Gedegen naslagwerk

Het goed recht van geloofsgemeenschappen

geloofsgemeenschappen en recht Afgelopen week verscheen het boek Geloofsgemeenschappen en recht. Een boek als dit is in eerste instantie vooral bestemd voor juristen, theologen en een selecte groep andere belangstellenden. Tegelijk is de inhoud van dit naslagwerk interessant voor een breder publiek. Het recht weerspiegelt de ontwikkelingen in de samenleving. Dat geldt ook de verhouding tussen kerk en recht. Welk beeld schetst dit boek van de kerk in onze maatschappij?

Brede oriŽntatie
Geloofsgemeenschappen en recht heeft een voorganger, het in 2004 verschenen Kerk en recht. De verandering in de titel is geen toeval. Met het woord kerk konden in ons land tot ver na de Tweede Wereldoorlog de religies ruimschoots toe. We kenden immers slechts joodse en christelijke geloofsgemeenschappen. De meeste joden zagen het niet als overwegend bezwaar om de christelijke terminologie te hanteren. Geloofsgemeenschappen en recht laat zien dat deze aanpassingen aan de gebruiken van het land past in de joodse traditie. Zo kon in 1814 op instigatie van koning Willem I het Nederlands-IsraŽlitisch Kerkgenootschap worden opgericht. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw begint de status quo te wijzigen: er komen grote groepen moslims naar ons land. Uiteenlopende nieuwe religieuze gemeenschappen - nogal eens aangeduid als sekten - zien het daglicht. Tegelijk neemt de invloed van de kerken in ieder geval getalsmatig af. Het religieuze landschap in ons land is met deze ontwikkelingen pluriform geworden. Tal van religieuze groepen hebben inhoudelijk geen enkele relatie tot de term kerk. Iets anders ligt het met het in de wet vastgelegde begrip kerkgenootschap. Hoewel van origine zeker aan een christelijke gemeenschap werd gedacht - men kende niet anders! - kunnen juridisch gezien in principe alle geloofsgemeenschappen eronder vallen. Maar hiermee zijn we er nog niet. Niet alle geloofsgemeenschappen willen zich onder de titel kerkgenootschap organiseren, bijvoorbeeld vanwege de associatie met het christendom. Met name in islamitische kringen heeft men gekozen voor de vereniging of de stichting. Geloofsgemeenschappen en recht heeft nadrukkelijk ook betrekking op hen. Daar raken we echter wel de grens. Het boek besteedt structureel alleen bijzondere aandacht aan de organisatievormen van de drie monotheÔstische godsdiensten. Dat is een begrijpelijke beperking. Ook met deze beperking is de verscheidenheid groot. Ik noem een aardig detail dat ik zelf zo niet kende. Veel Marokkaanse moskeeorganisaties hechten aan lokale zelfstandigheid, terwijl Turkse moslims doorgaans in nationale en transnationale verbanden zijn opgenomen. Als overigens iets sterk in het boek naar voren komt, dan is het dat 'de' islam niet bestaat. Het is een godsdienst met tal van schakeringen en nuances, net als christendom en jodendom.

Misbruik
Ook andere recente ontwikkelingen hebben op de inhoud van het boek hun weerslag. Zo is er een hoofdstuk opgenomen over geloofsgemeenschappen en strafrecht. Dat kan niet worden losgezien van de misbruikaffaires die de Rooms-Katholieke Kerk het afgelopen decennium achtervolgd hebben. Een vraag is dan bijvoorbeeld of een kerkgenootschap als zodanig strafbaar kan zijn. Maar er is meer. Juristen hebben nog wel eens de naam te letten op elke punt en komma. Naar het gevoel van de goegemeente pakt dat nog wel eens onrechtvaardig uit. In het hoofdstuk over het strafrecht staat een voorbeeld waaruit blijkt dat het nauw luistert. In ons land bestaat een aantal geloofsgemeenschappen onder de verzamelnaam Santo Daime. Tot het kernritueel van deze van origine uit BraziliŽ afkomstige groepen behoort het drinken van de ayahuascathee. Deze thee bevat de stof DMT, een harddrug die verboden is in de Opiumwet. Kunnen groepen van de Santo Daime met een beroep op het recht op godsdienstvrijheid hun kernritueel uitvoeren, of kunnen ze worden strafrechtelijk worden vervolgd voor het overtreden van de Opiumwet? In een van de zaken die voor de rechter kwam, gaf de betrokkene desgevraagd aan dat ze ook zonder dit ritueel haar geloof zou kunnen belijden. Dat leidde tot de conclusie dat een beroep op de godsdienstvrijheid niet opging. Immers, het gebruik van de harddrug is niet expliciet noodzakelijk om de godsdienst te kunnen uitoefenen. In andere gevallen stelden de gedaagden dat het drinken van de thee tot de kern van het geloof behoort. Zij werden daarom vanwege het ingeroepen grondrecht van de godsdienstvrijheid ontslagen van rechtsvervolging.

Organisatievormen
Geloofsgemeenschappen en recht is primair een juridisch boek. Tegelijk vormen een aantal hoofdstukken een prachtige inleiding op de organisatie van de godsdienst in ons land. De centrale positie van de bisschop, de aanpak van geschillenbeslechting in de Protestantse Kerk, de invloed van een imam, om maar een paar voorbeelden te noemen, het is allemaal terug te vinden. Ooit kocht iemand een rooms-katholieke pastorie. Hij was onbekend met het feit dat de plaatselijke parochie voor een dergelijke verkoop een schriftelijke toestemming van de bisschop nodig heeft. De rechter meende dat de koper zich niet kon beroepen op onbekendheid met de kerkelijke regelgeving. Nu is dit oordeel niet onweersproken gebleven en zijn er ook andere voorbeelden uit de jurisprudentie (rechterlijke uitspraken) te geven. Geloofsgemeenschappen en recht kan in dit soort situaties helpen bij een eerste oriŽntatie hoe het ongeveer zou kunnen zitten. Een eerste oriŽntatie: de juridische omgang met geloofsgemeenschappen vereist maatwerk en de bijbehorende inzet van deskundigen. Dat geldt eigenlijk voor alle 21 hoofdstukken uit het boek. Of het nu gaat om klokgelui en de daarmee samenhangende bestuursrechtelijke vragen, de rechtspositie van de voorganger, of de wijze waarop de vrijheid van godsdienst in ons land is uitgewerkt, specifieke omstandigheden kunnen maken dat wat in het ene geval recht is, in het andere geval onrecht blijkt. Wie van zwart-wit houdt komt met een boek als dit niet veel verder. Het recht, ook waar het om religie gaat, is zo geschakeerd en genuanceerd als de samenleving.

L.C. van Drimmelen en T.J. van der Ploeg (red.), Geloofsgemeenschappen en recht (Den Haag: Boom 2014) (ISBN 978-90-8974-991-8, 473 p., + ? 65).

Klaas-Willem de Jong
Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 62 (2014), nr. 48 (28 november)



http://www.kwdejong.nl

© 2014, KWdJ