren door aan burgers hun vrijheidsrechten niet of niet geheel toe te kennen. Anderzijds menen mensen met deze godsdienstige overtuiging te worden gediscrimineerd, omdat zij in hun vrijheden niet of niet ten volle worden erkend. Toch denk ik dat de conclusies die Post geeft ook voor de discussie rond het ritueel slachten relevant kunnen zijn. Ik kom daar aan het slot op terug.

Neutraliteit
‘Gelijkheid als nieuwe religie’ is in de eerste plaats een juridisch boek. Wie een stevige politieke stellingname verwacht, komt bedrogen uit. Post is uiterst genuanceerd. Hij schetst heel rustig hoe het publieke domein geseculariseerd is, hoe de scheiding van kerk en staat zich sinds de Reformatie ontwikkeld heeft, enzovoort. Voor iedereen verhelderend is het hoofdstuk over de neutraliteit van de staat. Post onderscheidt drie modellen. Het eerste is het klassiekseculiere: religie is louter privézaak. Vrijheid van godsdienst betekent dat ieder binnen de eigen kring zijn geloof zonder inmenging van buitenaf kan belijden. Het tweede model is dat van ons land, de pluralistische coöperatie. De staat blijft buiten de godsdienstige privésfeer. Als dat maatschappelijk wenselijk is, ondersteunt de staat levensbeschouwelijke organisaties. Staat en religie komen elkaar in dit model in het publieke domein geregeld tegen. Hoever dient de staat te gaan? Is extra steun voor onderwijs in de Friese (minderheids)taal acceptabel, of voor een Joodse school met (te) weinig leerlingen, of voor een migrantenkerk die een borgstelling nodig heeft voor de aankoop van een gebouw? Het derde model kent een bevoorrechte kerk of staatskerk. Vrijheid van godsdienst behelst vooral recht op religieuze privacy. Als we dit beknopte overzicht bekijken rijst de vraag: wat zien wij als het ideaal? Zeker is dat het huidige model onder druk staat en sommigen dit graag zouden inruilen voor de Franse benadering.

Evenwicht
Post pleit voor evenwicht. Wie alle accent gaat leggen op gelijkheid, holt binnen de kortste keren een klassiek grondrecht als de vrijheid van godsdienst uit. Gelijkheid wordt de norm. Minderheidsgroepen die er andere opvattingen op na houden, delven het onderspit. Als daarentegen de vrijheid absoluut wordt, wordt elke inmenging van buitenaf onmogelijk gemaakt. Het wordt daarmee een vrijbrief voor de sterkste(n) binnen de eigen kring. In feite geeft de staat daarmee zijn verantwoordelijkheid voor een deel van haar burgers op. Post ziet zelfs mogelijkheden het door hem bepleite evenwicht in het gelijkheidsbeginsel zelf te verankeren. Artikel 1 van de Nederlandse grondwet bevat aan de ene kant een verbod om te discrimineren, maar kan aan de andere kant tevens gelezen worden als een opdracht iemands persoonlijke waardigheid te respecteren. Op deze wijze vloeit een klassiek vrijheidsrecht als de vrijheid van godsdienst uit het eerste artikel van de grondwet voort.

Ik gaf al aan dat Posts boek niet ingaat op de problematiek van het ritueel slachten. Toch zijn er wel degelijk enkele lijnen te trekken, zeker vanuit zijn conclusie aangaande het eerste artikel van de grondwet. Joden en moslims hebben aangegeven dat met het verbod op ritueel slachten hun persoonlijke waardigheid in het geding is. Post maakt duidelijk dat daie waardigheid geen absoluut gegeven is. Uiteindelijk zal een ‘humane’ behandeling van dieren kunnen leiden tot een verbod op ritueel slachten. Uiteindelijk. Er zijn nog tal van andere maatregelen denkbaar die het dierenwelzijn substantieel kunnen verbeteren. Waarom wordt daar niet eerst aan gewerkt? Ze zetten bovendien waarschijnlijk veel meer zoden aan de dijk. Ritueel slachten maakt maar een zeer klein deel van de totale slacht uit.

Henk Post, Gelijkheid als nieuwe religie. Een studie over het spanningsveld tussen godsdienstvrijheid en gelijkheid (Veenendaal 2010; ISBN 978-80-5850-5637).

Klaas-Willem de Jong

Deze boekbesprekingl is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 59 (2011), nr. 27 (8 juli)



http://www.kwdejong.info

© 2011, KWdJ