Naar een andere visie op kerkgebouwen

Kerksluiting: geen ramp

Een gesloten kerk Kerksluitingen zijn geen nieuws meer. Toch grijpen ze diep in gemeenten in. Klaas-Willem de Jong is ervan overtuigd dat het uiteindelijk geen ramp hoeft te zijn. Hij zet enkele lijnen uit.

Kerkelijk Nederland raakt gewend aan kerksluitingen. Veel gemeenten houden in hun meerjarenbegrotingen op termijn rekening met ingrijpende maatregelen. Soms is de schok groot. In plaatsen als Den Haag en Leeuwarden gaat op korte termijn een substantieel aantal kerken dicht. Vaker verlopen de processen langs de weg van de geleidelijkheid. Ik besef dat maatregelen onontkoombaar zijn. De financiële mogelijkheden lopen snel terug. Toch vraag ik me af of de kerk geholpen is met het huidige beleid. Wijkgemeenten worden noodgedwongen samengevoegd. In de overgebleven kerkgebouwen gaat het kerkelijk leven op dezelfde voet voort. Een gestaag krimpende groep houdt het licht brandende. Totdat het niet meer gaat en opnieuw gereorganiseerd moet worden. Ik kan me daarom goed voorstellen dat kerkbestuurders het liefst in één keer een flinke slag slaan. Anders komt jaar na jaar de discussie terug waar bezuinigd kan worden. Er ontstaat een neergaande spiraal die maar niet doorbroken kan worden. Met één flinke slag ontstaat er weer ruimte voor ontwikkeling en opbouw. Er zitten echter ook grote nadelen aan deze beweging. De kerk trekt zich terug uit de buurt. Ze trekt zich terug op gebouwen die niet altijd op de goede plaats staan en eigenlijk alleen geschikt zijn voor een traditionele eredienst. De nieuwe samenwerkingsgemeentes hebben vaak een flinke omvang, niet echt een plek voor nieuwelingen om snel thuis te raken. Kort gezegd: de schaalvergrotingsacties bieden zelden perspectief, ze inspireren niet. Ik zou daarom liever een andere benadering kiezen, radicaler, door eerder meer dan minder traditionele kerkplekken te sluiten.

Historische gebouwen
De historische kerkgebouwen blijven over. Dat is alleszins begrijpelijk. Het zijn veelal monumenten, nauwelijks te verkopen. Ze ademen traditie. Hier zijn vele generaties gedoopt, getrouwd en uitgedragen. Ze staan in het centrum van dorp of stad, duidelijk herkenbaar als kerk. Het zijn vaak indrukwekkende gebouwen, fraai om te zien. De ruimte heeft kwaliteit, sfeer. Er is veel voor te zeggen juist deze gebouwen te behouden. Maar het is niet alleen goud wat er blinkt. Integendeel. Deze gebouwen kosten verhoudingsgewijs veel geld, aan onderhoud en energie. Ze zijn om allerlei redenen vaak minder geschikt voor moderne vormen van eredienst, met bijvoorbeeld een beamer en een band. Daar staat tegenover dat met de nodige creativiteit gebouwen multifunctioneel gemaakt kunnen worden. Maar dan nog. Is dit de ideale ruimte? Ik denk dat kerkelijke gemeenten goed moeten nadenken of ze deze gebouwen wel willen blijven gebruiken en willen blijven bezitten. Al te gemakkelijk verwordt een kerkelijke gemeente tot erfgoedbeheerder of projectontwikkelaar. Ze steekt veel tijd en energie in het gebouw. Maar hoe zit het met haar roeping Jezus na te volgen en het evangelie te verkondigen? Ik vind dat ook dorpsgemeenten deze vraag moeten stellen. Dat een gemeente een historisch gebouw per traditie bezit, betekent niet dat het per definitie voor kerkzijn nu geschikt is.

Hoe aanwezig
De basisvraag is niet: hoe maak ik optimaal gebruik van het bestaande gebouwenbestand? Er gaat een vraag aan vooraf: hoe willen wij als kerk in dorp of wijk aanwezig zijn? Ligt het accent op vieren, dan kan een bestaand kerkgebouw een goede optie zijn. Maar het is ook goed denkbaar dat de invalshoek meer diaconaal is. Dat levert een heel ander eisenpakket op, voor een voedselbank, inloophuis of welke gestalte ook maar gekozen wordt. Verder kan ik me voorstellen dat een gemeente zich opdeelt in kleinere groepen, die elk op hun eigen wijze in de eigen buurt kerk zijn. Een huiskamer zal om praktische redenen niet altijd passen. Een ruimte huren is dan de aangewezen weg. Gemeenteopbouwdeskundige Henk de Roest pleitte ooit voor vierplaatsen op ‘rollatorafstand’ (in plaats van rollator kan ook buggy of fiets worden ingevuld). Alleen zo kan een kerkelijke gemeente opnieuw wortelen in de samenleving. Ervaringen op pioniersplekken laten zien dat in het missionair werk niet zozeer de activiteit als wel de relatie van belang is. Dat kan alleen door kerk in de buurt te zijn, daar contacten te leggen. Ik besef dat een organisatie in kleine groepen risico’s met zich mee brengt. Zij kunnen heel makkelijk sektarische trekken krijgen, zeker als sterke persoonlijkheden alle ruimte krijgen. Vermoedelijk is een combinatie noodzakelijk van zowel de grotere als de kleinere schaal.

Waar men ook voor kiest, flexibiliteit zal een kernbegrip moeten zijn. Het is nodig qua financiën per activiteit te kunnen kiezen wat de meest geschikte plaats is. Voor een Open Huis moet je bij de mensen zijn, in de nabije omgeving van een winkelcentrum bijvoorbeeld. Voor een avond over geloofsopvoeding huur je een schoollokaal (als de school niet bereid is de activiteit te faciliteren). Voor een volle kerstdienst huur je een sporthal, daar kun je zelf geen kerk op bouwen. Alleen al het zoeken naar een geschikte lokaliteit kan verrassende nieuwe contacten opleveren. Het voelt als een stap terug, van de tempel naar een tent der samenkomst. Maar het is wel een stap die kansen biedt.

Christus volgen
Het beeld kan nu ontstaan dat ik op zondag het liefst voorga in een aftandse gymzaal ergens achteraf. Dat is echter geenszins het geval. Ik kan genieten van de oude gebouwen, het orgel, de bekende klassieke liederen. Maar ik vraag me wel steeds meer af of de kerk zich op deze wijze niet teveel verbergt, verschuilt achter stevige muren die wel tegen een stootje kunnen. Het voelt inderdaad veilig, maar is dat het einde van alle tegenspraak? In de bekende Filippenzentekst lezen we: Christus ‘hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van’. Dat maakte Hem uiterst kwetsbaar. Maar dit was de weg die Hij móest gaan, onder de mensen, voor de mensen. Ligt daar ook niet ergens de weg van de kerk, als lichaam van Christus? Kwetsbaar, zonder vaste plek, zoals ook de Zoon des mensen geen plek had om zijn hoofd neer te leggen?

Klaas-Willem de Jong


Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 61 (2013), nr. 15 (12 april)



http://www.kwdejong.nl

© 2013, KWdJ