Blauwdruk van de evangelische beweging

GELOVEN GAAT VERDER

Geloven gaat verder Ooit schafte ik ‘De groeigroep als bouwsteen’ van Hans Eschbach aan. Praktisch materiaal voor gespreksgroepen. De groepen die ik er mee op pad stuurde waren ontevreden. Ze vonden het te simpel. Ze hadden het gevoel zelf niet aan bod te komen. Toen onlangs ‘Geloven gaat verder’ van Hans Eschbach verscheen, was ik benieuwd. Hoe pakt hij deze keer uit?

‘Geloven gaat verder’ is een boek voor jong en oud. Toch oogt het heel jeugdig en ook de inhoud zal vooral jongeren aanspreken. De ondertitel sluit daarbij aan ‘Een plakboek voor leerlingen van Jezus’. De tekst is in de meeste gevallen niet doorlopend, maar ingedeeld in blokken en blokjes die elkaar deels overlappen. Sommige blokken tekst staan schuin, of de ene of de andere kant op. Dat maakt een wat onrustige indruk. Ik associeer het met de zap-cultuur van de televisie. Daar moet je van houden, niet alleen op de televisie maar ook in een boek. Het vergemakkelijkt echter het lezen. Je hoeft je aandacht er nooit erg lang bij te houden. Ik vind het knap gevonden, ook al omdat de evangelische beweging waar Eschbach voor staat in ons land juist veel aan de televisie te danken heeft. Door deze opzet kan ook dit boek een breed lezerspubliek bereiken.

‘Geloven gaat verder’ is een praktisch boek. De lezer zal er geen lange, filosofisch getinte betogen in vinden. In elk hoofdstuk komt een moment uit het leven van de gelovige Ellen en haar zoekende vriendin Suzie voor. In het hoofdstuk over Jezus begint het zo: ‘Ze zitten weer bij Suzie op haar kamer te bomen. Na de heftige godsdienstles gaat het natuurlijk over Jezus. Waarom nou Jezus en niet al die andere godsdienstige leiders? “Ik vind het vooral zo moeilijk, dat Jezus voor mijn zonden aan het kruis moest sterven. Had dat nou niet anders gekund?” vraagt Ellen.’ Naast de belevenissen van Ellen en Suzie zijn verhaaltjes opgenomen, bijvoorbeeld uit de Joodse traditie, korte levensbeschrijvingen van bijzondere christenen, korte statements, enzovoort. Ook bevat elk hoofdstuk een Bijbelstudie. Het boek geeft verder concrete aanwijzingen voor het persoonlijk Bijbel lezen. De praktische inslag wordt versterkt doordat Eschbach geregeld in de ikvorm schrijft en de lezer deelgenoot maakt van zijn persoonlijke ervaringen.

‘Geloven gaat verder’ bevat geen lijstjes met vragen voor groepswerk. De vragen komen als het ware op uit de teksten zelf. De lezer zal zich geregeld als vanzelf afvragen, waar hij of zij zelf staat. Dat is opnieuw een sterk punt. Tegelijk beginnen daar mijn aarzelingen. In de inleiding schrijft Eschbach: ‘Als je op een groeigroep zit wil ik je dringend aanbevelen de hoofdstukken in dit boek pas te lezen nádat je in de groep het gesprek gevoerd hebt over het onderwerp. Anders zou ik met al mijn verhalen en gedachten je gesprek veel te veel beďnvloeden.’ De teksten roepen wel vragen op, maar echte vragen kunnen het niet worden. De teksten zijn soms erg suggestief, zwart-wit. Hoofdstuk 8 draagt de titel ‘Mag er een prijskaartje aan hangen?’ Het inleidend stukje eindigt al met de zinsnede ‘en dat er toch wel degelijk een prijskaartje aan hangt als je Jezus wilt volgen in je leven.’ Op zich kan ik deze conclusie onderschrijven, maar waarom wordt daar dan een vraag van gemaakt? Het blijkt voor Eschbach helemaal geen reële vraag te zijn.

