MAG DE PREEK OP GOEDE VRIJDAG ONTBREKEN?

'Jarenlange omgang met de in de traditie overgeleverde liturgie heeft mij geleerd dat een preek als nadere uitleg op de Goede Vrijdag gemist kan worden. De Schrift is die avond haar eigen uitlegster.' Zo stelt G.C. van de Kamp in het inmiddels al weer tien jaar oude werkboekje voor de eredienst over De drie dagen van Pasen. Hij verwoordt daarmee hetgeen in de liturgische beweging op dat moment al gemeengoed was. J. van der Werf, de oprichter van het Utrechtse Citypastoraat schreef al in 1965, dat de lezing van het lijdensevangelie 'een sprekender bediening van het Woord is dan een uitgebreide prediking.' In het recente Dienstboek - een proeve is de preek dan ook niet opgenomen. De toelichting handelt niet eens meer over het achterwege laten van de preek. In de toelichting wordt niet eens meer ingegaan op het achterwege laten van de preek. Dat is blijkbaar vanzelfsprekend geworden, althans voor de samenstellers.

Op zich kan ik instemmen met de orde van het Dienstboek en het pleidooi van de anderen om op Goede Vrijdag sober te zijn met persoonlijke woorden. Juist op deze dag lijken onze woorden per definitie tekort te doen aan het heilsgeheim dat gevierd wordt. Toch zijn er een aantal recente ontwikkelingen die vraagtekens plaatsen bij deze aanname. Kan in onze snel seculariserende samenleving - die ook gelovigen niet onberoerd laat - nog wel zo eenvoudig gesteld worden dat de Schrift 'haar eigen uitlegster' is? De onenigheid over het zogenaamde Beklag Gods in de liturgie van de Goede Vrijdag heeft mij duidelijk gemaakt, dat het nauw luistert. Ook het evangelie is niet op alle plaatsen eenduidig. Denk bijvoorbeeld aan de bekende woorden 'Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen' (MattheŁs 27: 25). Dat kan toch niet zonder commentaar worden gelezen?! De recente discussies over de christologie en de verzoening schreeuwen om een nadere uitleg van het verhaal dat op de Goede Vrijdag verteld wordt. Hoe moet de lijdensgeschiedenis in het licht van al het geschrevene worden verstaan?

Ik laat nog even open, of de preek op Goede Vrijdag een goed antwoord is op deze vragen. De impact van een preek is beperkt, misschien wel in het bijzonder naast een zwaar geladen Schriftlezing als op de vrijdag voor Pasen. Een mogelijke oplossing voor het 'tekort' aan uitleg is een leerhuis over het lijdensevangelie, als het niet vaker kan in de veertigdagentijd dan toch minstens eenmalig in de Goede Week. Nadeel is wel, dat doorgaans slechts een klein deel van de gemeente zich op een doordeweekse avond geroepen weet. Ook lijkt het me de moeite waard nog eens van gedachten te wisselen over de invulling van de zondagen voor Pasen. In de meest gebruikte roosters kunnen de vragen van het lijden, in het bijzonder van het lijden van de Heer, hooguit indirect aan de orde komen. Tezamen met het uitgangspunt dat op Goede Vrijdag niet gepreekt wordt, betekent dat de thematiek in veel plaatsen nauwelijks meer aan de orde komt. Lijdensvespers-met-een-meditatie in de Goede Week, vaak ook door een selecte groep bezocht, bieden nauwelijks tegenwicht. Ik vermoed dat veel voorgangers in het 'midden' van de kerk, net als veel van hun gemeenteleden trouwens, dit allemaal niet zo erg vinden. Onzekerheid, verlegenheid alom.

Preken op Goede Vrijdag? Het is vast mooier, indrukwekkender om het niet te doen. Maar, denk ik dan, mag en kan de viering van deze dag wel 'mooi' zijn? Met Goede Vrijdag en Pasen gaat het om het hart van het christelijk geloof. Als we over het gebeuren op deze dagen al teveel onduidelijkheid over laten bestaan, zal het geloof ongetwijfeld schade lijden. Wat gaan we daaraan doen?

Dit artikel is gepubliceerd in Centraal Weekblad 48 (2000), nr. 15 (14 april).