Klinische Pastorale Vorming helpt beter te communiceren

ANDERS KIJKEN, ANDERS WERKEN

Als deelnemer aan een training Klinische Pastorale Vorming merkte ik dat het best lastig is om aan de gemeente uit te leggen waaraan ik nu precies mijn studieverlof besteed heb. Ik zal de enige niet zijn. Daarom wil ik in dit artikel wat nadere uitleg geven.

Op mijn bureau ligt een recente folder met de titel ‘Klinische Pastorale Vorming en Pastorale Supervisie. Kansen voor pastor en geestelijk verzorger’. Daar kijk ik nu met andere ogen naar dan een aantal jaren geleden. Ik heb inmiddels zo’n training gedaan en ben benieuwd, hoe deze gepresenteerd wordt. In de nota waarmee ik mijn training afsloot, schreef ik: ‘Ik had tevoren geen duidelijk beeld, wat een KPV inhield. Ik had er wel eens wat over gelezen, wel eens gehoord van collega’s dat het verrijkend was, maar het was allemaal vaag en fragmentarisch. Ik dacht nog het meest aan een soort van opfriscursus voor het predikantswerk.’ Met dat laatste zat ik er nog niet eens zo ver naast, maar de omschrijving was dan ook tamelijk royaal: ‘een soort van opfriscursus’. De KPV bleek in die zin een opfriscursus te zijn, dat ik heb geleerd om op een andere manier naar mezelf en naar mijn werk te kijken. De andere manier van kijken heeft ook geleid tot een andere manier van werken.

Een KPV-training duurt meestal tien tot twaalf weken, al worden er ook verkorte trainingen aangeboden. De trainee is gedurende de training in een groep van 6 tot 9 personen van maandag tot en met donderdag of vrijdag intern. Er zijn twee typen: een doorlopende en een gebroken training. In het eerste geval wordt de KPV meestal gegeven in een ziekenhuis. De deelnemers brengen een deel van de tijd door met het brengen van pastorale bezoeken in de kliniek. Hun ervaringen brengen ze in in de groep. Het geleerde kan vervolgens direct in praktijk worden gebracht. Vooral voor pastores in een instelling is dit een adequate werkwijze, omdat zij relatief veel tijd besteden aan dit type werk. In een gebroken training gaan de trainees na een of meer weken weer naar huis en hebben ze de gelegenheid het geleerde direct in hun eigen werkkring vruchtbaar te maken. Dat kan gaan om het pastoraat, maar bij gemeentepredikanten ook om groepswerk, vergaderingen en dergelijke, zeker als deze activiteiten tijdens de trainingsweek gethematiseerd zijn en casussen van de deelnemers besproken zijn. Vanwege deze benadering koos ik voor zo’n gebroken training op Hydepark in Doorn (Theologisch Seminarie Hydepark).

