Het goed recht van de kerk

Het goed recht van de kerk Onlangs verscheen ‘Het goed recht van de kerk’ van prof. Leo J. Koffeman. Het is stevig uitgegeven. Ook de inhoud is stevig. Het vergt het nodige van de lezer. Toch vindt Klaas-Willem de Jong het de moeite aard even stil te staan bij deze nieuwe studie over het kerkrecht.

Kerkrecht. Dit woord op zich zal voor de doorsnee lezer geen aanbeveling zijn om te gaan lezen, laat staan als het een stevig, gebonden boek betreft. Kerkrecht wordt doorgaans geassocieerd met saai. In het dagelijks leven zien we recht nogal eens als noodzakelijk kwaad. In de kerk zien velen zelfs de noodzaak van dat kwaad niet in. Het staat haaks op wat de kerk volgens hen zou moeten zijn: een levende en inspirerende organisatie. Kerkrecht is dan hooguit iets voor de liefhebbers. Wie nu verwacht dat ik zal melden dat ‘Het goed recht van de kerk’ de vooroordelen logenstraft, heeft het mis. Het boek heeft een behoorlijk abstractieniveau. Het maakt het zelfs de meer geoefende lezer niet makkelijk. Ik vond het bepaald niet eenvoudig om de opzet te doorgronden, een helderheid scheppende inleiding ontbreekt. Ook is lang niet altijd direct duidelijk waar de beslissingen vallen. Toch raakte ik gaandeweg meer en meer onder de indruk. Prof. Koffeman heeft met dit boek een bijzondere prestatie geleverd. Van mijn colleges kerkrecht 25 jaar geleden herinner ik me dat we na wat inleidende uren over verschillende systemen van kerkinrichting en een bescheiden overzicht van kerkjuridische theorieën direct op de praktijk doken. Koffeman geeft een gedegen theologische onderbouwing van het kerkrecht en laat zich niet verleiden tot makkelijke uitstapjes naar de praktijk. Hij sluit nauw aan bij recente ontwikkelingen op het kerkelijke en theologische erf. Hij is niet bang grenzen te overschrijden en standpunten in te nemen die op gespannen voet staan met hetgeen nu gebruikelijk is. Hij verschaft ons daarmee een brede blik op de discipline van het kerkrecht.

Oecumenisch
In navolging van de Duitse kerkjurist Hans Dombois (1907-1997) kiest Koffeman principieel voor een oecumenische inzet. De eenheid van de kerk is een gave én een opgave. Immers, de Geest is ingegaan in de geschiedenis en heeft daarin aan de kerk gestalte geven, steeds opnieuw. De oecumenische benadering keert steeds terug, bijvoorbeeld als Koffeman theologische vragen stelt bij de verschillende kerkstructuren: het episcopale ofwel bisschoppelijke stelsel, het congregationalistische systeem met de gemeente in het centrum, het consistoriale stelsel waarin de burgerlijke overheid een belangrijke taak heeft in het kerkbestuur, en tussen deze drie in de ons bekende presbyteriaal-synodale kerkopbouw.
Vervolgens maakt Koffeman de overstap naar de liturgie. Hij zegt daar zelf over: ‘Vanuit de liturgie dient te worden doordacht wat ambt en gemeente, in hun onderscheid én in hun relatie, betekenen en hoe zich dat laat doorvertalen in het kerkrecht.’

Kwaliteitskenmerken
Het derde deel van het boek heeft het meeste indruk op mij gemaakt. Wij belijden te behoren tot de ‘ene, heilige, katholieke en apostolische kerk’. Koffeman leidt hier een viertal kwaliteitskenmerken uit af, die hij bewust met eigentijdse termen typeert: inclusiviteit, authenticiteit, conciliariteit en integriteit. Met inclusiviteit doelt hij op de kerk van alle plaatsen, met authenticiteit op die van alle tijden. Dat zijn beide in het huidig tijdsgewricht geen populaire kenmerken. De aandacht van de gemiddelde gelovige richt zich primair op de eigen gemeente. Spreken over de traditie mag en kan, maar het moet niet te zwaar en ingewikkeld worden. Net als bij de andere kenmerken gaat Koffeman na in hoeverre kerken en kerkorden hier in de praktijk aan voldoen. Met het derde kenmerk, conciliariteit, beschrijft Koffeman wat ik noem de actuele oecumene. Wat bevordert eenheid? Het is duidelijk dat splitsing en scheuring daar niet aan bijdragen, maar ook uniformiteit niet. Het vierde kenmerk is de integriteit, de eenheid van leer en leven.
In het vierde deel geeft Koffeman een overzicht van de Nederlandse context waarin ons kerkrecht functioneert. Dit deel biedt meer een overzicht dan een kritische beschrijving. Dat is jammer. Ik noem twee voorbeelden. Nu wordt een gang naar de wereldlijke rechter als normaal gezien. Toch lijkt me enige theologische reflectie op dit punt wel op zijn plaats, waar Paulus zich hierover kritisch uitlaat (vgl. 1 Kor. 6: 1). Het tweede punt betreft de mensenrechten. Het recht op godsdienstvrijheid komt aan de orde. Maar hoe verhoudt zich dat met het recht op persoonlijke levenssfeer, bijvoorbeeld als de kerk zich in een tuchtzaak openlijk negatief over iemand uitlaat? Is de afweging die het burgerlijk recht maakt vergelijkbaar met die van de theologie, of is er een wezenlijk verschil?

Samenhang
In een verder verleden werd in de Nederlandse theologie het kerkrecht vaak in samenhang met de belijdenisgeschriften en de liturgie behandeld en gedoceerd. Om allerlei redenen is deze drie-eenheid in de loop van de 19e eeuw verdwenen. Koffeman laat zien, hoe wezenlijk deze drie elementen met elkaar verbonden en op elkaar betrokken zijn, al legt hij aanzienlijk minder accent op de gereformeerde belijdenisgeschriften dan in het verleden gedaan is. Hij kiest immers principieel voor een oecumenische invalshoek. Het gaat Koffeman in deze publicatie om het kerkrecht. Het zou mijns inziens spannend en verrassend kunnen zijn om kerkrecht, belijdenis en liturgie meer gelijkwaardig en in samenhang met elkaar aan de orde te stellen.
Uiteraard zijn er bij een boek als dit altijd kritische kanttekeningen te plaatsen. Enkele noemde ik terloops al. Eén punt ligt ik er nog uit. Koffeman lijkt voorstander te zijn van invoering van het bisschopsambt, maar hij overtuigt daarin voor mijn gevoel niet echt. Dat neemt niet weg dat dit boek volop stof biedt om de discussie over bijvoorbeeld dit punt aan te gaan.

Leo J. Koffeman, Het goed recht van de kerk. Een theologische inleiding op het kerkrecht (Kok Kampen), ISBN 978 90 435 16167.

Klaas-Willem de Jong

Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 57 (2009), nr. 19 (8 mei)



http://www.kwdejong.info

© 2009, KWdJ