KERKPLANTING IN HET LICHT VAN DE BIJBEL

Kerkplanting Ook in dit blad is al meermalen de uitdrukking ‘fresh expressions’ gevallen: hedendaagse gestalten van kerkzijn met het oog op mensen die nog geen lid zijn van de kerk. Is dit een nieuw verschijnsel, of zijn er in het Nieuwe Testament ook al ‘fresh expressions’ te vinden?

De Nederlandse kerken worden zich in hoog tempo bewust van de taak zich missionair op te stellen. Eén van de middelen daartoe is kerkplanting: de start van een nieuwe gemeente. Kerkplanting heeft tal van voordelen. Eén daarvan is dat geen rekening gehouden hoeft te worden met bepaalde tradities, met name niet met mensen die aan die tradities waarde hechten. Op deze wijze kunnen nieuwe christelijke gemeenschappen ontstaan die aansluiten bij de behoeftes van de hedendaagse cultuur. Nieuwe groepen mensen kunnen worden aangesproken. Het spreekt vanzelf dat daarin ook een groot risico ligt: traditie is niet zonder meer verkeerd, traditie kan ons juist bij de kern van het geloof bepalen. In eerste instantie denken we vermoedelijk aan een soort gemeente zoals we die nu kennen. Toch hoeft dat niet. Het kan ook een ‘fresh expression’ zijn, een nieuwe vorm van gemeentezijn. Denk bijvoorbeeld aan een groep van mensen uit de zorg die geregeld bij elkaar komen om in het licht van het evangelie samen hun ervaringen te delen en samen te bidden. Sommigen zijn gedoopt en lid van een kerk. Anderen niet, zij zullen mogelijk zelfs nooit een stap over de drempel van een traditionele kerk zetten. Een dergelijke groep, gemeente, kent geen kerkenraad, maar ongetwijfeld zijn er wel leden die de verantwoordelijkheid nemen voor leiding en sturing. Er zijn geen kerkdiensten in de klassieke zin, maar wel samenkomsten van onderlinge ontmoeting en ontmoeting met God. Is dit nog wel kerk, gemeente van de Heer? Hoe past zo’n gemeenschap in het grotere geheel van de kerk?

Het Nieuwe Testament
Om tot een oordeel te komen over deze nieuwe trend, zullen we onder meer naar de Bijbel, meer in het bijzonder naar het Nieuwe Testament moeten kijken. De Engelse theoloog James D.G. Dunn is ervan overtuigd dat het vroege christendom als zodanig een ‘fresh expression’ van het toenmalige Jodendom is. Alleen al het feit dat het christendom de Joodse Bijbel integraal opnam, wijst er op dat er een doorlopende lijn is van Wet, Profeten en Geschriften naar wat wij nu het Nieuwe of Tweede Testament noemen. Israël had de opdracht te zijn tot een zegen van de volken. Het vroege christendom pakt deze oude notie op en werkt die opnieuw uit: in Christus wordt Gods liefde voor álle volkeren zichtbaar.
Dunn wijst erop dat Jezus in de eerste plaats kwam om Israël te vernieuwen. Tegelijk blijkt Zijn boodschap in allerlei opzichten grensoverschrijdend te zijn: Hij geeft een nieuwe, revolutionaire interpretatie aan de oude wetgeving, bijvoorbeeld ten aanzien van de sabbat. Oude gebruiken verliezen hun relevantie: hij gebruikt de maaltijd met heel verschillende mensen, waarbij het onderscheid tussen rein en onrein niet meer lijkt te bestaan. Zo ontstaat met Zijn komst en in het bijzonder na Zijn dood en opstanding een nieuwe gemeenschap in en naast de oude.
In het onlangs verschenen handboek voor kerkplanting, Als een kerk opnieuw begint, geeft Henk de Roest een beschrijving van een van de oudste christelijke gemeenten, die van het multi-etnische Antiochië. Het is een bij uitstek missionaire gemeente. Op een gegeven moment ontstaat een heftig conflict binnen deze van origine joods-christelijke gemeente. Moeten niet-joden die worden gewonnen voor de weg van Jezus ook worden besneden? Paulus en Barnabus consulteren voor deze vraag de moedergemeente in Jeruzalem. Daar komt men uiteindelijk tot het besluit dat Antiochië de voorwaarde van de besnijdenis mag loslaten, terwijl die van Jerzuzalem er vooralsnog aan vasthoudt. Men erkent elkaars missionaire praktijk. Later ontstaat een tweede, vergelijkbaar conflict, nu over het houden van de spijswetten. De Joods georiënteerde groep legt deze wetten niet aan anderen op, maar houdt ze zelf wel door apart te eten. Hoe dit is afgelopen, weten we niet precies. Wel weten we dat Paulus zich krachtig tegen deze praktijk heeft verzet. Hij zag de eenheid bedreigd. De Roest laat zien, waar de vroege kerk grenzen stelde en waar ze oude grenzen overschreed.

Vragen
Deze manier van kijken naar het Nieuwe Testament helpt me om het ontstaan van ‘fresh expressions’ Bijbels te verantwoorden. Al in de Schrift zien we dat de gemeenschap van gelovigen zich in nieuwe omstandigheden transformeert. En niet alleen dan. Zo is het begin van de Reformatie goed te verstaan tegen de achtergrond van de groeiende invloed van de stadsburger. Het oude, hiërarchische kerkmodel maakte plaats voor een collegiaal systeem waarin de mondige burger zich kon laten horen.
Tegelijk roepen met name de gedachten van Dunn vragen op. Doet zijn aanpak voldoende recht aan het radicale verandering die het optreden van Jezus Christus teweeg brengt? Dreigen kernmomenten als kruis en opstanding zo niet bijzaken te worden? Indringender voor de beweging van ‘fresh expressions’ is echter het volgende. Laten we aannemen dat het christendom een ‘fresh expression’ is van het Jodendom. Het komt echter in de loop van de 1e eeuw tot een radicale breuk tussen beide. Het voorbeeld van Antiochië laat zien dat ‘fresh expressions’ niet tot een breuk hóeven te leiden, maar het kán dus wel degelijk. Het lijkt me zaak daarop bedacht te zijn, zonder overigens krampachtig te worden.

Klaas-Willem de Jong

Uitvoeriger: James D.G. Dunn, ‘Is there evidence for fresh expressions of church in the New Testament’, in: Steven Croft (ed.), Mission-shaped Questions. Definining issues for today’s Church (Londen 2008); Henk de Roest, ‘Gemeentevorming in de beginjaren van de christelijke beweging: verbinding en conflict’, in: Gert Noort e.a., Als een kerk opnieuw begint (Zoetermeer 2008).


Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Centraal Weekblad 57 (2009), nr. 3 (16 januari).


http://www.kwdejong.info

© 2009, KWdJ