Een basisactiviteit in de training is het zogenaamde vrije groepsgesprek, kortweg VGG genoemd. Elke morgen begint de groep daarmee. Het gesprek is vrij. De groep maakt zelf uit, of er gesproken wordt en waarover. Na afloop wordt het gesprek uitvoerig geanalyseerd. Welk gevoel riepen de andere deelnemers bij je op? Illustreer dit met één bepaald moment op het gesprek. Hoe zou jij dit gesprek typeren? Wat is eigenlijk een gesprek? In de loop van de training worden bepaalde patronen zichtbaar. Het werd mij duidelijk, dat ik op bepaalde momenten de communicatie met mijn houding belemmer, terwijl er ook situaties zijn waarin ik die blijk te bevorderen. Wanneer gebeurt het een, wanneer gebeurt het ander? Soms laat ik het gesprek voor wat het is, zwijg ik. Een ander kan zich dan afvragen, wat hij aan mij heeft. Dat is ook het geval als ik het ene moment in een opwelling een stellige bewering doe en even later suggereer dat ik het zo toch ook weer niet bedoel. Al dit soort situaties worden onder de loep genomen en uitvergroot.
Veel reacties zijn terug te voeren tot de jeugdjaren. Iemand is op school veel gepest en heeft daarmee in zoverre geleerd te leven dat hij zich altijd wat op de achtergrond houdt. Een ander heeft hetzelfde meegemaakt, maar vertoont een tegengestelde reactie. Hij stelt zich dominant op en laat anderen geen ruimte. Het is mogelijk te werken aan deze overlevingsmechanismen, maar dan moet de deelnemer eerst wel beseffen en toegeven dat hij dat gedrag vertoont. Dat alleen al kan knap confronterend zijn en maakt de training zwaar. Het is niet altijd eenvoudig bepaalde ervaringen die lang zijn weggestopt onder ogen te zien. Tegelijk is het bevrijdend de muren af te breken en anderen deelgenoot te maken van pijnlijke en verdrietige herinneringen. Het is aan de supervisor om een veilige situatie te creëren, waardoor het onderling vertrouwen kan groeien en floreren.
Het fascinerende in het VGG – en eigenlijk in de hele training – is steeds weer dat het functioneren in de groep parallel loopt aan het functioneren in de gemeentesituatie. De groep is een gemeente in het klein. Gaandeweg wordt duidelijk, hoe je zelf authentieker kunt optreden, wat je kunt doen als iemand jou de mond snoert, of hoe je optreedt als iedereen woorden gebruikt maar niemand echt iets zegt. Al te veel experimenteren met nieuw gedrag is in de beroepspraktijk niet altijd mogelijk. In de groep kan het wel. Dit experimenteren vindt overigens niet zozeer plaats in gesprekken en analyses, maar in spelsituaties en rollenspelen. Iemand spreekt je na de dienst kritisch aan op je preek. Hoe reageer je dan? Maar ook omgekeerd: hoe voelt het om je op te winden over een preek en dan de voorganger aan te spreken? Of je vindt dat je op een gemeenteavond over huwelijk en samenwonen ook je eigen standpunt naar voren moet kunnen brengen. Daar kun je over praten, maar je kunt het ook gewoon eens proberen. Als het goed gaat, dan valt er ook veel te lachen. De gespeelde scènes zijn soms net echt, in andere gevallen karikaturaal. Zelfspot wil ook nog wel eens helpen, als voor de zoveelste keer een hinderlijke houding de kop op steekt.

Dwars door de training heen loopt de ontwikkeling van de eigen spiritualiteit. Communicatie is een centraal begrip in de KPV. Voor de predikant gaat het in het bijzonder om de communicatie van het evangelie. Ook hier begint het me de deelnemer zelf, waar zijn hoop en inspiratie ligt. In de training die ik deed, werd gevraagd naar een Bijbelse persoon die me aansprak. Ik koos voor Abraham op een bepaald moment in zijn leven. Naarmate de training vorderde ontdekte ik dat de keuze die ik intuïtief had gedaan, geen toevallige was. Ik zag steeds meer lijnen, die me duidelijk maakten hoe ik in het leven en in mijn verhouding met God stond. Spiritualiteit is moeilijk grijpbaar. Verschillende werkvormen zoals muziek en bibliodrama helpen om de spirituele grondhouding beschikbaar te krijgen en te ontwikkelen. Ook het morgengebed waarmee de groep op Hydepark elke dag begint en dat door een van de trainees wordt voorbereid, is een oefenplaats voor spirituele ontwikkeling.

Het zal duidelijk zijn dat een KPV-training veel losmaakt. Vertrouwd gedrag moet worden losgelaten, een nieuwe houding aangeleerd. Het gevaar bestaat dat het accent op het eerste komt te liggen, de afbraak. Het bijzondere van de training die ik heb gevolgd is, dat in alles ook steeds veel aandacht is besteed aan het goede, aan de persoonlijke kwaliteiten. De trainingsperioden zijn steeds afgesloten met concrete, positief geformuleerde doelstellingen.
De training vergt qua tijd en geld een behoorlijke investering. Ik blij dat ik het erop gewaagd heb, ook al wist ik zeker achteraf bezien niet precies wat me te wachten stond. Ik sta een stuk zekerder in mijn werk, durf meer te genieten, maar heb tegelijk handvaten gekregen om kritischer naar mijn functioneren te kijken. Een en ander mist zijn uitwerking niet naar de gemeente.

Klaas-Willem de Jong

Dit artikel is gepubliceerd in Centraal Weekblad 52 (2004), nr. 39 (24 september)

© 2004, KWdJ