De Bijbel op een andere manier laten klinken in de eredienst

DE SCHRIFT KAN VOOR ZICHZELF SPREKEN

Marc Chagall - Hooglied In de uit 1561 stammende Nederlandse Geloofsbelijdenis staat een intrigerend zinnetje over het gezag van de Bijbel en de Goddelijke inspiratie waarmee zij geschreven zijn. 'Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren.' Met andere woorden: de Schrift kan voor zichzelf spreken. In principe kan ze zonder onze woorden.
Een jaar of twee geleden kwam een gemeentelid bij mij met de vraag, of we het Hooglied niet eens gewoon in een groep zouden kunnen (voor)lezen. Alleen dat, lezen en luisteren. Meer niet. Hij was geraakt door de tekst zelf, door de pure manier waarop de liefde, ook de lichamelijke liefde, daarin beschreven werd. Hij wilde deze ervaring op een of andere manier met anderen delen. Een stukje verscheen in het kerkblad. Een kleine groep ging van start om gewoon maar eens samen te lezen. Dat gebeurde aan de hand van een leeswijzer, de bespreking van het Hooglied door Jan Fokkelman in De Bijbel literair. Het Bijbelboek kreeg steeds meer kleur. We raakten thuis in de discussies over de rolverdeling tussen de jongen en het meisje (ofwel: man en vrouw, ofwel: bruidegom en bruid). Alleen deze verschillende benamingen geven al iets aan van de verschillende invalshoeken waarmee gelezen kan worden. Het aardige van een dergelijke exercitie is bovendien dat publicaties over het thema, in dit geval Hooglied, ineens beginnen op te vallen. We waren bepaald niet de enigen die geboeid raakten door het Hooglied! Het verkennend lezen werd op deze wijze een spannend avontuur.

Een project
Gaandeweg groeide het plan 'iets' met het Hooglied te doen in een kerkdienst. Lezen en luisteren zou in die dienst voorop moeten staan. Iemand ontdekte dat bij het Hooglied mooie muziek is geschreven. Een ander stootte op schitterend werk van de bekende Joodse kunstenaar Marc Chagall. Zowel beeld als muziek zouden de tekst kunnen ondersteunen. We beseften dat een dergelijke aanpak niet zou passen in de reguliere zondagse kerkdienst. Het stramien van de orde van dienst is er niet geschikt voor. De gemiddelde kerkganger verwacht iets anders. Nu bestaat er bij ons de mogelijkheid om op zondagmorgen een tweede dienst te houden, bijvoorbeeld als er een jeugddienst is. Een dienst als beschreven rond het Hooglied zou ook uitstekend op dat tijdstip passen. Toch wilden we ook een breder publiek laten delen in onze ontdekking van het Hooglied. Een bescheiden project tekende zich af. We besloten te beginnen met een reguliere dienst over het boek Hooglied in het vroege najaar van 2004. Het boek wordt zelden in de eredienst gelezen. Velen weten er niet goed weg mee. Zijn het primair seculiere, wereldse teksten? Of hebben die teksten slechts waarde voorzover ze verwijzen naar de verhouding van God en mens? Zelf concludeerde ik in de preek van die zondag: 'Hooglied bezingt de uitbundige, zinderende liefde van twee mensen. Alleen zo, uitsluitend langs deze weg kunnen wij uiteindelijk de liefde tussen God en mensen beginnen te vatten. Om die bijzondere verhouding tussen God en mensen te beschrijven is het allermooiste nodig wat aan mensen is gegeven: liefde in al zijn dimensies, ook de lichamelijke, met alle tinteling, spanning, erotiek, seksualiteit. De enige plaats in het Hooglied waar de Godsnaam wordt gebruikt is in de uitspraak dat de liefde is als vlammen van een vuur, als de gloed van de Heer (Zelf). De liefde tussen mensen verwijst naar de liefde van en voor God.'
Na de dienst konden mensen zich opgeven voor een gelegenheidskoor dat gedurende zes weken een aantal liederen zou instuderen. Meer dan dertig belangstellenden meldden zich en gingen enthousiast aan de slag. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. De cantorij in onze gemeente trekt namelijk slechts met moeite nieuwe leden aan. Voor een kortlopend, gericht project blijken mensen zich veel makkelijker aan te melden.

