Anselm Grün beschrijft monastieke methoden

REMEDIE TEGEN RUSTELOOSHEID

Kloosters zijn 'in'. Al is dat aan de permanente bewoners niet direct af te lezen: aanwas ontbreekt, vergrijzing zet door. Het aantal gasten dat voor enkele dagen onderdak krijgt, is daarentegen in de afgelopen jaren explosief gestegen. Het motief voor een verblijf ligt meestal in de sfeer van de rust: even weg uit de jachtige wereld, waarin druk-druk-druk een spreekwoord is geworden. Wie buiten het klooster meer wil weten over de monastieke wereld van de stilte en daar ook in zijn eigen leven iets mee wil doen, kan goed terecht bij het onlangs verschenen boekje Innerlijke rust van de Duitse Benedictijn Anselm Grün.

Grün begint Innerlijke rust met een enigszins voorspelbare beschrijving van de hedendaagse rusteloosheid. Dat kan bijna niet anders dan voorspelbaar zijn. We zitten er immers middenin, zeker in en om de Randstad. Grün pretendeert overigens ook niet een originele analyse te geven. Hij geeft slechts persoonlijke observaties en gedachten weer. Grün houdt ons daarin voortdurend de spiegel voor. 'Bedrijvigheid als uiting van doelloosheid' staat boven een van de paragraafjes. Dat roept automatisch de vraag op: en, waar doen wij het allemaal voor? In een volgend hoofdstuk steekt Grün een spade dieper af en verlegt zijn aandacht van het maatschappelijke naar het individuele en psychologische. Rusteloosheid blijkt van alle tijden te zijn. De klassieke Griekse filosofie weet het aan de hartstochten die bezit nemen van een mens. De oude monniken werkten dit om en signaleerden drie terreinen waar het mis kan gaan: de emotionaliteit, de begeerlijkheid en de geest. Bijna ongemerkt leert Grün ons kritisch naar onszelf kijken.
In het tweede deel van het boek schetst Grün een remedie tegen de rusteloosheid. Hij bespreekt de bekende woorden van Jezus: 'Komt allen tot Mij' en overweegt de zinsneden uit de Hebreeënbrief aangaande de sabbatsrust. De kracht van Grün ligt echter in het vervolg, als hij ons inwijdt in de monastieke methoden om tot rust te komen, en in de problemen en grenzen waar een mens dan tegenop loopt. Het trefwoord is: loslaten. Alleen als een mens kan loslaten, is hij in staat stil te worden. Hetgeen Grün schrijft kan bij de zoektocht naar rust een goede gids zijn. Maar in veel gevallen zal ook in enigerlei vorm geestelijke begeleiding nodig zijn. Helaas heeft Grün nagelaten daarop te attenderen.
Grün speelt met woorden. Vaak vermeldt hij Griekse en Latijnse termen. Aan de hand van hun (oorspronkelijke) betekenis probeert hij zijn verhaal te vertellen. Een voorbeeld: 'Het woord "religie" komt van juk. Het betekent onder het juk van God komen, zich met God verbinden (religare).' (56) Persoonlijk houd ik van deze werkwijze, maar anderen zullen haar wellicht vermoeiend of gezocht vinden.
Grün is een typisch rooms-katholiek theoloog. De schepping zoals die zich aan ons voordoet beoordeelt hij in principe positief. De schepping biedt ons volop mogelijkheden om bij God uit te komen. Als we maar goed genoeg ons best doen. Hij beschrijft een weg 'die uiteindelijk van mijzelf en mijn zorgen afleidt en in God uitmondt.' (127) Vanuit het protestantisme zouden we voorzichtiger zijn. De schepping is gevallen. Zonde hindert ons. God ligt niet in het verlengde van ons doen en laten, maar is de Andere die Zelf bepaalt wanneer Hij Zich aan ons openbaart. Maar ook, of misschien zelfs wel juist met deze overtuiging is het spannend met Grün de zoektocht naar stilte en rust te maken.

Anselm Grün, Innerlijke rust. Hoe kom ik harmonie met mezelf? Lannoo/Kok, 130 blz., fl. 27,50 (ISBN 9043501204).

Dit artikel is gepubliceerd in Centraal Weekblad 48 (2000), nr. 6 (11 februari).