GERAAKT DOOR HET LIJDEN VAN JEZUS

De droom van de vrouw van Pilatus, een van de aquarellen uit de Kruisweg van Ruud Bartlema. Wie wel eens een Rooms-Katholieke kerk binnenloopt, zal bekend zijn met het fenomeen kruisweg. Aan de hand van twaalf of veertien afbeelding wordt het lijden van Jezus in beeld gebracht. Bij elke afbeelding hoort een bepaalde overweging en een gebed, gevolgd door een Onze Vader en een Wees Gegroet. Meestal betreft het hier individuele devotie. Maar in veel parochies is op Goede Vrijdag om drie uur ’s middags, het stervensuur van Jezus, gelegenheid om gezamenlijk de kruisweg te bidden. Op het eerste gezicht kan een protestant niet zoveel met deze vorm van spiritualiteit. In de traditionele kruisweg zijn ook buitenbijbelse elementen opgenomen, zoals Veronica die het gezicht van Jezus afwist. De artistieke kwaliteit van de afbeeldingen is in veel kerken matig, dikwijls gestempeld door negentiende eeuwse zoetigheid. Ook het bijbehorend ritueel spreekt niet direct tot de verbeelding. Toch zijn we deze veertigdagentijd in onze gemeente aan een kruisweg begonnen. Hoe kwam het zo ver?

Aanleiding voor ons project vormde het hoofdstuk ‘De spiritualiteit van de kruisweg’, een bijdrage van predikant-kunstenaar Ruud Bartlema in het vorig jaar verschenen Werken met spiritualiteit. Bartlema ziet als intentie van de kruisweg het verbinden van het lijden van Christus met ons eigen lijden. Die verbinding is niet exclusief voor de middeleeuwen, de ontstaansperiode van de kruisweg in de huidige vorm, of de 19e eeuw. Tot op de dag van vandaag hebben kunstenaars geprobeerd in hun uitingen deze twee met elkaar te laten interfereren. Bartlema wijst op de kruisweg van Albert Servaes uit 1919, waarin het lijden van een wereldramp verbonden wordt met de lijdende Christusgestalte. Het zal niet verbazen, dat in derdewereldlanden heel eigen kruiswegen ontstonden. De anti-kernwapenacties in de jaren tachtig leverden weer heel ander materiaal op. Door een opdracht vanuit het Omroeppastoraat van de KRO heeft Bartlema ook zichzelf gezet aan het maken van een kruisweg. Het resultaat is nog steeds te bewonderen in het Bijbels Museum. Het maken van een kruisweg is echter niet voorbehouden aan kunstenaars. Bartlema ziet goede mogelijkheden er in een geïnteresseerde gemeentegroep mee aan de slag te gaan. Hij schrijft: ‘De ervaring … is telkens weer dat het zelf heel geconcentreerd bezig zijn met het uitbeelden van één of meer fragmenten van het lijdensverhaal zoiets als een spirituele gebeurtenis is. Dat spirituele wordt zeker nog versterkt wanneer dat ene uitgebeelde fragment onderdeel wordt van een geheel, de totale kruisweg in het verband van een viering en dus zijn plaats krijgt in een brede liturgische vormgeving.’

Met het artikel van Bartlema in ons achterhoofd zijn we aan de slag gegaan. Al snel was duidelijk, dat de vespers die we gewoon zijn te houden in de veertigdagentijd het liturgisch kader zouden moeten vormen. In het predikantenteam maakten we een opzet met geschikte lezingen uit het lijdensevangelie. Die kreeg de titel ‘Reacties op het lijden van Jezus’ mee. Petrus, Herodes, Pilatus, elk reageert op een eigen wijze op de weg die Jezus gaat. Intussen zochten we naar een geschikte artistiek begeleider. Die vonden we in de plaatselijke kunstenares Irene Langeveld-Bakker. Hoewel behorend tot een andere kerkelijke gemeente, was ze positief over de plannen en wilde ze graag meewerken. Zij adviseerde te werken met aquareltechnieken. Dat zou ook met mensen met weinig of geen ervaring in creatieve werkvormen goede resultaten kunnen opleveren. Omstreeks kerst plaatsten we een oproep in onze kerkbladen, waarbij we duidelijk het doel van de kruisweg aangaven: gebruik in de vespers van de veertigdagentijd. Ook stuurden we persberichten naar plaatselijke en regionale bladen. Eén krantenredactie vond het idee zo aardig, dat ze twee interviews wilde: een met de organisatoren en een met de begeleidend kunstenares. Dit bevestigt mijn ervaring van de afgelopen jaren, dat de media in toenemende mate belangstelling heeft voor religieuze zaken, zeker als de geijkte kerkelijke grenzen worden overschreden. De aanmeldingen kwamen snel binnen. Vrouwen waren ruim in de meerderheid, maar dat is bij meer kerkelijke activiteiten het geval. Sommigen spraken heel eerlijk hun aarzeling uit: ‘kan ik dat wel?’