De uitvoering
Snel volgden de ontwikkelingen elkaar op. Ons doel was de tekst van Hooglied zo optimaal mogelijk te laten klinken. We hebben verschillende vertalingen uitgeprobeerd en kwamen uiteindelijk uit op die van Pius Drijvers en Jan Renkema. Krachtige taal, goed te verstaan. Passende beelden werden uitgezocht. We dachten na over sobere verbindende en verklarende teksten. Ook gebeden kregen aan het begin en einde een plaats. We wilden een liturgische setting aan het geheel geven: geen voorstelling, maar een eredienst. Gaandeweg kregen we de indruk dat de gekozen aanpak ook voor mensen van buiten de kerkelijke gemeente wel eens aantrekkelijk zou kunnen zijn. Samen met een PR-deskundige werd een persbericht opgesteld en verspreid. Al snel bleek ons vermoeden juist te zijn. De plaatselijke en regionale pers zag er tenminste wel wat in. In een van de bladen verscheen een interview met foto's van de organisatoren. In de dienst zelf zagen we nogal wat onbekende gezichten.
Het resultaat mocht er zijn. Het Hooglied klonk. Liederen onderstreepten de tekst. Eenvoudige teksten verbonden deze oude poëzie en de dag van vandaag. In de gebeden dankten we God voor de gave van de liefde. Bovendien bepaalden ze ons nog eens bij het feit dat het Hooglied onderdeel uit maakt van de Bijbel. Enthousiaste reacties na afloop. We leken erin geslaagd te zijn een relatief onbekend Bijbelboek toegankelijk te maken voor een grote groep mensen. Het kritiekpunt dat de gemeente in de zang te weinig aan bod kwam, hebben we goed in onze oren geknoopt.

Een vervolg
De voorbereidingsgroep kreeg na deze geslaagde aanpak de smaak te pakken. Dit najaar kozen we voor Exodus, met name de eerste vijftien hoofdstukken. Het kan op verschillende manieren gelezen worden. Als heilshandelen van God. Als deel van de geschiedenis van het volk Israël. Als ervaringsneerslag van losmaken en bevrijden: het verlangen vrij te zijn, de aarzeling en twijfel als het maar niet lukken wil, de neiging af te haken als het lang gaat duren, enzovoort. Ook hiervan geldt: voor het aangezicht van God. We wilden ruimte laten voor de verschillende lagen die de tekst in zich draagt. Het procédé in de dienst was hetzelfde als een jaar tevoren: tekst, liederen, beelden en verbindende woorden. De verbindende woorden hielden we dit keer in de ik-vorm en in de tegenwoordige tijd. Zo kregen de aloude woorden een sterk op het heden gerichte klank. Iemand formuleerde na afloop voor de evaluatie: 'Er wordt geen "boodschap" meegegeven, maar een "experience": de daarin besloten boodschap moet je zelf (her)formuleren. Toch is het de inhoud die je meeneemt, niet de vorm.' Inmiddels zijn de eerste gedachten gevormd voor een volgend jaar. Wordt het dan David, Openbaring, of toch een ander gedeelte?

Terugkijkend concludeer ik dat we erin zijn geslaagd in de beschreven diensten de Bijbel zelf te laten klinken en opnieuw toegankelijk te maken voor een brede groep van mensen. Het kan ook in de vorm van bijvoorbeeld een musical. Die gaat echter meestal uit van een verregaande interpretatie van de oorspronkelijke tekst. Voor sommigen zal onze opzet te hoog gegrepen zijn, ook gelet op de keuze van de vertaling. Voor anderen was dit precies genoeg: de Schrift kan voor zichzelf spreken.

Klaas-Willem de Jong.

Dit artikel is licht bewerkt gepubliceerd in Centraal Weekblad 53 (2005), nr. 47 (25 november).


http://www.kwdejong.info

© 2005, KWdJ