Uitgangspunt van ‘Geloven gaat verder’ vormt de gedachte dat een gelovige een discipel van Jezus is. De evangeliën tonen een duidelijk portret van Jezus’ discipelen. Als Eschbach echter een profielschets geeft van een discipel, dan laat hij alleen maar licht vallen op bepaalde delen van dat portret. We lezen niets over de tegendraadse opstelling van de discipelen, als moeders hun kinderen naar Jezus brengen. We missen verraad en verloochening. Van de o zo menselijke discipelen die Jezus volgden, wordt een soort van bovenmenselijk ideaaltype gemaakt. Daarmee krijgt het boek ook iets dwingends. Het is, zoals Eschbach het schrijft. Elke bescheidenheid lijkt hem vreemd te zijn. Ook Eschbach kent zijn teleurstellingen en hij maakt ons daarvan deelgenoot. Zo horen we van Bert die tot geloof komt, maar uiteindelijk toch kiest voor stappen op zaterdagavond ten koste van de kerkdienst op zondag. Het stukje eindigt met ‘M’n hart huilde.’ Dat is invoelbaar. Maar tegelijk maken dit soort opmerkingen op mij een wat hooghartige indruk. Dat kan waarschijnlijk ook niet anders, als je te maken hebt met iemand die zo overtuigd is van zijn boodschap als Eschbach is. Zelfs het hoofdstukje ‘Hoe overleef ik de woestijn?’ heeft een positieve strekking. Het is net alsof bij alle goede adviezen – want die zijn er zeker! – de diepte van de woestijnervaring niet helemaal gepeild wordt.

Het is niet toevallig dat ‘Geloven gaat verder’ een praktisch boek is. Het wil namelijk laten zien, dat geloven heel het leven doortrekken moet. Of het nu gaat om Bijbel lezen of om bidden en stille tijd, het loopt uit op doen. De vraag is echter, of het altijd wel zo glashelder is wat iemand in Jezus’ naam moet doen. Hoe vaak moeten we niet kiezen uit twee kwaden? Ik heb er moeite mee, als Eschbach zonder enige nadere toelichting de volgende tekst uit Maleachi 2 opneemt: ‘Want ik haat de echtscheiding, zegt de Here, de God van Israël.’ Wat moet iemand die met echtscheiding te maken heeft gehad hiermee? Nu weet Eschbach ook wel, dat scheiding in christelijke kringen net zo goed voorkomt. Hij neemt er zelfs een verhaal over op, ‘Gebroken dromen’. Hij erkent dat de hoofdpersoon het niet eenvoudig heeft gehad. Het gaat ook over schuldbelijdenis en vergeving. Maar op een of andere manier loopt het me net even te makkelijk. De ethische lat wordt hoog gelegd, maar als iemand struikelt en valt dan blijkt die hoge lat voor wie berouw toont geen probleem te hoeven zijn. Het valt me trouwens in het hoofdstukje over Jezus op, dat in de verhaaltjes nauwelijks wordt uitgelegd wat het lijden en sterven van Jezus met vergeving en verzoening te maken heeft. Jezus komt naast ons staan. Hij komt in onze plaats staan. Maar waarom moet Hij dat dan? Waarom moet Hij er dan voor ons aan onderdoor gaan? Dat kan Eschbach alleen leerstellig uitleggen. Maar na al die woorden wordt hij – terecht – voorzichtig en stelt: ‘Het is een wonder! Een mysterie. Begrijpen doen we het nooit.’ De nadruk ligt bij Eschbach op het nieuwe, aan God gewijde leven. Het hoeft dan ook niet te verbazen, dat hij ergens schrijft: ‘Net als God is de mens vrij om te kiezen.’ Alsof bijvoorbeeld omstandigheden er niet toe doen. En afgezien daarvan: heeft hij het radicale van de zonde hier wel voldoende gepeild? Kan de mens uit zichzelf (!) onvoorwaardelijk kiezen voor God? Het concept van de vrije en verantwoordelijke mens sluit naadloos aan bij de hedendaagse maatschappij. Hier ligt ook een raakvlak met veel moderne theologie.

‘Geloven gaat verder’. De titel is veelzeggend, dubbelzinnig. Het zou ook de samenvatting van deze bespreking kunnen zijn. Geloven gaat verder dan wat Eschbach schrijft. De duidelijke, aansprekende manier waarop het geloof wordt gepresenteerd wordt, is prijzenswaard. Alleen zou ik graag zien dat Eschbach in een volgend boekje een stapje terug deed en ook de lezer en zijn ervaring wat ruimte zou laten.

Ds. Hans Eschbach, Geloven gaat verder. Een plakboek voor leerlingen van Jezus (Driebergen-Brussel 2003; ISBN 90 323 0551 4; Euro 13,95)

Klaas-Willem de Jong.

Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Centraal Weekblad 52 (2004), nr. 17 (23 april)

© 2004, KWdJ