De eerste avond was zowel voor de deelnemers als voor ons als organisatoren best spannend. Zou het lukken? We wilden de aanwezigen als het maar even kon zélf laten kiezen uit de geselecteerde bijbelgedeelten, maar zou dat een goede verdeling over de vespers opleveren? Met de veertigdagentijd nog zo ver weg was het lastig om de sprong naar het lijdensverhaal te maken. We zetten daarom de toon met het zingen van een passend gezang uit het Liedboek, dit keer ‘Met de boom des levens wegend op zijn rug’ (184). Een gebed om openheid, leiding en inspiratie volgde. Deze twee elementen kwamen aan het begin van de beide andere avonden terug. Het lukte wonderwel om de bedoeling van het project duidelijk te maken. Al snel waren de deelnemers bezig zich op het bijbelgedeelte van hun keuze te oriënteren. We gaven daarvoor enkele inlevings- en associatieoefeningen, die vervolgens weer twee-aan-twee besproken werden. Wat valt je op, zowel positief als negatief? Welke trefwoorden zou je bij het bijbelgedeelte willen noemen? Welke associaties kun je daarmee verbinden? Wat voor beelden en kleuren roept dit alles bij je op? Zie je al iets van de contouren van je aquarel?

De tweede en de derde avond werden gehouden in het atelier van Irene Langeveld, zowel een sfeervolle ambiance als een praktische werkruimte. Zij hielp ons met enkele beknopte aanwijzingen op een voortreffelijke manier op weg bij het aquarelleren. Op heel verschillende manieren gingen de deelnemers met de bijbelgedeelten om. De een gaf een beeld van de verloochening van Petrus en haar interpretatie van het verhaal. Ze bleef daarmee dicht bij de tekst. Een ander had haar uitgangspunt gekozen in de vrouwen die door Jezus toegesproken worden (Lucas 23: 26 – 32). Zij had zich daarbij laten inspireren door een krantenfoto van een moeder, huilend om haar kind. Weer een ander beperkte zich tot de mantel die Herodes aan Jezus gaf (Lucas 23: 12) en beschreef in de toelichting de betekenis die hij daaraan toekende: ‘Jezus nam ook de schuld van Herodes op zich.’ Bijzonder was ook de verbinding die gelegd werd vanuit de medegekruisigden met een gevangene in onze tijd. Deze gevangene had verteld: ‘Net als de man die naast Jezus hing, werden mijn zonden vergeven.’ In twee aquarellen hebben de makers bewust ook zichzelf ingetekend. ‘Ook ikzelf sta daar tussen, links onder. Een groepje mensen die ook hun kruis dragen op hun levensweg.’ De aquarellen zijn vervolgens aan het begin van de veertigdagentijd opgehangen in een van de zalen van de kerk. Bij elk aquarel is een korte toelichting geschreven.

Het liturgisch kader in de vespers is in grote lijnen die van het Dienstboek. Het gebruik van de aquarellen verschilt. De eerste keer waren de maaksters aanwezig om te vertellen, wat hen geïnspireerd had, wat zij in hun werkstukken wilden leggen. Bij een andere gelegenheid is het woord eerst aan de kerkgangers. Wat zíen zij, welke sfeer roept het aquarel op, wat dóet het met hen? Bij een meditatie kan ook de voorganger zijn uitgangspunt nemen in de aquarel en naar aanleiding van de afbeelding overwegingen delen over het tekstgedeelte. Het project is nog niet ten einde. Maar op dit moment is al wel duidelijk, dat de aanpak verrast. Een van de deelnemers zei: ‘Ik ben hierdoor dichter bij de tekst gekomen.’ Dat blijkt net alleen voor haar te gelden, maar ook voor allen die in de vespers met deze creatieve verwerkingen kennis maken.

De aquarellen hangen tot 2 april 2002 in De Bron, Troubadourweg 2, Alphen aan den Rijn. Het artikel van Ruud Bartlema is te vinden in: K. Bouwman en K. Bras (red.), ‘Werken met spiritualiteit’ (Baarn; ISBN 90-259-5245-3), 410 – 424.

Klaas-Willem de Jong.

Dit artikel is verschenen in Centraal Weekblad 50 (2002), nr. 12 (22 maart).

© 2002, KWdJ